Hoe de immigratiedienst onderzoekt of een asielzoeker minderjarig is

Geboortedatum onbekend

Asielzoekers jonger dan achttien hebben in Nederland sowieso recht op onderdak, begeleiding en scholing. In geval van twijfel moet de IND de leeftijd onderzoeken. Soms letterlijk tot op het bot.

Asielzoekerscentrum Ter Apel © Kees van de Veen / HH

Het terrein van het Groningse asielcomplex Ter Apel ligt er verlaten bij. De regen is net gestopt, de zonnepanelen op de asielwoningen glinsteren in het zonlicht. In dit dorp vlak bij de Duitse grens moeten alle asielzoekers zich na aankomst in Nederland melden.

ind-medewerkers Patty en Irene trainen hier de medewerkers het verschil te zien tussen een kind en een volwassene. Bij binnenkomst in Nederland moet een asielzoeker zijn leeftijd opgeven. Als iemand zegt minderjarig te zijn en dit niet kan aantonen met identiteitsdocumenten wordt er een ‘leeftijdsschouw’ uitgevoerd. Medewerkers van de ind en de Vreemdelingenpolitie of Marechaussee praten onafhankelijk van elkaar met de vreemdeling, waarbij ze hem of haar observeren. De schouw is belangrijk in de asielprocedure. Als de dienst bepaalt dat iemand jonger dan achttien is, krijgt het kind altijd opvang en begeleiding, mag naar school en kan proberen zijn vader, moeder, broertjes en zusjes naar Nederland te halen. Bij volwassenen ligt dit anders. Volgens de ind vroegen vorig jaar 1225 ‘gestelde minderjarigen’ asiel aan.

Bij de schouwen is het vooral lastig om de leeftijd in te schatten van de groep jongeren ‘tussen de pak ’m beet zestien en eenentwintig’, zegt Irene. ‘Dat is een lastige categorie, want er zijn geen uiterlijke kenmerken voor. Jij hebt stoppels dus ben je eenentwintig, of jij hebt een snorretje dus ben jij achttien. Dan moet er iets anders gedaan worden.’ Om de ind’ers handvatten te geven bij het observeren ontwikkelden de trainers een ‘werktool’. Op die kaart staat een driehoek van aandachtspunten: verklaringen, uiterlijke kenmerken en gedrag. In het midden staan vragen. Wat zie ik? Wat hoor ik? Wat weet ik? ‘Wat voor verklaringen geeft iemand?’ zegt Patty. ‘Daar kan onder vallen: wat voor woorden gebruikt het gestelde kind? Of uiterlijke kenmerken. Hoe ziet iemand eruit? Is er baardgroei of niet? Een adamsappel of niet? Is iemand heel mooi in de make-up of niet? Op basis van die waarnemingen stel je de asielzoeker vragen. De informatie die je zo vergaart, kan tot de conclusie leiden dat iemand evident meerderjarig of evident minderjarig is.’ ‘Maar vooral ook dat je twijfelt over de opgegeven leeftijd’, voegt Irene toe.

Alleen afgaan op uiterlijke kenmerken is niet genoeg. Juist de combinatie van taal, gedrag en uiterlijk ‘maakt dat je iets weet’, vertelt Patty. ‘Er zijn bevolkingsgroepen bekend die helemaal geen baardgroei hebben.’ Dit soort interculturele verschillen worden meegewogen in de beoordeling. In Afrikaanse landen wordt een jong meisje bijvoorbeeld al vanaf haar geboorte opgeleid om het gezin draaiende te houden, zegt Irene. ‘Dan zouden wij vanuit onze cultuur kunnen denken: die is ten minste eenentwintig jaar, in ieder geval achttien, want ze draait het hele huishouden. Maar in sommige culturen is het normaal om dat op jonge leeftijd al te doen.’

De opleiding leeftijdsonderzoek werd ontwikkeld na een incident. Jongeren van wie ‘iedereen wist dat ze meerderjarig waren’ kwamen terecht in een opvang voor minderjarigen en zorgden voor onrust. ‘Er was kennelijk iets fout gegaan bij het schouwen’, zegt Irene. De politiek besloot dat er meer aandacht moest komen voor leeftijdsonderzoek. Ze gaven de eerste training in november 2018, inmiddels volgen 73 medewerkers de opleiding. Hoe het voor die tijd ging, weten de trainers niet. Wat ze er wel over kunnen vertellen is dat er een interne werkinstructie was voor ind-medewerkers en een lijst met vragen over familie, school, opleiding. Nog niet iedereen schouwde op dezelfde wijze.

Het is maart 2018 als Sarah vanuit Libië de oversteek naar Europa maakt. De jonge Eritrese weet hoe gevaarlijk het is om de Middellandse Zee over te steken, maar de omstandigheden in het Libische kamp zijn zo slecht dat ze blij is dat ze daar weg is. ‘Als we komen te overlijden, dan maar liever op zee.’ Veertien uur na vertrek begint het bootje waarin Sarah zit water te maken. In paniek proberen de honderden inzittenden met plastic flessen te hozen. Als dat niet werkt gebruiken ze hier hun kleding voor. Twee vriendinnen uit het kamp verdrinken. Sarah wordt gered door de Italiaanse kustwacht.

Het huis waar de Italiaanse autoriteiten haar onderbrengen voelt onveilig. Er zitten veel nationaliteiten bij elkaar, ook Nigeriaanse mannen ‘die constant met messen vechten’. Al gauw besluit ze weg te gaan. Niemand die het merkt. Ze leeft een maand op straat in Italië. Daarna stapt ze met twee andere jonge Eritreeërs op de trein en reist via Zwitserland naar Nederland. Halverwege april komt Sarah aan in Amsterdam. Ze draagt een briefje bij zich waarop de weg naar asielcomplex Ter Apel staat beschreven. Eenmaal daar aangekomen vraagt ze asiel aan.

Omdat Sarah bij haar aanmelding in Ter Apel zegt zestien te zijn en dat niet kan bewijzen met documenten wordt zij kort na aankomst geschouwd. Ze praat eerst met de Vreemdelingenpolitie. De twee agenten oordelen unaniem dat ‘de opgegeven leeftijd aannemelijk is’. In het rapport over het gesprek schrijven ze dat Sarah erg rustig overkomt, ‘mogelijk getraumatiseerd over hetgeen gebeurd is in Libië’.

De ind komt twee dagen later tot een andere conclusie. De medewerker schrijft in haar rapport dat Sarah ‘weinig oogcontact’ maakt, maar dat er ‘verder geen bijzonderheden’ zijn aan haar gedrag. Ze noteert dat Sarah geen ‘opvallende kraaienpoten’ of ‘rimpels om de ogen’ heeft. Ook ziet ze ‘geen terugwijkende haargrens’, ‘geen grijze haren’ en ‘geen duidelijk zichtbare groeven rond de mondhoeken’. Toch twijfelt ze over Sarahs leeftijd, schrijft ze. Die conclusie is allesbepalend. Nederland wijst Sarahs asielaanvraag af.

Omdat Sarah na aankomst in Italië is geregistreerd als meerderjarige valt ze onder de Dublinverordening. Daarom wordt ze teruggestuurd naar Italië. Vier dagen voor het vliegtuig vertrekt loopt ze weg uit het asielzoekerscentrum. Zij is daarmee een van de 353 Eritreeërs die in 2018 ‘met onbekende bestemming’ uit de opvang verdwijnen.

Organisaties voor ongedocumenteerden zeggen dat er de afgelopen jaren opvallend veel jonge Eritreeërs bij hen aankloppen. Ze zijn gevlucht voor de zware leefomstandigheden onder het dictatoriale regime. Een rapport van mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch beschrijft hoe middelbare scholieren in hun laatste jaar naar een militair trainingskamp worden gestuurd om vanaf daar naadloos door te stromen naar de levenslange dienstplicht. Op deserteren staat de doodstraf, net als op het land verlaten zonder toestemming. Daarom maken mensen uit Eritrea een grote kans op asiel in Europa.

Veel van de jonge Eritreeërs die de organisaties zien, hebben een Dublinclaim. Dat betekent dat ze terug moeten naar het eerste EU-land waar zij geregistreerd zijn om asiel aan te vragen. Als ze niet terugkeren, kiezen ze voor een onzeker leven als ongedocumenteerde.

Wat Sarah precies heeft gezegd over haar leeftijd weet ze niet meer. Ze was er slecht aan toe

Kinderen vallen in principe niet onder de Dublinverordening. Ze hebben recht op bescherming en onderdak van de Nederlandse overheid, zelfs als ze uit een veilig land komen. Toch leven er jonge Eritreeërs op straat die zeggen onder de achttien te zijn. Het is moeilijk vast te stellen hoe groot deze groep is. Ze staan nergens geregistreerd.

In een kamertje op een kantoor van VluchtelingenWerk vertelt Sarah haar verhaal, met hulp van een telefonische tolk die het Tigrinya vertaalt. Door de dunne muren klinken geluiden uit aangrenzende kamers, baby’s die met hun moeder zijn meegekomen naar een afspraak, iemand die hard lacht. Sarah heeft haar zwarte krullen strak ingevlochten in een ingewikkeld patroon, ‘zelf gedaan’.

Ze vertelt dat ze onderweg naar Europa een jaar heeft vastgezeten in een kamp in Libië. Gegijzeld voor losgeld. De Eritrese meisjes die ze daar ontmoet vertellen haar expres ‘alleen maar goede dingen’, zodat ze hoop houdt. Het is er verschrikkelijk. Vrouwen worden verkracht en mishandeld. Ze zijn niks waard voor de Ethiopische en Libische bewakers. ‘Je wordt nat gemaakt met water en constant geslagen. Zelfs tijdens het eten.’ Het lukt Sarah om haar oom in Eritrea te bereiken, uiteindelijk zorgt hij ervoor dat ze wordt vrijgelaten. De Eritrese oom betaalt zo’n negenduizend dollar aan de gijzelaars, dezelfde mensen die Sarah vervolgens op een ‘plastic bootje’ zetten om naar Italië te varen.

‘Wij waren allang blij dat we in een veilig land waren aangekomen’, zegt Sarah over haar aankomst in Italië. Zodra ze aan wal komt, moet ze in de rij gaan staan om haar vingerafdrukken te geven. De Italiaanse politieman doet voor hoe hij zijn naam op een briefje schrijft, om duidelijk te maken dat Sarah dat ook moet doen. Wat ze precies heeft gezegd over haar leeftijd weet ze niet meer. Ze was er slecht aan toe en uitleg over wat er gebeurde kreeg ze niet. Een tolk heeft ze nooit gezien.

Toch gebruikt Nederland deze registratie om de leeftijd van Sarah vast te stellen. Dit komt door het ‘interstatelijk vertrouwensbeginsel’, een juridisch begrip dat de basis vormt voor het Dublinsysteem. Het betekent dat Nederland erop vertrouwt dat informatie die door een andere Europese lidstaat is vastgesteld klopt. Ook de geboortedatum zoals die door Italië is opgeschreven. Hoewel de Vreemdelingenpolitie het aannemelijk vindt dat Sarah zestien jaar is, twijfelt de ind. Als beide partijen het niet eens zijn, moet er verder onderzoek worden gedaan. Dan checkt de ind de Europese databases op registraties in andere lidstaten. In de gegevens die de ind over Sarah opvraagt en ontvangt van de Italianen staat een andere geboortedatum dan die ze zelf aangeeft: 1 januari 2000. Dit maakt dat ze niet zestien maar achttien jaar oud is.

Eritrese vluchtelingen komen vooral via Italië Europa binnen. Daar worden hun naam, geboortedatum en vingerafdrukken geregistreerd in een database. Alle Europese lidstaten kunnen hier informatie over vreemdelingen in opzoeken. Het is een van de eerste plekken waar de ind kijkt als iemand zich meldt.

Uit onderzoek van radioprogramma Argos en journalistencollectief Lost in Europe blijkt dat wat de Italiaanse autoriteiten registreren niet altijd klopt. Meerdere internationale hulporganisaties vertellen dat er onjuiste geboortedata in de database terechtkomen. unhcr, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties, ondersteunt de Italiaanse grenspolitie bij de identificatie van net aangekomen vluchtelingen. De hulporganisatie zegt dat er allerlei problemen spelen.

Honderden migranten moeten binnen 24 uur na aankomst op Italiaanse bodem worden geregistreerd. In de haast schat de politie weleens een verkeerde leeftijd of heeft ze geen tijd om te zien of de opgegeven leeftijd geloofwaardig is. Daarbij begrijpen vreemdelingen niet altijd goed wat er van hen wordt gevraagd en dat het belangrijk is om de juiste geboortedatum op te geven. Er is niet altijd een tolk aanwezig die hun taal spreekt. Niet iedereen weet zijn geboortedatum. In Eritrea gebruiken ze ook nog eens een andere kalender die zo’n zeven tot acht jaar van de westerse jaartelling verschilt.

Gevluchte kinderen geven soms zelf aan achttien jaar of ouder te zijn. Dit doen ze omdat hun smokkelaar hun dat vertelt of omdat ze bang zijn te worden gescheiden van hun reisgenoten. Een kind wordt in een opvang voor minderjarigen geplaatst en kan niet verder reizen. Ook de hulporganisatie Save the Children en de Internationale Organisatie voor Migratie bevestigen dat vluchtelingenkinderen in Italië soms onterecht worden geregistreerd als volwassenen.

Als de IND geen Europese registratie vindt, kan als laatste optie een medisch leeftijdsonderzoek in gang worden gezet: de botten worden onderzocht. Er worden röntgenfoto’s gemaakt van het hand-polsgebied en de uiteinden van de sleutelbeenderen van een vreemdeling. Radiologen kijken of die botten ‘uitgerijpt’ zijn en rapporteren dit aan het Nederlands Forensisch Instituut (nfi). Daar bekijken forensisch antropologen de röntgenfoto’s en beoordeling en maken ze een inschatting over iemands meerderjarigheid.

In 2018 heeft het nfi slechts dertien leeftijdsonderzoeken uitgevoerd. ‘Ik denk dat we er tien jaar geleden zo’n vijfhonderd of zeshonderd per jaar deden’, vertelt nfi’er Michiel de Haas. Hij voert het medisch leeftijdsonderzoek uit, samen met forensisch antropoloog Mayonne van Wijk.

Kort na de eeuwwisseling ontstond er discussie over de methode en procedure van het bot-onderzoek. Mede daardoor is het sinds 2008 bij het nfi ondergebracht. Het instituut stuurt de röntgenfoto’s naar radiologen in het buitenland. In Nederland doen radiologen geen leeftijdsonderzoek meer voor de ind ‘omdat ze verplicht zijn de beoordeling met hun naam te ondertekenen’, vertelt De Haas. ‘Er werden in het verleden nogal wat mensen bedreigd en de minister vond het onverantwoord om het ondertekenen met naam door te zetten zonder dat hij de juiste bescherming kon bieden.’ De tuchtrechter ging niet mee in deze redenering ‘en dus zijn we uitgeweken naar radiologen in het buitenland die wel anoniem mogen ondertekenen’.

Iemand zou ten minste twintig jaar oud moeten zijn als de botten volledig zijn ‘uitgerijpt’

De Nederlandse Vereniging voor Radiologie schrijft dat ze haar leden adviseert alleen een uitspraak te doen over de ‘mate van skeletrijping’. ‘Een leeftijd kunnen ze hier beter niet aan verbinden’, schrijft de vereniging, want de botrijping is voor ieder mens verschillend, afhankelijk van etniciteit, geslacht, milieu en gezondheidstoestand. Desondanks bepaalt het nfi of de radiologische beoordelingen passen bij de door de vreemdeling opgegeven leeftijd. Wel kan het voorkomen dat de ene radioloog beide sleutelbeenderen als ‘uitgerijpt’ beoordeelt en de andere radioloog het ene sleutelbeen als ‘uitgerijpt’ maar het andere sleutelbeen onvoldoende beoordeelbaar acht. In dat geval doen de onderzoekers geen uitspraak over de meerderjarigheid en volgt de ind de door de vreemdeling opgegeven leeftijd.

Daarbij komt dat het nfi bij de beoordeling uitgaat van referentiepopulaties met een hoge socio-economische status, zegt Van Wijk. Iemand zou ten minste twintig jaar oud moeten zijn als de botten volledig ‘uitgerijpt’ zijn. Die van bijvoorbeeld ‘Europeanen en Amerikanen’ zijn gemiddeld eerder ‘uitgerijpt’ dan die van populaties die daar niet vandaan komen. De keuze voor westerse referentiepopulaties verkleint daarom het risico op het fout beoordelen van een persoon op meerderjarigheid.

De eerste weken in Nederland verblijft Sarah in een opvang voor minderjarigen. Dat verandert als de ind haar leeftijd aanpast naar achttien jaar oud. Ze wordt overgeplaatst naar een asielzoekerscentrum voor volwassenen.

Sarahs jeugdbeschermer en haar mentor bij hulporganisatie Nidos schrijven in een brief aan haar advocaat dat het meisje op hen ‘erg jong overkomt’. Haar taalgebruik en gedrag passen meer bij een puber. Ze blijft ’s nachts vaak laat op en heeft ‘veel sturing nodig’ bij het op tijd naar bed gaan. De Nidos-medewerkers vragen zich af of Sarah wel de juiste zorg zal krijgen in een opvang voor volwassenen. De brief van Nidos wordt aangevoerd in de verschillende rechtszaken die Sarah voert om in Nederland te mogen blijven.

Hulporganisaties bekritiseren de opvangomstandigheden in Italië. Duizenden vluchtelingen leven er op straat. Ook VluchtelingenWerk laat weten dat de opvang voor asielzoekers in Italië erbarmelijk is. ‘De kinderen lopen een groot risico om slachtoffer te worden van mensenhandel of andere vormen van criminaliteit, zoals seksueel geweld.’ Toch blijft Nederland mensen met een Dublinclaim terugsturen.

Om Sarahs uitzetting aan te vechten voert haar advocaat aan dat het Italiaanse asielsysteem tekortschiet op allerlei fronten, dat er geen passende opvang is voor minderjarigen en dat er veel minderjarige asielzoekers ‘verdwijnen’. Ook bestaat volgens haar advocaat de kans dat Italië Sarah terugstuurt naar Eritrea.

Tot aan de hoogste Nederlandse rechter vecht Sarah het besluit van de ind aan. Zonder resultaat. De bewijzen die zij levert voor haar minderjarige leeftijd worden niet geldig geacht. Haar doopakte uit Eritrea is geen ‘authentiek identificerend document’. Het is niet afgegeven door de Eritrese overheid en bevat geen pasfoto. Ook oordeelt de rechter dat Sarah niet hard kan maken waarom haar leeftijdsregistratie in Italië niet zou kloppen. Voor de Nederlandse overheid is en blijft ze een volwassene.

In een schriftelijke reactie noemt VluchtelingenWerk Nederland de leeftijdsschouw ‘discutabel’. Want: ‘Hoe kun je aan iemands uiterlijk bepalen of hij jonger of ouder is dan achttien jaar? Denk maar aan de Sire-campagne over leeftijdsschatting voor het kopen van alcohol. Daarin wordt expliciet duidelijk gemaakt dat je aan iemands uiterlijk de leeftijd niet kunt zien’, schrijft de organisatie.

Voor de leeftijdsschouw is geen wetenschappelijke basis. ‘Dat is ook niet onze bewering’, zegt trainer Patty. ‘Er is geen wetenschap die zegt: als ik naar je linkeroor kijk, ben je volwassen.’ Toch kunnen de observaties van een ind-medewerker de toekomst van een vreemdeling bepalen. Waarom weegt die beoordeling dan zo zwaar? Patty: ‘Omdat het van belang is om de juiste procedurestappen aan te bieden. We willen ook niet dat een kind bij een volwassene wordt geplaatst in de opvang of omgekeerd: dat iemand die eigenlijk vijfendertig is bij een veertienjarige jongen op de kamer komt te slapen, toch?’

De boodschap die de trainers hun deelnemers meegeven is: ‘twijfel is oké’. ‘Wees voorzichtig met de aannames die je doet’, zegt Irene. ‘Als je twijfelt, geef het aan, want dan hebben we nog de mogelijkheid om een leeftijdsonderzoek in te stellen.’

‘Ik heb gehoord dat als je anderhalf jaar in Nederland blijft, dat je vingerafdrukken dan weggaan’, zegt Sarah. Dus leeft ze als ongedocumenteerde onder de radar van de autoriteiten totdat haar Dublinclaim verloopt. Als dat lukt, kan ze opnieuw asiel aanvragen.

Sarah hoopt dat ze in Nederland een verblijfsvergunning krijgt. Als ze die heeft wil ze naar school om kapper te worden. ‘Dat is wat ik goed kan.’ De jonge Eritrese kijkt uit naar het moment dat ze geld kan verdienen om daarmee haar ouders in Eritrea te helpen. Nu leeft ze zonder papieren en is ze afhankelijk van liefdadigheid van anderen. Het huis waar ze woont is een tijdelijke opvang. Hoelang ze daar nog kan blijven, weet ze niet. Sarah heeft nog zo’n vier maanden te gaan. Al die tijd staat haar leven in de wacht.

De IND-medewerkers Patty en Irene willen alleen met hun voornaam in de publiciteit. Sarah is een gefingeerde naam. Radioprogramma Argos besteedde op 18 januari ook aandacht aan dit onderzoek