POPMUZIEK

Gebalde vuisten en confetti

Green Day e.a.

Het verdwijnen van George W. Bush zadelt nogal wat Amerikaanse bands op met een probleem: het zoeken naar een nieuwe vijand. Wie de afgelopen jaren succes wilde boeken op Europese festivals en in Europese clubs hield een speech tegen zijn eigen president. Succes verzekerd, vooral in Duitsland, waar men graag klapt voor zelfhaat.
Het op afstand succesvolste popalbum van de afgelopen jaren dat zich keerde tegen de erfenis van George Bush was American Idiot van Green Day. Het was een glorieuze comeback: de band die in de jaren negentig samen met The Offspring punkmuziek in haar meest poppy vorm herintroduceerde bij een nieuwe generatie durfde het aan om een ronduit pretentieus album te maken. Een punkrockopera was het, met als centraal thema een afkeer van de Bush-jaren.
De optredens die de plaat ondersteunden, waren net als de plaat zelf zeer succesvol, maar ook wat curieus: in showelementen had de band werkelijk iedere Vegas-schroom afgeworpen. Terwijl de confettisnippers met tienduizenden door de lucht vlogen, zong een punkband rockopera’s tegen een president. Het publiek twijfelde tussen gebalde vuisten en vrolijk zwaaien.
Nog veel curieuzer is het nieuwe album van de band. Muzikaal bouwt het zo nadrukkelijk voort op juist de grootse gebaren van de voorganger dat het inmiddels moeilijk voorstelbaar is dat Green Day ooit doorbrak met liedjes die uitblonken in eenvoud. Hier klinkt een band die zich lijkt te hebben gespecialiseerd in draken van nummers. Maar het meest opmerkelijk zijn toch de teksten. Het volledige album ademt daarin – al vanaf de titel – een woede uit die gaandeweg het album steeds nadrukkelijker de vraag opwerpt tegen wie of wat hij is gericht. Het antwoord blijft de band schuldig, daar ze blijft hangen in algemeenheden. Het is alsof zanger Billie Joe Armstrong een woedende vinger wil uitsteken, alleen geen idee meer heeft naar wie hij moet wijzen. Zelden klonk protest zo onmachtig en potsierlijk. Billie Joe is boos, maar weet zelf ook niet op wie.
Hoe anders is dat bij nieuwe albums van bands wier woede veel tijdlozer is. In het geval van Marilyn Manson is de bron ervan met name de cultuur van christelijk rechts. Dus zingt hij op zijn nieuwe album cynisch: ‘We don’t like to kill our unborn/ We need them to grow up and fight our wars’.
Terug van weggeweest: Earth Crisis, de band waarvan de AIVD ongetwijfeld enkele albums in een dossier heeft, populair als de Amerikanen zijn bij radicale dierenactivisten. In recente interviews staat zanger Karl Buechner nog steeds zonder voorbehoud achter geweld tegen iedereen die verantwoordelijk is voor dierenleed. Zijn band klinkt op het nieuwe album vertrouwd als een bak grind die wordt leeggegooid, terwijl Buechner onheilspellend zingt over het noodzakelijke ‘violence against violence’.
Obama in het Witte Huis of geen Obama: voor de teksten van Manson en Buechner maakt het geen verschil. Hun woede was er vóór hem, en zal er zijn na hem.

Green Day, 21st Century Breakdown (Reprise Records)
Marilyn Manson, High End of Low (Universal)
Earth Crisis, To the Death (Century Media).

Green Day speelt 16 oktober in Ahoy’ Rotterdam
Earth Crisis speelt 30 augustus in de Melkweg, Amsterdam en 20 september in Dynamo, Eindhoven