Gearresteerd door de Turkse antiterreureenheid

Diyarbakir – Toeval. Dat was mijn eerste gedachte over de wonderlijke samenloop van omstandigheden van vorige week: op dinsdag werd ik in hechtenis genomen door de antiterreureenheid van de politie te Diyarbakir én landde minister Bert Koenders als ‘speciale gast in Ankara’. Wat weet de politie in Diyarbakir nou van het bezoek van een Nederlandse minister aan Turkije?

Naïef, misschien. Turkije barst altijd van de complottheorieën. De Gülen-beweging zit erachter, zei iemand. Die zijn medeplichtig geweest aan het opsluiten van vele Turkse en Koerdische journalisten, maar nu ze zelf slachtoffer zijn van de toorn van de Turkse staat en hún journalisten worden opgepakt, hebben ze persvrijheid tot hun speerpunt gemaakt om de regering te beschimpen.

Zou kunnen.

Nee, zei een ander. Zoveel macht heeft de Gülen-beweging niet meer. Het gaat diplomatiek niet lekker tussen Den Haag en Ankara, en dit is Turkije’s manier om even de tanden te laten zien.

Zou kunnen.

Nee, zei weer een ander. Puur intimidatie van een journalist die over de Koerdische kwestie schrijft. Ondanks het vredesproces is de pkk in de ogen van de Turkse regering nog altijd een terroristische organisatie en wie over hen schrijft of met hen praat, is een propagandist.

Die laatste theorie hoort eigenlijk niet in het rijtje thuis: het is geen complottheorie maar harde, verifieerbare werkelijkheid. Dat is immers ook waar ik van word beschuldigd: ‘Het maken van propaganda voor een terroristische organisatie.’

Duizenden rechtszaken lopen er nog altijd tegen honderden Koerden die zich inzetten voor hun zaak en dat doen als journalist, advocaat, gemeentelijk bestuurder, politicus of manusje van alles. Een deel van de verdachten zit vast; Turkije kent nog altijd vele politieke gevangenen. Of ik er daar één van ga worden? Ik denk het vooralsnog niet.

De complottheorieën vergeet ik. Wie bewijs heeft, kloppe bij mij aan en dan zit er misschien een verhaal in. Vooralsnog concentreer ik me weer op de verhalen die ik wel kan checken, over mensen die ik wel kan spreken en die hun ervaringen en gedachten met mij willen delen. Het ‘bewijs’ tegen mij is namelijk willekeurig bij elkaar gesprokkeld, en aan willekeur kan ik me slechts aanpassen door de journalistiek helemaal vaarwel te zeggen. Aangezien dat geen optie is, ga ik verder waar ik gebleven was voor de antiterreureenheid op mijn deur bonsde: de zaak van de Koerden proberen de aandacht te geven die het verdient.