Ariël Sharon is weg

Gebrek aan wil tot matigheid

Ariël Sharon is weg. Hij is weliswaar nog niet dood, maar wel zo goed als. Waar kwam hij vandaan, en wat kan Israël verwachten nu hij is verdwenen?

JERUZALEM – Wat gaat er gebeuren nu Sharon van het toneel is verdwenen? In Israël zijn gematigde partijen nooit erg populair geweest. De meest succesvolle was Dash, die in 1977 vijftien van de 120 zetels in de Knesset wist te veroveren. Maar meteen daarna spleet ze in tweeën, en binnen een paar jaar was de partij zo goed als verdwenen.

De evacuatie van Gaza bleek een groot succes te zijn; in november-december 2005 wezen opiniepeilingen uit dat de meerderheid van de Israëliërs bereid was Sharon te volgen in het doen van meer «pijnlijke concessies». Het waren die peilingen die Sharon de moed gaven zijn nieuwe Kadima Partij op te richten. Opnieuw leek de gok een winnende te zijn, aangezien een derde van de kiezers verklaarde dat ze Sharon zouden steunen bij de ophanden zijnde verkiezingen.

Tweeënhalve maand voor de verkiezingen zijn alle opties nu open. Hoewel in Sharons nieuwe partij enkele van de bekendste figuren in de Israëlische politiek zitten, is het een zeer divers gezelschap. Sommigen, zoals de oude Shimon Peres, sloten zich aan bij Sharon nadat ze waren afgewezen door hun eigen partijen. Anderen, zoals minister van Defensie Shaul Mofaz, deden het uit puur opportunistische overwegingen. Op de lijst staan enkele van de meest gehate mensen van het land. Een prominent specimen daarvan is Tshai Hanegbi, die algemeen wordt beschouwd als het meest corrupte lid van de Knesset. Op enkele uitzonderingen na zijn het de uitgestotenen van de Israëlische politiek.

En nog erger: die lijst met namen is alles wat er is. Kadima is zo nieuw dat de partij noch een ideologie heeft, noch instituties zoals een centraal comité of een arbitragecommissie en zelfs geen mechanisme om vast te stellen welke van haar leden kandidaat zullen worden.

In deze omstandigheden hangt alles af van de nieuwe leider van Kadima, interim-premier Ehud Olmert, voormalig burgemeester van Jeruzalem en Sharons rechterhand. Hoewel zelfs tegenstanders zijn scherpe geest erkennen, is hij niet erg populair. De grap wordt wel gemaakt dat, als Olmert zou worden gebeten door een slang, de slang zou sterven.

Olmert staat voor een reusachtig zware taak. Slechts een paar dagen nadat die van Sharon werd geëlimineerd, begonnen enkele zelfverklaarde leden van Kadima met de ellebogen te werken voor een plaats op de lijst van hun partij. Je kunt het ze nauwelijks kwalijk nemen: politici zijn politici, en een ordelijke manier om ze te plaatsen bestaat niet. Na verloop van tijd zullen sommigen van hen ongetwijfeld teruggaan naar hun oude partijen, terwijl anderen, in wanhoop, misschien de politiek geheel en al de rug toekeren.

Of Olmert in zulke omstandigheden de verkiezingen kan winnen, moet blijken. Zelfs als hij wint zal hij niet Sharons autoriteit hebben. Zijn referenties als strijder en rechts politicus zijn gewoon niet goed genoeg. Of de meeste Israëliërs hem zullen volgen in het doen van verdere «pijnlijke concessies» moet eveneens nog blijken. Om maar te zwijgen over het feit dat, afgezien van de belofte dat ze in de voetstappen van Sharons zevenmijlslaarzen zullen treden, hij en zijn partij geen enkel programma hebben en het feit dat, gezien het zootje ongeregeld dat de leiders van Kadima vormen, elke poging een programma halsoverkop in elkaar te zetten meer kwaad zal aanrichten dan goed zal doen.

In deze omstandigheden is het onmogelijk te zeggen waar Israël naartoe gaat. De afgelopen twee jaar zijn goed geweest. Hoewel het terrorisme niet is verdwenen, is het wel afgenomen. De economie, die in 2000-2003 klappen opliep, heeft zich krachtig hersteld. Hopelijk zullen de Israëliërs beseffen dat ze, om de moeilijke tijden die komen te kunnen doorstaan, zich moeten verenigen achter een nieuwe leider. Maar deze schrijver betwijfelt dat.

Vertaling: Rob van Erkelens