Floor Haakman

Gedachte experiment

Floor Haakman, Oneetbaar brood. Uitg. Bert Bakker, 183 blz., ƒ29,90

De roman Oneetbaar brood, het debuut van Floor Haakman (1973), bevat een flinke dosis cultuurkritiek: de meeste mensen zijn niet meer dan een wandelend cliché. Ze laten zich leiden door de wetten van alledag zonder te onderzoeken of ze ook andere mogelijkheden hebben om dat leven in te richten. Het zijn de onbestemde mannetjes met koffertjes op weg naar hun onbestemde werk die Nadar, de hoofdfiguur, zoveel angst aanjagen. Die misschien iedereen wel angst aanjagen. Maar Nadar, een docent filosofie aan de universiteit, gaat het allemaal anders doen. Hij besluit, bij wijze van gedachte-experiment, dat het echte leven zich elders af speelt: in de droom. Dat biedt hem het perspectief van volledige vrijheid: de wereld ziet eruit zoals je vindt dat ze eruit moet zien — en zo staat Nadar in het centrum van een eigen universum: «Leefde je eerst in een door angst gedicteerde, begrijpelijke maar verzonnen wereld waarin logica en vanzelfsprekendheden de wet uitmaakten, dan kun je je nu plotseling wanen in een wereld waar alles mogelijk is.»
Hij moet zich dan wel volledig losmaken van die vanzelfsprekendheden. Van zijn lieve en naïeve vrouw Emma; van de goedlachse maar banale Berend, zijn jeugdvriend. Nadar gaat deze mensen beschouwen als slechts personages in het verhaal dat hijzelf verzint. De enige die zich onttrekt aan zijn macht is het meisje Osten-Sibel, een studente van hem die hem herinnert aan iets; aan hemzelf, zijn verleden, zijn verlangens, aan het leven dat hij wil ontvluchten. Dus zo makkelijk is het niet om «vrij» te zijn (en wil hij dat eigenlijk wel?).
De vele ideeën en filosofietjes die in deze roman moeten worden uitgewerkt, zijn niet allemaal zo nieuw en verrassend als Floor Haakman misschien had gewild. Het boek kent mooie overgangen tussen waan en «werkelijkheid», maar de vele pseudo-platoonse raadseltjes doen het verhaal soms stijf stilstaan. En dat is lelijk.