Geïdealiseerd verleden

Aubette, la grande salle des fêtes. Regie: Frank Alsema. Geluidseffecten: Floris van Maanen.
Het mooiste van Aubette, la grande salle des fêtes, de dansfilm die afgelopen zondag door de VPRO werd uitgezonden, zijn de overgangen tussen heden en verleden.

Vreemd genoeg vinden die overgangen niet plaats in de choreografie. De brijerige, vrijblijvende dansjes van Karin Post en Dries van der Post - de initiatiefnemers van dit project - refereren te vaag aan bewegingen uit heden en verleden om de overgang tussen twee tijden te markeren. Dat gebeurt in de montage en de beeldmanipulatie, die in dit opzicht verrassend veelzeggend zijn.
Via montage en beeldmanipulatie worden bruggetjes tot stand gebracht tussen de verschillende soorten beelden waaruit de film is opgebouwd. De plaats die deze beelden laten zien is steeds hetzelfde: de danszaal in Straatsburg die Theo van Doesburg in 1926 ontwierp. Maar in de tijd maken de filmpjes grote sprongen. Er zijn een paar historische filmpjes uit het eind van de jaren twintig van optredens in de danszaal, waarop je Josephine Baker ziet uitfreaken. Er zijn ook opnamen gemaakt in de zaal zoals die er op dit moment uitziet (sinds 1994 vertoont de ruimte, die door de jaren heen flink was vertimmerd, weer het oorspronkelijke interieur van Van Doesbrug). Karin Post en Dries van der Post nodigden twaalf heren uit, allen persoonlijkheden uit de wereld van de kunst. Ze bekijken de gerestaureerde danszaal en discussiëren, gezeten aan de cafétafeltjes, over het werk van Van Doesburg.
De eerste twee overgangen tussen dat historische en het hedendaagse filmmateriaal zijn al geweldig. Post en Van der Post zijn in het verleden van Josephine Baker gemonteerd, waar ze vrolijk met haar mee dansen. Net zo zwartwit als Baker, en op dezelfde manier aangetast door de ouderdom van de beelden. Het applaudisserende publiek heeft niks in de gaten, het juicht even hard om Josephine Baker als om de twee parasieten.
Dan zoomt de camera uit en zien we de historische zwartwitopnamen alsof ze geprojecteerd zijn op het filmdoek in Van Doesburgs kleurige danszaal. In die zaal, onder het filmdoek, scharen de twaalf mannen bijeen voor een groepsfoto. Achter hen danst Baker door. Dan springen haar twee meedansers uit het filmkader. Ze komen terecht op de vloer van de danszaal, waar ze onderdeel worden van het herenportret. Even krijgen ze kleur, dan vergrijzen ze samen met de poserende groep mannen tot een ouderwetse foto.
Daarna zien we hoe de twaalf heren voor het eerst de Grande Salle des Fêtes betreden. Nieuwsgierig kijken ze om zich heen, rondlopend met ingehouden passen, en ze bepraten met elkaar wat ze zien. In een groepje van drie heren kijkt de langste, Carel Weeber, omhoog. De camera volgt zijn blik en beweegt langs het plafond naar het raam, terwijl de stemmen van de heren vervagen in een galm. Buiten lijkt het verleden op te spelen. Het plein waar de zaal op uitkijkt, is in bruine, verkreukte beelden verfilmd. Maar dan komt er een supersonische trein aanzoeven, waaruit twee futuristisch geklede rolschaatsers stappen. Het zijn opnieuw Karin Post en Dries van der Post, de tijdreizigers die even later vanuit deze toekomst het heden van het filmpje komen binnenglijden.
In dat heden praten de twaalf heren over de danszaal van Van Doesburg. Allemaal kenden zij de zaal alleen van een paar foto’s. ‘Veel kleiner dan ik me voorstelde’, zegt de ene heer. 'De kleuren kloppen niet’, zegt een andere. 'Ik had er de Mondriaan-kleuren op geplakt.’ 'We hebben zwartwitplaatjes gezien’, concludeert een derde, 'en die hebben we geïdealiseerd.’ Over die discrepantie tussen het beeld van een verleden en de ervaring van het heden gaat deze film.