Geacht groninger museum,

Andres Serrano’s expositie is een moord op de onschuld. Een heel traditionele ambitie van de avantgardekunst. Hoewel in uw rechtvaardiging van de pittige promotiecampagne vooral wordt gewezen op het feit dat Serrano’s foto’s mooi en smaakvol zouden zijn, gaat het hier toch echt om het aloude épater le bourgeois.

Een belediging van de goede smaak dus. ‘Oordeel zelf’, roepen nu de alternatieve posters die de plaats van het eerder 'preventief gecensureerde’ wervingsmateriaal innemen. Iedereen is uitgenodigd voor deelname aan een maatschappelijk debat over tolerantie en seksuele identiteit. Nederland slaagt er wederom in de duistere kanten van het bestaan 'bespreekbaar’ te maken. Dat wil zeggen dat niets meer duister is.
Tot zover alles koek en ei. Maar ik schrijf u niet uit waardering voor uw vermetele pogingen mij uit mijn burgerlijke lethargie wakker te schudden, maar in mijn hoedanigheid van woordvoerder van een tijdelijke coalitie van maatschappelijke belangengroeperingen. Hoewel de belangen van deze groeperingen in het dagelijks leven elkaar nauwelijks raken, of zelfs tegenstrijdig zijn, is er vanwege de afgelopen zaterdag geopende expositie een tijdelijk monsterverbond ontstaan tussen de vertegenwoordigers van een aantal minderheden. Deze minderheden hebben zich de afgelopen jaren in een aantal lichamen georganiseerd, waaronder zich onder meer bevinden: de Bond van Verontruste Plasseksbeoefenaren, het Nano-Erotica Comité, de Pietje de Dood Stichting ter Bescherming van het Portretrecht van Overledenen, de Orde van Urologen, het Autosadistisch Platform, Lekker Dier, het Landelijk Pedofielenoverleg, alsmede de Maatschappij ter Bevordering van de Lustbeleving bij Senioren. Zij strijden alle voor een ernstige zaak: spektakeltolerantie is een gevaar voor zowel volksgezondheid als erotische genoegens. Ik zal u uitleggen hoe dat samengaat.
Het Museum heeft zich tot nu toe vooral beijverd voor het ontzenuwen van de maatschappelijke bezwaren tegen de publieke wervingsacties op basis van argumenten die zijn verzameld tijdens de lange geschiedenis der hypocrisiebestrijding - een geschiedenis die zijn voorlopig hoogtepunt vond toen senator Jesse Helms, de 'ayatollah van North Carolina’, zijn kruistocht in 1989 tegen Serrano, Mapplethorpe en het Amerikaanse National Endowment for the Arts begon. Wat u daar tegenover stelt, is de durf om esthetiek boven ethiek te stellen, en bovendien, met Serrano’s recente werk, verschillende seksuele voorkeuren te respecteren. Wat echter tot nog toe onderbelicht is gebleven, is de schade die deze affaire dreigt te berokkenen aan de belangen van de mensen die uit hoofde van hun functie of seksuele geaardheid rechtstreeks te lijden hebben onder de door u en plein public getoonde handelingen.
Het is natuurlijk een fantastische kunsthistorische mijlpaal om het urinoir van Duchamp nu ook in een antropomorfe versie te tonen. Maar zowel een uroloog als een urolagnost kan u vertellen dat een epidemie van beerputgassenvergiftiging en uremie in niemands belang is. Toch is dit wat bij een zelfde populariteit als de keramische variant in het verleden is voorgevallen. Ik neem aan dat u niet verzekerd bent voor zulk een prijs van de door u voorgestane decivilisatie.
Maar er is meer. Het aardige van het civilisatieproces sinds Jeroen Bosch was dat er allerlei ongezonde activiteiten werden gemoraliseerd, terwijl tegelijkertijd met de parallele opkomst van allerlei taboes de aantrekkingskracht van erotische aberraties veel groter werd. Ik moet u er dan ook voor waarschuwen dat op termijn de lustbeleving van uw modellen bij een groot succes van uw expositie ernstig in gevaar komt.
U heeft gelijk, menig verbod is er om overtreden te worden. Maar u maakt van de overtreding een nieuwe norm. Als u het niet voor ons doet, denk dan eens aan uw eigen toekomst: u moet nog meer tentoonstellingen mee.