Media

Gedeelde feiten en analyses

De dag nadat Geert Wilders in de Tweede Kamer de boel op stelten had gezet en vervolgens iedereen - inclusief De Telegraaf - over zich heen had gekregen, stuurde de Volkskrant een verslaggever naar Venlo om ter plekke de stemming te peilen. De popvox in de Heimat liet aan duidelijkheid weinig te wensen over: Wilders mocht er nog best een schepje bovenop doen, dat zou ‘die lui in Den Haag’, die geen oog zouden hebben voor de gewone man, leren. Ondertussen werd op het Binnenhof, vooral in regeringskringen, geklaagd dat de media te veel aandacht besteedden aan de verbale incidenten en te weinig aan de inhoudelijke discussies.

Een paar dagen later kwam Frank Kalshoven in zijn column in de Volkskrant terug op de kwestie. Hij stelde vast dat de geïnterviewde PVV-aanhangers een ontstellend gebrek aan feitelijke kennis ten toon spreidden, en dat Wilders, door dergelijke antipolitieke sentimenten te voeden en te vertolken, een politiek debat over majeure kwesties onmogelijk maakt. Zijn ‘feitenvrije politiek’ - aldus Kalshoven - schaadt politiek en samenleving.

'Feitenvrije politiek’ - het is aardig gevonden, maar die kwalificatie is op z'n zachtst gezegd aanvechtbaar. Kalshoven huldigt klaarblijkelijk een klassiek-liberale positivistische opvatting over politiek: het democratische besluitvormingsproces, zo schrijft hij, is gebaseerd op gedeelde feiten en gezamenlijk gemaakte analyses, waarover vervolgens op grond van politieke voorkeuren een besluit wordt genomen. Dat nu lijkt een rationalistische illusie: als de huidige politieke en economische crisis nu één ding duidelijk maakt, is het dat er zelfs over de 'feiten’ nog geen begin van overeenstemming bestaat.
Verwonderlijk is dat gebrek aan overeenstemming niet. Politiek gaat in essentie namelijk niet over feiten en analyses, maar over retoriek, zoals theoretisch-socioloog Willem Schinkel onlangs nog eens helder uiteenzette in een lezing voor het Expertisecentrum Journalistiek. In de oplaaiende politieke strijd zijn feiten en analyses als was in de handen van de retoricus, en geen 'objectieve’ basis voor politiek debat en beleid. Die kunst verstaat Wilders, zoals Fortuyn voor hem, uitstekend. Hij zet de 'feiten’ naar zijn hand, met een retorisch geweld waartegen zijn politieke tegenstanders niet of nauwelijks zijn opgewassen. Met als gevolg dat Nederland - en niet alleen de aanhang van de PVV - meer en meer in de greep raakt van een benauwend volksnationalisme.

Waar Wilders’ tegenstanders het laten liggen waar het gaat om het ontwikkelen van een effectieve retorische tegenstrategie, daar schieten de media - in algemene zin - te kort in het blootleggen van onvolledigheden, onjuistheden, verdraaiingen, niet alleen in de argumentatie van Wilders, maar ook van andere politici. Dát is ernstig, want juist daarin ligt de publieke taak van de journalistiek: de burger helpen zich een oordeel te vormen over de waarde en de betekenis van de politieke retoriek, door eigen onderzoek, het aandragen van nieuwe feiten en het maken van degelijke analyses. Het komt er in veel gevallen niet van, soms uit onvermogen, soms ook uit angst of zelfs berekening.
Hoe anders valt te verklaren dat een zeer ruime meerderheid van de Nederlandse bevolking klaarblijkelijk van mening is dat Nederland geen belang heeft bij steun aan Griekenland en dat wij eigenlijk de slachtoffers van de ontstane situatie zijn? Alsof de bloei van de Nederlandse (en Duitse) economie van de laatste jaren niet in belangrijke mate het gevolg is van de relatieve zwakte van de euro op de wisselmarkten; zonder de financieel zwakkere 'knoflooklanden’ zal de euro sterk in waarde stijgen, wat een enorme weerslag zal hebben op de Nederlandse export.

Het is maar één voorbeeld, maar het maakt duidelijk dat zelfs op essentiële punten veel kranten en nieuwsprogramma’s hun informatieve taak onvoldoende serieus nemen. Lezers en luisteraars worden te pas en te onpas opgeroepen hun mening in te spreken - zoals De Telegraaf dit voorjaar, in een duidelijke poging het anti-Griekse vuurtje op te stoken - maar diezelfde lezers en kijkers wordt onmisbare informatie onthouden. Veel media kiezen voor de snelle weg: een quootje hier, een meninkje daar, een twistgesprek, terwijl de grond voor oordeelsvorming ontbreekt.

Uiteraard is het niet mogelijk telkens en overal voor iedereen - van het Journaal tot de Leeuwarder Courant - dit soort problemen uitputtend te behandelen. Maar wat de media wel kunnen doen is door een meer feitelijke en analytische benadering de complexiteit ervan aangeven, en daarmee de suggestie wegnemen dat er überhaupt simpele oplossingen voor dit soort kwesties bestaan. Al was het maar om de burger te wapenen tegen de onvermijdelijke retoriek van de politiek.