Jean-Christophe Buisson, Hij heette Vlasov

Geboren verrader?

Jean-Christophe Buisson
Hij heette Vlasov
Uit het Frans (Il s’appelait Vlassov, 2004) vertaald door Marieke van Laake
De Arbeiderspers (Oorlogsdomein nr. 16), 207 blz., € 21,95

Geboren verrader?

De historische feiten: in 1940 was Andrej Andrejevitsj Vlasov op z’n veertigste de jongste generaal in het Rode Leger. Hij had niet alleen de zuiveringen overleefd, hij doorbrak de Duitse omsingeling van Leningrad en redde Moskou. Dezelfde Stalin wiens favoriet hij was, liet hem vervolgens in de steek. In Duitse gevangenschap bood hij de vijand aan een Russisch leger te formeren om samen met hen het bolsjewisme te bestrijden. Na de oorlog leverden de geallieerden hem uit aan de Sovjet-Unie. Hij werd kort daarna opgehangen, de geschiedenis ingaand als een geboren verrader.

In de roman van de slavist en journalist Buisson begint een Franse journalist in 1993 een onderzoek dat hem na veel leeswerk op het spoor brengt van een jeugdvriend en strijd-makker van Vlasov, de negentigjarige Koloemov, die als een kluizenaar ergens in Rusland leeft. Die vertelt een heel andere geschiedenis: Vlasov was en bleef lang een overtuigd communist. Omdat hij niet langer de rampen kon aanzien die Stalin en zijn kliek aanrichtten, besloot hij van Duitsland gebruik te maken om het bolsjewisme te bestrijden – uit vaderlandsliefde.

Het levensverhaal van Vlasov maakt een goed gedocumenteerde indruk, zowel inzake Vlasov als wat de rol van de Sovjet-Unie in de oorlog aangaat. Handig maakt de auteur van de uiteraard gefingeerde strijdmakker gebruik om talloze details op te dissen en het beeld van de grootste verrader aller tijden danig te nuanceren.

Als journalistiek onderzoek is Hij heette Vlasov beter dan als roman. De geschiedenis van de generaal en zijn bloedbroeder doet wat geforceerd aan, zeker als de rol van een vrouw en het toeval samen een beslissend aandeel in beider levens krijgen. Interessant materiaal dus, maar twee passages bederven het.

De ene is het slot wanneer Koloemov al vijftig jaar geleden gestorven blijkt te zijn – rara wie die grote man die alles van nabij weet dan wel is (niemand heeft het graf van Vlasov ooit gezien).

De andere is de gedachtegang van de journalist, die in een beschouwelijke bui tot de slotsom komt «dat we eigenlijk allemaal bij de categorie van de verraders horen. (…) Verraad beheerst de wereld.» Waarom zou je nog het verhaal lezen over die ene zogenaamde verrader als, goed beschouwd, iedereen verraad pleegt? Zoals zo vaak wordt een interessante gevalsstudie door quasi-filosofische algemeenheden om zeep geholpen.