Gedeporteerde veteranen willen terug naar de VS

Tijuana - Joaquin Aviles wist dat hij nog geen handpistool mocht bezitten, aangezien hij pas een jaar later 21 zou worden. Maar achteraf voelt het vreemd dat hij daarvoor zo zwaar is gestraft. Aviles zat immers al zo’n twee jaar bij het Amerikaanse korps mariniers, waar hij leerde omgaan met volautomatische geweren en ander wapenmateriaal dat veel zwaarder was dan dat pistool in zijn dashboardkastje.

Toch moest hij de cel in toen de politie in Californië het wapen aantrof. Maar nog veel erger: Aviles moest ook het land uit. Hij was namelijk zes maanden oud toen hij met zijn ouders vanuit Mexico naar de VS meegekomen was en had daarom geen volledige burgerschapsrechten. Je kunt als militair staatsburger worden, maar daarvoor moet je wel de juiste formulieren invullen. En dat moet iemand je vertellen. Dus was het misdrijf van illegaal wapenbezit genoeg om te worden gedeporteerd naar Mexico.

‘Ik sprak vrijwel geen Spaans’, vertelt de nu 41-jarige Aviles. ‘Ik wist niet wat me overkwam. Veteranen die bereid waren hun leven te geven voor hun land, hoe kun je die deporteren?’

Aviles helpt in het Veterans Support House, waar ze legale en medische hulp bieden aan de ongeveer tachtig veteranen in Tijuana die net als hij gedeporteerd werden. Allemaal Mexicanen die als kind naar de VS kwamen. In andere steden langs de grens zitten meer gedeporteerde veteranen, maar hoeveel precies weet niemand. Schattingen lopen uiteen, van driehonderd tot duizenden. De misdrijven waarvoor zij gedeporteerd werden zijn meestal gerelateerd aan posttraumatische stress – drugsbezit, ruzies in de kroeg.

Een aantal van de veteranen demonstreerde afgelopen maand bij de grens, waarna een foto daarvan viraal ging op sociale media. Veel Amerikanen verbaasden zich erover dat veteranen überhaupt gedeporteerd konden worden. Zowel onder Trump als voorheen onder Obama. Trumps campagnebelofte om gedeporteerde veteranen te helpen stemde hoopvol, maar intussen is die belofte nog niet vervuld.

In tegenstelling tot andere veteranen heeft Aviles wel werk gevonden, in een callcenter voor een Amerikaans bedrijf. Maar het is moeilijk om daarvan een goede school voor zijn dochters te betalen. Bovendien is Tijuana onveilig, vooral vanwege de vele drugsgerelateerde moorden die er worden gepleegd.

Aviles wijst naar links, de zanderige weg voor het Support House af: ‘Daar de heuvel af, dat is bijvoorbeeld een slechte wijk. Maar ja, we redden onszelf. Wij hebben als militair immers geleerd ons aan te passen en te overleven.’