Geboren leugenaars

TONEEL

Ze beginnen met het tellen van de mensen en de dingen. Zo komen ze tot het zich al dan niet moedwillig vergissen in het tellen. Dat is de eerste, letterlijke betekenis van het woord ‘vertellen’. Al vertellend verdwalen ze vervolgens in het verhaal van hun reis. Naar Ouagadougou. In Burkina Faso. Ze volgen de vage sporen van de familie van een van hen. De vader reisde ooit in de omgekeerde richting: vanuit Centraal-Afrika naar het Avondland. Het is Spoorloos zonder violen en tranen. Sowieso zonder finale. Want dit zijn toneelmakers. Die liegen de waarheid. En de vertelling over een gelogen weerzien kent geen finale, er zitten ook geen violen onder en geen tranen in. Wel muziek overigens. Daar kom ik nog op. En ontroering. Ingetogen ontroering misschien. Of bij elkaar gelogen emoties. Kan ook.

De speelvloer is kaal als we beginnen en overvol als we de vertelling na zo’n zes, zeven kwartier verlaten. Michiel Bakker en Carole van Ditzhuyzen (van de groep Tijdelijke Samenscholing die Ouagadougou heeft gemaakt) zwerven over de kale vloer en vullen die met anekdotes, sfeerbeschrijvingen, avonturen en toeristische irritaties. En met foto’s en voorwerpen. Hun derde man, componist/musicus Stan Vreeken, brengt twee musici mee (Kees Dijkstra en Julian du Perron) en met hen zwerft hij door een eigen verhaallijn die bestaat uit liedjes over een verzonnen nomade in een ruig land. Zij bemoeien zich feitelijk niet met de reisverhalen van de twee vertellers, die op hun beurt soms weer wel zachtjes meezingen in Vreekens epos.

Hoewel de mededeling niet zonder risico’s en misverstanden is, durf ik hier unverfroren te beweren dat Bakker en Van Ditzhuyzen geboren leugenaars zijn. Ze zijn namelijk heel goeie toneelspelers. Ze toonden die twee zijden van hetzelfde vak al in hun vorige voorstelling Interview (doen alsof het fictie is). Hier trekken ze een paar andere registers van hun grote talent open. En tonen ons een zoektocht met evenveel kans van slagen als een sneeuwbal in de hel (vanwege de minimale aanwijzingen waarover ze beschikken), met ook nog eens beduidende verschillen in de verborgen agenda’s van de reizigers (familiesporen zoeken, ja ja, maar toch ook wel ’n beetje aan een safari willen ruiken) en met wat geestige smetjes in de voorbereiding (een korte broek meebrengen voor veertig graden in de schaduw is vragen om problemen in heel grote herenmaten). Het zorgt allemaal voor de juiste, slordige en rafelige onbalans tussen speurzin en hilariteit, een kwaliteit waarin de voorstelling overigens in rap tempo groeit – ik zag haar op twee achtereenvolgende avonden een bijna spectaculaire swing verwerven.

En dan is er nog het wonder van de muziek. Wat die drie jongens uit hun instrumenten toveren en Stan Vreeken uit zijn componisteninstinct en uit zijn stem, beste lezers, ik heb er niet voor doorgeleerd, maar kreeg er afwisselend koude en hete rillingen van. Goed en stemmingsvol is dat materiaal en het levert een sterk en eigengereid commentaar op binnen de raamvertelling. Ouagadougou onderstreept weer eens hoe groot de betekenis is van beschermende toneelhuizen als Frascati Producties, dat dit initiatief mede mogelijk heeft gemaakt en dat Tijdelijke Samenscholing terecht al langer onder zijn hoede heeft. In al haar overrompelende eenvoud heeft die samenwerking nu opnieuw een heel sterke voorstelling opgeleverd.

Ouagadougou is nog te zien in Theater Frascati te Amsterdam t/m 19 januari. Daarna op 26 en 27 januari in Theater Kikker, Utrecht en op 16 maart in de Rotterdamse Schouwburg. theaterfrascati.nl