Gedateerd

Herlezen is soms pijnlijk.

Mijn grote held Carmiggelt schreef mooie zinnen, maar als ik hem nu lees, vind ik hem te ouderwets. Het is pijnlijk dat ik tot die constatering moet komen. Niet alleen mijn ideaal van schrijven maar ook mijn opvattingen zijn voor een deel door hem gevormd. Literatuur die handelde over gewone mensen, schlemielen, de onderklasse. Het mooiste was als hij mensen ten tonele voerde die dachten dat ze slimmer waren dan de rest van de wereld, alleen wist de rest van de wereld beter.

Let wel, er zijn nog steeds ijzersterke Kronkels, maar niet meer zo veel als vroeger.

Gerard Reve is verre van gedateerd. Elke regel van hem sprankelt nog, maar toch wordt hij niet meer gelezen. De jongeren die ik ken vinden hem wel aardig, maar… ja, gewoon…

Gewoon. Dus niet uitzonderlijk, want dat vind ik van hem.

Ach, wat zou ik graag het geheim van de gedateerdheid willen ontraadselen. Mijn eigen vroege werk neigt ook naar gedateerdheid, al was het maar omdat ik elke zin nu anders zou schrijven.

Vermoedelijk zijn de opvattingen die ik er nu op nahoud eveneens gedateerd. Er gaat geen dag voorbij of ik krijg een boze brief over hoe rechts ik eigenlijk wel niet ben. Zelfs nabije familieleden klagen daarover. Maar waar vroeger een politieke keuze inderdaad een keuze was, is mijn manier van denken en wat ik denk een noodzaak geworden. Zo beweer ik dat ik van alle linkse kennissen die ik nog heb, ik de meest linkse ben.

‘Jullie zijn neplinks. Ik ben echt links’, zeg ik dan en dat meen ik.

Ik ken weinig mededogen. Maar dat betekent niet dat ik geen hart heb

Ze willen dan weten hoe dat zit.

‘Ik geef echt om de echte arme drommels, de echte schlemielen, de echte deplorabelen, de echte kansarmen.’

En we praten dan over vluchtelingen, belastingen, inkomensverdeling, nou ja, alles waar het op het ogenblik ook bij de formatie over gaat. Daarbij centraal de vraag: wat is echt?

Ik ben inderdaad, in tegenstelling tot vroeger, star, rigide, streng. Ik ken weinig mededogen en medelijden. Maar dat betekent niet dat ik geen hart heb, of te weinig empathie! Ik zie de zaken anders. Misschien wel met een gedateerde blik. Maar waarom zou mijn blik, terwijl ik mijn vinger toch al enige jaren constant aan de pols van de tijd heb gelegd, niet de juiste kunnen zijn?

Ik kom op voor de mensen die Carmiggelt en Willem Wilmink beschreven. Maar daar zijn er niet zo veel meer van. Er zijn er zeker nog te veel die moeten sappelen, maar niet meer zo veel als in de jaren zestig van de vorige eeuw. De werklozen die Carmiggelt beschreef, krijgen nu een uitkering die misschien te laag is, maar ze krijgen wel geld dat dicht bij het minimumloon zit. Dat geldt ook voor de zieken en vooral de geesteszieken. De hulp die zij krijgen is meer dan vroeger betaalbaar. En daarnaast is de kans op genezing groter geworden. Ik kan de moraal van de jaren zestig niet meer naast de problemen van nu leggen. Dat lukt me niet. Het lijden van de onderklasse is domweg minder dan vroeger. Zelfs voor de vluchtelingen die hier komen. Natuurlijk moeten die uiterst menselijk worden behandeld. Maar dat moet dan wel kunnen. Het leven heeft mij geleerd dat empathie als leidraad van je denken een valse blik op de omstandigheden geeft.

Vreemd, de populaire partijen bij de jeugd, vind ik, terwijl ze mij zien als fossiel, juist gedateerd.

Ik wil niet terug naar de jaren zestig, maar het lijkt wel of zij dat willen.

Hoewel… Ik droom de laatste tijd wel van gebeurtenissen uit de jaren zestig.

Een zwembad waar ik met mijn ouders was, een rit met de Taunus, kamperen aan het Comomeer. Het zijn nachtmerries, maar het decor is hemels.