Linzi Glass

Gebroken werelden

Linzi Glass
Het jaar dat de zigeuners kwamen
Uit het Engels vertaald door Jenny de Jonge
Pimento, 287 blz., € 15,95 (14+)

In de proloog van Het jaar dat de zigeuners kwamen vergelijkt hoofdpersoon Emily Iris haar familie met haar woonplaats Johannesburg; eGoli in Zoeloe – de ‘gouden stad’: een illusie bijeengehouden door stof, zoals de goudgele bergen afval die afkomstig zijn uit de kilometers diepe goudmijnen rondom Johannesburg. Het is een treffend, mooi en pijnlijk beeld dat de tragische toon zet voor de indrukwekkende debuutroman van Linzi Glass, die in de Verenigde Staten woont, maar opgroeide in het Zuid-Afrika van de late jaren zestig van de vorige eeuw, toen apartheid de norm was. Het kleurrijke land en de zwarte periode vergroeiden met Glass’ blanke ziel en vormden haar inspiratiebron.

Het verhaal van Emily (een bijna dertienjarige wildebras) over haar zelfzuchtige, verveelde, overspelige moeder, haar hardwerkende vader die directeur is van een handelsbedrijf in bonbons en haar sprankelende roodharige zestienjarige zus Sarah, begint in de lente van 1966, wanneer tussen het echtpaar Iris ondraaglijke spanningen ontstaan. Als afleidingsmanoeuvre komen er gasten logeren: zwervers uit Australië, de ‘zigeuners’ uit de titel. Vader natuurfotograaf. Moeder overjarige hippie. Zoon Streak eerlijk en twaalf. Zoon Ottis geestelijk achtergebleven en ‘een foute reuzenschaduw’ die aan Sarah vastgeplakt lijkt.

De helend bedoelde logeerformule lijkt aanvankelijk te werken. Maar wanneer blijkt dat bij ‘de zigeuners’ een knobkerrie (houten knuppel) als opvoedingsinstrument dient, dreigt onheil.

Glass toont zich een groot verteltalent. Kleuren en geuren springen van de bladzijden. Ongemerkt trekt ze je steeds verder Emily’s wereld in. Een wereld die net zo gebarsten en gespleten is als het land waar ze woont. Een wereld die uiteindelijk definitief breekt wanneer een onomkeerbare tragedie plaatsvindt.

Mooi is hoe Glass de directe oorzaak van het familiedrama in het ongewisse laat. Mooi is ook het beeld van het vergrootglas waarmee Emily aan het einde van het verhaal voor het laatst naar alles kijkt waarvan ze houdt en afscheid moet nemen: haar naar marmelade geurende zus Sarah, haar kinderliefde voor haar moeder die in de blauwe zachtheid van haar moeders trui is achtergebleven, en bovenal Buza, de oude Zoeloe-nachtwaker die terugkeert naar zijn eigen volk.

Buza is het hart van Glass’ _cross-over-_roman. Hij laat het boek ademen en kloppen. Hij vervlecht Emily’s gebroken wereld met die van Zuid-Afrika. Hij heelt met zijn traditionele, mystieke verhalen Emily’s hart. Hij troost en geeft hoop. Ondanks, of misschien juist dankzij de door Glass subtiel geschetste mensonterende situatie waarin zijn volk zich bevindt. Hoop doet leven. En Glass kan schrijven.