ACTIVISME ONDER MOSLIMJONGEREN

Gaza als katalysator

De oorlog in Gaza brengt Nederlandse moslimjongeren in beweging. ‘We moeten gehoord worden, en dat houdt na Gaza niet op.’

‘VRIJ, VRIJ, VRIJ, Palestina vrij’ schalt het telkens over het Haagse Malieveld. Twee uur lang luisteren zo’n vijftienhonderd mensen in de bittere kou naar de sprekers die, op twee na, representanten zijn van moslimorganisaties en moskeeën, waaronder Milli Görüs. Moeders met kinderen, clubjes meisjes en – ver in de meerderheid – groepen mannen betuigen luid hun woede jegens ‘terrorist Israël’.
De demonstratie op 18 januari is een moslimaangelegenheid. Er wapperen veel Turkse vlaggen. Tijdens de toespraken wordt gerefereerd aan de islam, de profeet en de heilige strijd. Als Allah door een imam wordt aangeroepen, scandeert het hele publiek mee, terwijl vuisten ritmisch de lucht ingaan.
De toespraken van Gretta Duisenberg van het Nederland Palestina Komitee en van Jaap Hamburger namens Een Ander Joods Geluid vinden weinig weerklank bij het publiek. Maar dat ligt niet aan hun harde kritiek op Israël. Als Gretta Duisenberg met haar deftige damesgeluid door de microfoon schreeuwt ‘hun strijd onze strijd, internationale solidariteit’, sterven haar woorden in het geroezemoes weg. Net als haar conclusie dat ‘Israël al vanaf 1948 fascistisch is’. Als Jaap Hamburger op het podium stapt, wekt hij aanvankelijk gejoel op. Maar, roept ceremoniemeester Bahoeddin Budak steeds, ‘er is hier geen plaats voor antisemitisme. We moeten duidelijk zijn in onze leuzen: niet discrimineren, niet antisemitisch zijn en niet de totale joodse bevolking beschuldigen. Gedraag je als een waardige moslim. Ga straks in vrede weer naar huis.’ Budaks manende woorden blijken na afloop van de demonstratie niet aan dovemansoren gericht.
Nog niet eerder gingen zoveel moslims in Nederland de straat op als voor de Palestijnen in Gaza. Naast demonstraties organiseren zij al wekenlang via scholen, buurthuizen en moskeeën inzamelingen en benefietbijeenkomsten voor de Palestijnse broeders. Op het internet worden meer dan ooit heftige discussies gevoerd over het lot van moslims in de wereld. Via sms’jes en mails, de smeerolie van het activisme, verspreiden zich in de ‘islamitische community’ nieuwsfeiten en foto’s van gruwelijkheden waarvan wordt gesteld dat de westerse media die niet tonen. Vorige week vrijdag werd op een aantal moslimscholen gehoor gegeven aan de oproep tot drie minuten stilte voor de slachtoffers.
Gaza zorgt, anders dan Fitna, Irak of Libanon, voor een breed activisme. Los van de rücksichtsloze actie van Israël en de beelden van ontzielde kinderlichamen maakt het conflict bij moslims ook andere gevoelens los. Jongeren die zich door hun uiterlijk en geloof identificeren met de Palestijnse opstandelingen in de bezette gebieden, trekken een parallel met hun eigen positie in de westerse samenleving. Dat zal met het huidige bestand niet veranderen. Gaza legt een dieper ongenoegen bloot. Het activisme weerspiegelt tevens allerlei agenda’s binnen de moslimgemeenschap die variëren van antiwesterse, antisemitische krachten tot een opbouwende positieve houding.
Fouzia Aharchaoui organiseert sinds eind december Palestina-acties in Amsterdam. Haar groep bestaat uit allochtone jongeren die de krachten hebben gebundeld. ‘Opeens had iedereen een mening over Gaza. Dat verspreidde zich als een virus via internet en gsm. Waarom grijpt de internationale gemeenschap nu niet in? Ik zelf was verbijsterd dat de Nederlandse media uitpakten met schaatsen en ijspret, terwijl in Gaza bommen vielen. We hebben ons eigen netwerk in enkele weken opgebouwd. Aansluiten bij een van de bestaande comités was geen optie.’
Aharchaoui is een representant van het nieuwe activisme onder jonge moslims. Ze kiezen voor de eigen groep en voor actie die hen direct raakt. Maar ze zegt ook: ‘Ik doe dit niet als Marokkaan of als moslim. Het gaat om jongeren en hun ongenoegen.’ Zelf fungeert ze als rolmodel. Naast haar studie rechten werkt ze drie dagen per week als medewerker reïntegratie voor jongeren in de bijstand. ‘Wat Gaza nu losmaakt moeten we, als het onderwerp straks weer wegebt, omzetten in een positieve kracht. Bijvoorbeeld helpen bij de aanpak van Marokkaanse probleemjongeren die overlast veroorzaken. Begin bij de opvoeding, leer hun thuis te praten over problemen. Aan de bestuurders zeggen we: organiseer meer voor hen dan alleen buurthuizen. Er móet naar ons geluisterd worden.’
Trots zegt ze dat ze door het ministerie van Buitenlandse Zaken is uitgenodigd om te praten met een specialist van de afdeling Midden-Oosten. ‘Dialoog vind ik belangrijk. We moeten worden gehoord, en dat houdt na Gaza niet op.’
De ceremoniemeester van de Haagse demonstratie, Bahoeddin Budak, is pessimistisch over de invloed van Gaza op jongeren. Hij is behalve imam in Arnhem ook coördinator lerarenopleiding islamgodsdienst aan de Hogeschool InHolland in Amstelveen. Hij is ook de geestelijk leider die zomer vorig jaar zorgde voor een rel. Op internet had hij een zeventienjarig meisje dat was verkracht door haar neef geadviseerd om tegenover haar familie te zwijgen om uitstoting te voorkomen en zichzelf te beschermen tegen verkrachting en seksueel misbruik. Op het Haagse Malieveld toont hij zich echter een voorbeeldig bruggenbouwer. Na afloop zegt hij: ‘Ik denk dat veel jongeren het onderscheid niet kunnen maken tussen Israël en joden. Hun geest rammelt en die moet je voeden met goede kennis. Daar wil ik me hard voor maken. Maar onze regering moet een ander standpunt innemen tegenover Israël.’
Budak spreekt over ‘apartheid’ en ‘twee kampen’. ‘Als er misdaden plaatsvinden vanuit “de witte wereld”, wordt er weinig actie ondernomen, maar als het vanuit “de zwarte wereld” gebeurt, wordt het meteen zwaar afgekeurd. Als jongeren zien dat Nederland Israëls agressie deels goedpraat als een vorm van zelfverdediging, trekken ze dat door naar zichzelf. Dat is niet goed. Het gaat om politiek van grootmachten die haar weerslag heeft op de jongeren hier. Die voedt selectieve woede en ik zie een groot gevaar voor de integratie. Als de tegenstellingen groter worden en er duidelijk kampen worden gecreëerd, leidt dat onvermijdelijk tot een grote clash. Zie de geschiedenis, zoals de strijd in Amerika tussen zwart en blank of Frankrijk vóór de Franse Revolutie. Harde tegenstellingen creëren automatisch een conflict.’
Hij gelooft in een eigen moslimpartij die duidelijk kan verwoorden wat vijf procent van de bevolking voelt. ‘Het gaat om rechtvaardiging. Het is een opstapeling van conflicten – Irak, Libanon – en er moet er niet nog eentje bij komen. Op een gegeven moment kun je mensen niet meer wijsmaken dat het zichzelf wel oplost. We moeten beseffen dat net als huisvesting en scholing de buitenlandagenda sterke invloed heeft op het creëren van gevoelens van onrechtvaardigheid. Jongeren vragen mij, als imam, vaak wat ze kunnen doen. Ik zeg dan altijd: bidden, doneren en demonstreren. Dat zijn de instrumenten die imams hebben om hen te helpen.’