KUNST Wendelien van Oldenborgh

GEBEURTENISSEN

Onlangs maakte ik weer ’s mee hoe het appreciëren van een kunstwerk onmogelijk gemaakt kan worden door de manier van presenteren ervan. Het was in Brussel, en het ging om een Malevitsj die zo was uitgelicht – verduisterde zaal, spot erop – dat het was alsof je naar een dia of een hologram keek. Niet naar het ding zelf, maar naar een afbeelding of replica ervan. Een afbeelding of replica bovendien waarvan je zeker wist dat de kleuren, als gevolg van de kleur van de belichting, niet overeenkwamen met die van het originele werk (dat schuilging onder de belichting).
Het leverde interessante gedachten op. Over echt en onecht natuurlijk – de verrassende constatering bijvoorbeeld dat iets tegelijk zowel het een als het ander kan zijn – en over het verschil tussen een ding en een gebeurtenis. Kunstwerken zijn weliswaar dingen, maar ook gebeurtenissen. Kunstwerken zijn tot gebeurtenis geworden dingen. Maar vooral leverde het toch frustratie en ergernis op. Ik wilde verdomme gewoon die Malevitsj zien, niet een sprookjesachtige enscenering!
Iets vergelijkbaars overkwam mij bij On Occasions, de overzichtstentoonstelling van Wendelien van Oldenborgh in TENT, zij het dat hier niet sprake was van een te ver doorgevoerde publieksvriendelijkheid, maar van een gebrek daaraan.
Wie een bezoek overweegt aan On Occasions dient zich voor te bereiden op een paar uur flink zijn best doen. Het bekijken (en beluisteren en proberen te begrijpen) van acht film- en dia-installaties met een gezamenlijke lengte van ruim drieënhalf uur is geen sinecure. In de meeste installaties speelt bovendien tekst een zeer grote rol. In belangrijke mate is dat geschreven tekst, die wordt opgelezen door amateurs die de indruk wekken de teksten pas tijdens de opname voor het eerst onder ogen gekregen te hebben. Het zijn bovendien geen gemakkelijke teksten (zeventiende-eeuwse reisverslagen, brieven en rapporten, een tekst uit 1913 van de Indonesische vrijheidsstrijder R.M. Soewardi Soerjaningrat). En dan ontbreken ook nog eens Nederlandse vertalingen. Hou dan je aandacht er maar ’s bij. En dan moet je voor een belangrijk deel nog staan kijken ook, of ongemakkelijk zitten (zonder ruggesteun). Dat hou je dus niet vol.
Dat er niet in het Nederlands wordt vertaald (wel in het Engels) is met name vreemd omdat Van Oldenborghs werk zich bezighoudt (‘onderzoek doet naar’) de koloniale geschiedenis van Nederland en die verbindt met Neêrlands commerciële en multiculturele heden. Subtiel gaat dat niet. Bovengenoemde zeventiende-eeuwse teksten bijvoorbeeld, afkomstig van protagonisten in het Braziliaanse hoofdstuk van de Nederlandse koloniale geschiedenis, worden uitgesproken door Nederlanders van allochtone komaf. Locatie: de zalen van het Mauritshuis, gebouwd door en vernoemd naar Johan Maurits van Nassau, de befaamde eerste gouverneur van Nederlands-Brazilië. De tekst ‘Als ik eens Nederlander was’ van Soewardi wordt gelezen door de Nederlandse rapper van Marokkaanse afkomst Salah Edin. Locatie: het gebouw van Radio Kootwijk, dat werd gebouwd voor uitzendingen naar Nederlands-Indië.
Troost bood uiteindelijk het besef dat Van Oldenborghs installaties in TENT niet zozeer kunstwerken in eigen rechte zijn, maar veeleer afbeeldingen van ander werk. De films en diaseries zijn registraties van wat er plaatsvond tijdens de opnamen. Van Oldenborghs werk zaait twijfel over het onderscheid tussen autonoom kunstwerk, documentaire en speelfilm. Tussen gebeurtenis en verslag. De medewerkers en spelers (en het publiek toen, bij de opnamen) waren de deelnemers aan een event. Toen vond plaats waar het Van Oldenborgh om te doen is. Al is me niet duidelijk wat dat precies is. Uiteindelijk ‘de ontmoeting met de ander’, vermoed ik. Dit inzicht in het afgeleide karakter van de tentoonstelling loste ook het raadsel van de titel op. On Occasions wil niet zeggen ‘Bij gelegenheden’ (wat dat ook zou moeten betekenen), maar ‘Over gebeurtenissen’.

Wendelien van Oldenborgh, On Occasions, TENT, Rotterdam, t/m 9 november