THEATER HOLLAND FESTIVAL KRONIEK (4)

GEARRIVEERDE AVANT-GARDE

Het mooiste Holland Festival-affiche dit jaar heeft grafisch ontwerper Gielijn Escher gemaakt, voor het omslag van de VPRO Gids. Wat lijnen vormen een schetsmatig gezicht, dat bij nader inzien bestaat uit de letters H en F, met daarin als blikvanger vooral twee wijdopen ogen. Dat was het festival ook dit jaar: een zeldzame blik op de wereld, voor wie zijn ogen open heeft, van China tot Mexico, van Argentinië tot Duitsland, van het begin van de mensheid tot de oordeelsdag.
Hoogtepunt van de laatste week was – wat de Volkskrant er met een in fecaliën gedrenkt stukje ook van mag zeggen – Quartett van Heiner Müller, de schrijver die nog na zijn dood het beste vertegenwoordigt wat de DDR aan denken, voelen, hoop en teleurstelling heeft voortgebracht. Hij geeft zijn compacte, cynische, wanhopige bewerking van de vrijzinnige achttiende-eeuwse brievenroman Les liasons dangereuses van Daclos als regieaanduiding mee: ‘salon voor de Franse Revolutie/bunker na de Derde Wereldoorlog’. Er stond in de Amsterdamse Stadsschouwburg een 24 meter lange, verlichte, witte tafel, die vanuit de rauwe toneelruimte ver de neo-barokke zaal in steekt en daarbij beide plaats- en tijdsaanduidingen waarmaakt.
Fassbinder-actrice Barbara Sukowa en de Nederlandse acteur Jeroen Willems zitten soms de volle 24 meter van elkaar vandaan, op andere momenten liggen ze verstrengeld op de tafel, vlak bij het publiek. Maar ze blijven op afstand van elkaar. Jeroen Willems is een brutale, ironische, alle meisjes in het publiek verleidende Vicomte de Valmont. Barbara Sukowa brengt als de ouder geworden Markiezin Meurteuil alles in stelling om haar vroegere minnaar niet te laten merken hoe mateloos zij naar hem en zijn sensualiteit verlangt. Ze spelen hoerig en fijntjes tegelijk, in prachtig Duits, en ik heb het stuk nog nooit zo helder en tastbaar gezien. Het spel van elkaar niet kunnen verleiden en daarom afstoten, van geen gevoelens kunnen uiten, alleen schijnemoties en travestieën, tot er niets anders overblijft dan elkaar te doden en je te laten doden, omdat het uiteindelijk de enige manier is om elkaar niet kwijt te raken.
Deze superieure voorstelling is maar één van de hoogtepunten van HF 2008, waarin veel met lichte lijnen verbonden leek aan de belangrijkste wereldpremière: het onnavolgbare en met bijna te veel talent gepresenteerde La commedia van Louis Andriessen. Niet alleen Jeroen Willems, die ook daar aanwezig was als Lucifer, een alles en iedereen beheersende aartsreactionaire gangster. Maar ook in mijn oren de muziek van de honderdjarige Olivier Messiaen, zo goed als de sound van de nieuwe Big Band van David Kweksilber, of het onbekommerd dooreen gooien van serieuze en populaire muziek van de Argentijnse componist Osvaldo Golijov.
Toch heb ik me afgevraagd of er niet iets zinnigs te vinden is in de keiharde en onverdiende kritiek die de Amsterdamse Kunstraad al bij voorbaat over het festival spuide, dat het wel allure heeft, maar niet vernieuwend genoeg is. Wat we te zien kregen was vooral de gearriveerde avant-garde op het hoogtepunt van haar kunnen. Met daarnaast veel spannende, aardige, spectaculaire of tedere voorstellingen. Wat ontbrak waren nieuwe wegwijzers naar onbekende vertes, ongeziene, onvermoede, gevaarlijke ondernemingen, die zouden kunnen verrassen, maar ook mislukken.
Pierre Audi, de directeur van het festival, heeft smaak, durf en goede contacten, waardoor hij het beste van het beste kan brengen. Zijn aanpak is serieus en hij kan waarmaken wat hij belooft. Maar het lijkt me dat hij programmeurs of minstens adviseurs mist die weten wat er in de marges van het theater, de muziek en de dans gebeurt. In die zin ontbreekt het dit festival inderdaad aan vernieuwing.
Wat ook ontbreekt, is een feestelijke, opwindende festivalsfeer. Het Holland Festival is onder Audi weer enigszins bezadigd geworden. Er zijn altijd gedegen, soms uitstekende inleidingen, die druk bezocht worden, maar er is minder gelegenheid voor discussie, confrontatie en spanning dan onder Audi’s voorganger Ivo van Hove. Audi accepteert het ook minzaam als de Amsterdamse Stadsschouwburg – een van de centra van het festival – dit jaar een enorme zwartgeschilderde doodskist voor de ingang posteert in plaats van de open terrassen van de afgelopen jaren. Daarvoor moest je dit jaar – en wie doet dat niet graag – naar het Muziekgebouw aan het IJ, dat tijdens het festival laat zien hoe wendbaar en gastvrij het is voor veel verschillende gebeurtenissen, tot voorzichtig gemoderniseerde Chinese opera toe. De nooit voldoende geprezen Jan Wolff, de bedenker van het MuzIJ, neemt afscheid. Het is te hopen dat zijn opvolger het budget krijgt waardoor het er het hele jaar feest kan zijn.