H.J.A. Hofland

Gebruik van de goodwill

Volgens de traditie moest tot dusver een nieuwe Amerikaanse president honderd dagen in functie zijn voor het eerste oordeel over hem werd geveld. Gun hem even de tijd. Zijn baan is al moeilijk genoeg. Ook hier gaat het bij president Obama anders. Geen wonder. Van iemand die zich in zijn campagne heeft aangediend als de man die de grote verandering tot stand zal brengen, de totale ommekeer, en die na zijn overwinning begroet is als de wereldse verlosser, wordt in deze tijd van superlatieven en hype verwacht dat hij kan toveren. Dan betreedt de nieuwe president de wereld van de rauwe werkelijkheid. Gezien de lijst van gigantische problemen die hij heeft geërfd valt het geweldig mee wat hij er in zijn eerste drie weken van terecht heeft gebracht. Maar de illusie dat hij de tovenaar zou zijn is achterhaald. Het nuchtere oordeel keert terug.
Op het gebied van de buitenlandse politiek bestaat Obama’s bedrijfskapitaal voorlopig hoofdzakelijk uit goodwill. Na de verwoestingen die zijn voorganger heeft aangericht – bij de bondgenoten, in de diplomatie, door het verwaarlozen van conflict–haarden, in het bijzonder Israël-Palestina – is dat al heel wat. De Atlantische alliantie, Moskou, misschien Teheran zijn bereid de nieuwe opening te aanvaarden, te exploreren. Iedere partij op haar eigen manier. En dan komt het beslissende moment: wat zal door Washington worden gevraagd?
Het zwaartepunt van het beleid verschuift. Europa staat niet meer op de eerste plaats van de Amerikaanse prioriteiten. Minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton brengt haar eerste officiële bezoek aan Japan, gaat daarna naar China, en is over twee weken in Moskou. Verder staan Indonesië en Zuid-Korea op het programma. Daar zal hoofdzakelijk over de economische crisis en het klimaat worden gesproken. Maar in Washington wordt gespeculeerd over een nieuw verbond waar China en India deel van zouden uitmaken. Op het eerste gezicht min of meer een monsterverbond dat de mondiale veiligheid zou moeten dienen, voorzover die verbonden is met Afghanistan en het Pakistaanse grensgebied.
Gezien alle complicaties uit het verleden waarmee zo’n project zou zijn belast, lijkt het een idealistische hersenschim. Maar het heeft ook een voor de hand liggende logica. Want tenslotte zou heel Azië erbij gebaat zijn als het slopende conflict in Afghanistan zou worden opgelost. Onder de internationale verhoudingen zoals die nu gelden, beginnen de Taliban te mondialiseren, in die zin dat via Washington de invloed van de kwellende Afghaanse zweer overal voelbaar wordt. En in de evaluatie van Obama’s bewind doemt Afghanistan voorlopig op als een oeverloos vraagstuk. Acht jaar nadat de oorlog daar begonnen is en vervolgens een paar maanden later de Taliban verslagen leken, verkeert het land in toenemende mate in chaos en heeft de tegenstander het initiatief in handen.
Tekenend is dat deze week in de Swat-vallei, een gebied dat tot Pakistan hoort, plaatselijke leiders van de Taliban met het provinciale bestuur hebben afgesproken dat daar de sharia, het islamitisch recht, zal worden ingevoerd. Feitelijk stond het gebied al onder het gezag van de fundamentalisten. Meisjesscholen werden in brand gestoken, mannen moesten hun baard laten staan en ‘spionnen voor Amerika’ werden onthoofd. De Pakistaanse president Zardari zei voor de televisie dat de Taliban nu proberen de staat over te nemen.
Praktische vraag: wat zal Amerika onder leiding van de nieuwe president tegen dit alles doen? Om te beginnen heeft hij Richard Holbrooke tot speciale gezant voor Pakistan en Afghanistan benoemd. Holbrooke heeft in 1995 door een volhardende, vernuftige en agressieve diplomatie, gesteund door militaire macht, de vrede in Bosnië bewerkstelligd. Lees daarover zijn meeslepende boek To End a War. Een jaar of drie geleden is hij in Afghanistan geweest, niet in een overheidsfunctie maar met vakantie. Als er één Amerikaan is met de noodzakelijke ervaring en de persoonlijkheid om het werk daar tot een goed eind te brengen, dan is hij het.
Maar Afghanistan is Bosnië niet. Alles is ingewikkelder, groter, en bovendien maakt dit vraagstuk deel uit van een steeds explosiever wordend internationaal complex. Op het ogenblik valt in de verste verte nog niet te zeggen of minister Clinton en Holbrooke erin zullen slagen een nieuwe geloofwaardige opening te vinden. Daarvoor zullen dan misschien ook meer troepen nodig zijn. David E. Sanger, de Washingtonse correspondent van The New York Times, verwacht dat Obama zal proberen een coalition of the willing te vormen, maar dan met meer succes dan Bush dat voor Irak heeft gedaan. Obama heeft de goodwill. Vooral Nederland moet goed opletten hoe de president dit bedrijfskapitaal zal gebruiken. Straks krijgt Den Haag het verzoek of we na 2010 toch nog even in Afghanistan willen blijven. Mij dunkt, voorlopig zijn we willing genoeg geweest.