De 21 beste romans van de eeuw

Gedeelde vragen over het moederschap

De romans van Nina Polak en Niña Weijers vertonen verwantschap: in toon, en in hoe de personages worstelen met hun plotselinge zwangerschap. Maar wie de auteurs in hetzelfde korset wil rijgen, krijgt de veters niet makkelijk bij elkaar.

Niña Weijers © Merlijn Doomernik / HH

Een knellend korset, zo omschreef Niña Weijers onlangs in haar Kellendonk-lezing de groepen en stromingen waartoe ze in haar schrijversleven is gerekend. ‘Waarom nam men zo gemakkelijk aan dat leeftijd en geslacht de belangrijkste basis vormden voor verwantschap? Waarom ging het altijd over thematiek en nooit over stijl? Waarom werden sommige namen bijna altijd vermeld en andere bijna nooit?’

Ik stond op dat moment net weifelend met de veters van dat korset in mijn handen. Zij aan zij komen Niña Weijers en Nina Polak met De consequenties en Gebrek is een groot woord deze lijst binnen. De voorbije jaren hebben ze – lichte weerstand of niet – zelf bijgedragen aan het beeld van groepsvorming. Ze lieten zich twee keer in Vrij Nederland portretteren: een keer als ‘jonge schrijfsters en vriendinnen’, een keer met de eetclub van Niña Weijers, met Marjolijn van Heemstra, Maartje Wortel en Hanna Bervoets. In hun correspondentie over het werk van Frans Kellendonk, die in De Groene Amsterdammer verscheen bij de publicatie van zijn brievenboek, vergeleken ze en passant hun schrijverschap met elkaar. En critici en literatuurwetenschappers hebben inderdaad op relevante thematische overeenkomsten tussen hun romans gewezen. Dat ze bijna dezelfde voornaam hebben, helpt ongetwijfeld ook. Maar als je Weijers en Polak in hetzelfde korset zou willen rijgen, krijg je die veters toch niet makkelijk bij elkaar.

In hun briefwisseling schrijft Weijers aan Polak dat er een vertaling nodig is om iets met een ander te kunnen delen, maar dat die vertaling toch altijd iets mysterieus behoudt. ‘Pas op papier begin ik iets van mezelf te begrijpen, al is dat begrijpen tegelijk een vervreemdingsproces: je bent niet wat je schrijft.’ De consequenties viel in 2014 ogenblikkelijk op door de zelfbewuste en zelfverzekerde toon, het stilistische raffinement en de originaliteit – in niets voelde het aan als een debuut. De roman is doordesemd van ‘oprecht veinzen’, het beroemde adagium van Kellendonk: Weijers is zich ervan bewust dat ze de werkelijkheid nooit volledig kan kennen, die van haarzelf net zomin als die van een ander, en probeert er vervolgens toch in ernst iets over te zeggen.

De protagonist van De consequenties is de jonge kunstenares Minnie Panis, die met haar werk de grenzen tussen kunst en leven aftast. Ze verwierf faam met projecten waarin ze haar afval fotografeerde en al haar bezittingen via Markplaats verkocht om te zien wat er van haar zou overblijven. In haar nieuwste project pusht ze zichzelf tot de ultieme consequenties van haar keuzes: ze laat ze zich drie weken schaduwen door een fotograaf en heeft contractueel laten opnemen dat hij, wat er ook gebeurt, niet mag ingrijpen.

Volgens de recensenten was de invloed van de nieuwste media op ons denken, voelen en handelen een overheersend thema in de roman. Met haar kunstwerk creëert Minnie een ‘panopticum voor twee’, verkent ze het vage gebied tussen wel en niet gezien willen worden en het verlangen te verdwijnen. Aan haar beoefening van de kunst ligt een onbestemd identiteitsgevoel ten grondslag. Minnie ervaart – door een merkwaardige emotionele ontwikkeling als kind, die de roman een intrigerende mystieke wending geeft – een gebrek aan een vaste kern. Als ze oude foto’s bekijkt, bekruipt haar ‘een gevoel dat altijd vaag in haar aanwezig was en waarvan ze vermoedde dat het minder een universeel principe was dan haar eigen particuliere waarheid: er was een toen en er was een nu, maar tussen beide bestond niet zoiets als een verbindende route’. Letterkundige Sven Vitse relateerde dit gevoel aan de impact die media in tijden van digitalisering op ons hebben: ‘In een wereld van permanente verdubbeling, via sociale media en systematische monitoring van ons doen en laten, lijkt het artistieke model van de performance de existentiële standaard van het dagelijkse leven te zijn geworden’, zei hij in het literaire tijdschrift DWB.

Terwijl De consequenties een hyperzelfbewuste verkenning van de psychologie van het individu is, gaat het in Gebrek is een groot woord van Nina Polak juist om ‘het lijden en het geluk van anderen’. Dat is waar de literatuur zich altijd bij betrekt, schreef Polak in de Volkskrant over haar definitie van engagement, ‘en het is belangrijk om er te allen tijde (en juist nu) op te vertrouwen dat dat genoeg is om van gigantische betekenis te blijven’. Haar tweede roman uit 2018 illustreert die opvattingen buitengewoon overtuigend. De realistische niet-zo-doorsnee-familieroman weerspiegelt de spanningen in het Nederland van de 21e eeuw en biedt er slim commentaar op, dat afwisselend bijtend, geestig en zacht is, en soms dat alles tegelijk. Waar Weijers’ meanderende zinnen met een goedgeplaatste ‘misschien’ of ‘tegelijk’ altijd mogelijkheden openhouden, is Polak van de strak uitgehakte, trefzekere stijl.

Gebrek is een groot woord draait om thuisgevoel en de vraag hoe dat gevoel om ergens bij te horen gebonden is aan natie, klasse of seksualiteit. Na zeven jaar de wereld over te hebben gezeild brengt Nynke Nauta, also known as Skip, de zomer door in het tuinhuis van de welgestelde familie Zeno, aan de rand van het Vondelpark. Dit ‘tweede decor’ uit haar jeugd staat in schril contrast met ‘dat andere decor’, de troosteloze flat in Amsterdam Nieuw-West waar ze met haar depressieve moeder Nellie woonde. De tegenstelling tussen de wijken reflecteert de tegenstelling tussen de sociaal-economische klasse van haar moeder en haar surrogaatfamilie, een kloof die Skip nooit helemaal heeft kunnen overbruggen, maar die haar wel in staat stelt om met een zekere afstand naar beide milieus te kijken.

De personages van de schrijvers die het afgelopen decennium debuteerden, onderzoeken volgens hoogleraar moderne letterkunde Yra van Dijk hoe hun verbondenheid met anderen een voorwaarde is voor hun eigen identiteitsgevoel – samen met Merlijn Olnon introduceerde ze in 2015 in De Gids daarvoor het begrip ‘radicaal relationisme’.

Hun beider toon is empathisch en intelligent, met oprechte interesse in al het menselijke

In het geval van Skip gaat dat vormen van zo’n relationele identiteit tegen wil en dank: ze weigert zich aan haar vriendje Borg te hechten, voelt iets erotisch voor Mascha Zeno dat niet binnen de grenzen van het gebruikelijke gezinsmodel past, waakt ervoor in Amsterdam of Nederland verankerd te raken. Het gemakkelijkst spiegelt ze zich nog aan zeventiende-eeuwse zeehelden, aan ‘alle vergane Hollandse glorie die ik me eigen heb gemaakt omdat ik me toch iets eigen moest maken’. De zeilthematiek stelt Polak in staat om de recente koerswijziging in ons nationale zelfbeeld te verwerken: Skip zoekt dezelfde vrijheid als de scheepsjongens van Bontekoe, maar erkent tegelijk dat de kennis over het koloniale verleden het lastig maakt die nostalgie nog ondubbelzinnig te voelen.

Nina Polak © Patrick Post / HH

De verschillen tussen Weijers en Polak in acht genomen is het toch veelzeggend dat het korset voor hun personages vooral rond de onderbuik wat strakker begint te zitten: opmerkelijk genoeg raken Minnie en Nynke allebei per ongeluk zwanger, Minnie van haar fotograaf en Nynke van haar ex-vriendje Borg.

In een themanummer van DWB over het literaire klimaat van het afgelopen decennium wijst Saskia Pieterse op het verband tussen hun verlangen naar vrijheid en hun ongeplande zwangerschap. Minnie en Nynke nemen beide grote vrijheidsverhalen als voorbeeld. Voor Nynke zijn dat zoals gezegd Hollandse zeehelden, voor Minnie zijn het avant-gardekunstenaars als Picasso. ‘Voor een jonge witte vrouw in de 21e eeuw lijkt het feminisme nauwelijks nog een interessant kader te bieden om over vrijheid na te denken’, stelt Pieterse. Dat betekent niet dat de emancipatie voltooid is, benadrukt ze. De romans van Weijers en Polak laten juist zien dat deze vrijheidsmythes intussen zijn versteend tot clichés of moreel gecompliceerd zijn geworden. Weijers laat het kunstdiscours in haar roman hol klinken, maakt van de agent van Minnie een karikatuur die enkel in gemeenplaatsen over haar werk kan praten maar zo wel zijn status als kunstkenner rechtvaardigt. Polak toont genuanceerd hoe Skip met pijn in het hart haar identificatie met de scheepsjongens van Bontekoe bijstelt.

De uiterste heroverweging van hun vrijheid ligt uiteindelijk in de vraag naar het moederschap. Daarbij is het van belang dat Minnie en Nynke allebei een afwezige vader hebben, en een ingewikkelde relatie met hun moeder, die wederom in beide gevallen niet de prototypische zorgzame figuur is. De moeder van Minnie is een koele en zakelijke vrouw die een belangrijke werkafspraak voor een bommelding op haar dochters school laat gaan, de moeder van Nynke is een tweedegolf-feminist die haar dochter op een dag vertelt dat ze haar bijna had laten aborteren. Voor de afstandelijke relaties met hun moeders krijgen Minnie en Nynke veel autonomie terug, en hun gehechtheid daaraan kan verklaren waarom ze voor hun onverwachte zwangerschap totaal niet met het moederschap bezig waren: het wordt pas een fundamentele keuze zodra ze zwanger zíjn.

Is de gedeelde vraag naar het moederschap voldoende grond om van een groep of generatie te kunnen spreken? Kijkend naar het werk van Franca Treur, Marjolijn van Heemstra, Saskia De Coster, Sheila Heti en Jenny Offill lijkt dat wel zo. Toch zit bij Weijers en Polak de verwantschap sterker in de toon van hun romans: intelligent en empathisch, met oprechte interesse in al het menselijke. Vanuit het besef van hun eigen subjectiviteit proberen ze dieper door te dringen in de complexe werkelijkheid, en ze kiezen daarvoor de romanvorm die bij hun opvattingen over literatuur past. Kijkend naar hun laatste romans verwacht je dat Weijers in de toekomst steeds losser zal raken van het klassieke verhaal en op zoek zal gaan naar eigenzinnige manieren om het veranderlijke bewustzijn te bevragen, terwijl je bij Polak de Nieuwe Nederlandse Familieroman waar we allemaal op wachten voelt aankomen.

Nog één ding over dat korset. Wat de generatie schrijvers van het afgelopen decennium paradoxaal genoeg misschien nog het meest verbindt, is hun gedeelde ambivalente houding tegenover groepsvorming. Weijers en Polak vertalen de vrijheidsdrang van hun personages ook naar hun positie als auteur: in die hoedanigheid blijven ze toch het liefste ongebonden.


Femke Essink promoveert op ‘seksueel nationalisme’ in moderne literatuur aan de Universiteit van Amsterdam. Naast deze romans noemde ze Gerbrand Bakker, Boven is het stil; Jonathan Franzen, Freedom; Jennifer Egan, A Visit from the Goon Squad en Ian McEwan, Saturday

Niña Weijers
De consequenties
(2014)

Nina Polak
Gebrek is een groot woord
(2018)