Gedachten

Ooit heb ik samengewoond met een man die veel aan zijn spirituele ontwikkeling deed. Ik was twintig toentertijd en de man in kwestie was ergens halverwege de veertig. ‘Alles dat in je ziel mis is’, zei hij, ‘vertaalt zich naar het lichamelijke.’ Het was dus een kwestie de tekenen te herkennen. Wie zijn eigen lichaam kan genezen, zou ook zijn ziel sterker maken. Ik vond dat allemaal heel diepzinnig. Hij was zoveel verder in het leven, zo heel anders dan ik en de jongens van mijn eigen leeftijd. Hij luisterde Tibetaanse muziek en kocht schorseneren op een biologische markt. Wat een man! Toen hij last kreeg van een vervelende pijn in zijn nek, die uitstraalde naar zijn rug, zocht hij hulp bij een therapeut die zichzelf in een folder aanduidde met ‘uw spirituele reisleider’. Hij was er heel enthousiast over. Twee keer per week ging hij naar een ‘sessie’ en elke dag draaide hij de cd die hij van de reisleider had meegekregen. Dan ging hij op de bank liggen luisteren. Soms hoorde ik, wanneer ik in de keuken met de door hem gekochte schorseneren worstelde, vanuit de woonkamer een diepe mannenstem weerklinken. Ik meen dat het Ad Visser was, tegen een achtergrond van panfluitmuziek, maar misschien was het de therapeut zelf wel. ‘Als gedachten verschijnen, laat ze verdwijnen. Zeg ertegen: later, niet nu.’ Het had een slecht gedicht kunnen zijn, van iemand met de beste bedoelingen. Maar het was heel serieus, zei mijn vriend. ‘Als ik luister moet ik leeg worden,’ legde hij uit. ‘Ik moet uit het denken om te kunnen helen.’ Dat had de spirituele reisleider hem opgedragen en daarom lag hij, dag in dag uit, naar die cd te luisteren. Maar het lukte niet. Zijn nek ging meer pijn doen. Zijn humeur verslechterde. Hij werd agressief. Hij begon steeds meer en steeds vroeger te drinken. Uiteindelijk pakte ik mijn spullen en verhuisde. Hij stuurde nog een aantal warrige, boze brieven naar mijn nieuwe adres. ‘Je hebt een vluchtige ziel,’ schreef hij. ‘Het verval zal je weten te vinden!’

Ja, dacht ik dan. Maar later. Niet nu.