H.J.A. Hofland

Gebrek aan leiderschap

De liquidatie van sjeik Yassin is een meesterzet van premier Sharon. Zelfs in Palestina gebeurt het maar zelden dat tweehonderdduizend mensen in wilde wraaklust de straat op gaan. In Europa keuren alle hele, halve en potentiële bondgenoten de daad af. De gematigde Arabische leiders weten zich geen raad. President Bush zelf zwijgt, maar Condoleezza Rice laat zeggen dat Washington zich op de vlakte houdt. Het is een manier om je vrienden weer eens te kunnen tellen.

Kenners van Sharons gedachtewereld leggen een verband met de mogelijke ontruiming van de Gazastrook. Hij wil niet dat die door de Palestijnen, in het bijzonder Hamas, als een overwinning zal worden uitgelegd. Daarom heeft hij de organisatie bij voorbaat onthoofd. Anderen, minder goed op de hoogte van de materie, verwachten dat de liquidatie niets anders zal zijn dan een bijdrage tot de volgende uitzichtloze voortzetting van het geweld. De gelovigen van de wraak vestigen de aandacht op de wijze van liquidatie. De sjeik is bij het verlaten van de moskee per raket vanuit een helikopter geliquideerd. Een verrassende dood, vergelijkbaar met die waarmee Israëlische buspassagiers worden overvallen. Al die verklaringen voegen niets nieuws toe aan onze wetenschap. Het lijkt alsof het conflict zich in een geïsoleerd gebied in eindeloze herhaling zal voortzetten.

Na 11 september 2001 heeft Sharon zijn uiterste best gedaan het conflict tussen Israël en Palestina tot een onderdeel van de strijd tegen het internationale terrorisme te maken. Als Arafat buiten gevecht zou worden gesteld, in zijn woorden «irrelevant» gemaakt, zou het terroris me een zware klap zijn toegebracht. Hij begon zijn actie tegen Arafat in Ramallah en sloot de voorzitter van de Palestijnse Autoriteit praktisch op in zijn kantoortje (toen tegen de zin van Bush, maar die heeft in Israël niets te vertellen). Het voorlopige resultaat was dat de Palestijnen op dezelfde voet hun aanslagen voortzetten.

Toen begon de aanval op Irak. Tien maanden na het overwinningsgedruis weten we dat de zege — de dood van de gebroeders Saddam junior, de arrestatie van hun vader en een paar duizend van zijn volgelingen — niet de beloofde dageraad van de democratie in het Midden-Oosten heeft gebracht. Integendeel, het front is verlengd, op een aantal manieren.

Ten eerste geldt dit voor het front van het geweld. Met bomaanslagen werden eerst de Ver enigde Naties uit Bagdad verjaagd. Vervolgens zijn door het in stand houden van de onveiligheid ter plaatse de wederopbouw en democratisering vertraagd. Het in stand houden van de betrekkelijke chaos heeft de Coalitie, in het bijzonder de Amerikanen, op hoge kosten gejaagd, zowel in mensenlevens als in dollars, zelfs in die mate dat Irak een rol gaat spelen in de Amerikaanse verkiezingen. Dat is regelrecht tegengesteld aan wat Bush cum suis ervan hadden verwacht. Niet dit bewind verslaat het terrorisme, maar voor de terroristen daagt het perspectief dat ze met nog een paar goed gerichte aanslagen Bush kunnen verslaan.

Inmiddels hoort, met de aanslag in Madrid, ook Europa tot het front van het geweld. De Europese landen reorganiseren hun veiligheidsdiensten. Binnenkort beginnen in ons werelddeel twee onoverzichtelijke mondiale evenementen, de Europese kampioenschappen voetbal in Portugal en de Olympische Spelen in Athene. Grieken zijn een aardig en gastvrij volk, maar van organisatie hebben ze niet veel kaas gegeten. Op dit ogenblik is het nog zeer de vraag of ze erin zullen slagen het dak boven het grote stadion op tijd op zijn plaats te krijgen.

De Portugezen staan in organisatiekunde ook niet aan de top van de ranglijst. In het vooruitzicht op hun grootste zomer plezier slaat de Euro peanen de schrik om het hart. Daarin worden ze aangemoedigd door de media, met hun lijsten van doelen die verlei delijk zijn voor terroristen. Angst voor terrorisme nadert tot een mediahype.

Zo komen we, ten tweede, tot het politiek-diplomatieke front. Spanje dreigt uit de Coalitie in Irak te stappen. De Polen laten weten dat ze zich door Bush bedrogen voelen en dreigen hetzelfde te doen. Hieruit ontstaat een nieuw Europees debat, tussen de oorspronkelijke oorlogspartij die de twijfelaars van «appeasement» beschuldigt en de anderen die de onversaagde strijdlustigen van leugen en bedrog beschuldigen.

Misschien zijn de internationale terroristen de afgelopen anderhalf jaar zware slagen toegebracht. Dat weten we niet, want we kunnen niet achter hun front of in hun hoofdkwartier kijken. Het zal nog moeten blijken. Tot het zo ver is, valt aan één conclusie niet te ontkomen: dat ze het initiatief in handen hebben en dat «wij» met onze aanvalsstrategie het front verlengd hebben. Dat is voor een partij die zich tegen een guerrilla weert altijd een nadeel.

Hier verschijnen Sharon en de dode sjeik weer op het toneel. Het Israëlisch-Palestijns conflict wordt verder in het grote front tegen het terrorisme gerangeerd, maar op een andere manier dan Sharon bedoelt. De liquidatie versterkt de verbittering van de tegenstander, vormt een bijdrage tot de rekrutering van terroristen en bevordert de verdeeldheid in eigen kamp. Daaraan valt nu, aan onze kant van het front, niets te doen. Zo bewijst, en dat is de laatste conclusie, deze aanslag met de daarop volgende reacties de fundamentele verwarring van het Westen. Anders gezegd, onze diepste crisis: het gebrek aan leiderschap.