Arjen Duinker

Gedicht met idealen

Ik vind een appel

Mooier dan een peer.

Dit korte gedicht schreef ik in de laatste lente, zonder kennis van het poëziethema van Poetry International, NRC Handelsblad en vpro, en zonder te weten dat ik het gedicht nu zou kunnen gebruiken, zou kunnen loslaten, met zijn mogelijke voordelen en zijn mogelijke nadelen. Ik geef er een stuk of wat.

Het gedicht is kort en kan worden onthouden. Het is niet lang. Het laat ons terugdenken aan een fijne tijd. Het biedt ruimte voor verbetering. Het is een zakelijke mededeling. Het deelt mee dat iemand een appel mooier vindt dan een peer. Het kan tegemoet komen aan een wens. Het geurt onopzettelijk. Het leunt sterk op het woordje «een». Het is kleurloos. Het komt uit de koker van iemand. Het is een plat vlak. Het had ook in de verleden tijd kunnen staan. Het is iets voor de toekomst. Het zorgt voor een of ander eerherstel.

Dat gedicht, dat kan worden onthouden, maar ook vergeten. Het klopt niet en klopt wel. Het is verrassend op de verkeerde manier. Het is een treffend beeld. Het is gelukkig in de verste verte geen beeld. Het is zeker van zichzelf. Het maakt een ouderwetse indruk. Het maakt de titel waar en onwaar. Het is maar een gedicht.

Dat gedicht, dat kan ons bloed sneller laten stromen. Het laat niet alle klinkers en medeklinkers van het alfabet zien. Het wijst ons op een onbekende appel en een onbekende peer. Het stelt een vraag. Het is geworteld in iedereen. Het kan op de zijgevel van een gebouw of op een T-shirt. Het mag dan zeker van zichzelf zijn, het dwingt niet. Het maakt gebruik van bekende woorden. Het is gekleurd. Het verschaft toegang tot een ander gedicht. Het beperkt het aantal lezingen en kan op verscheidene manieren worden gelezen. Het zet aan tot ademen.

Dat gedicht, dat is een appel. Het is een peer. Het verandert iets aan een pagina. Het is een badkuip met gezellig veel schuim. Het is een wesp die tegen een lantaarnpaal vliegt. Het is een krakkemikkig autootje dat door bestuurder en passagiers is achtergelaten op de snelweg van de ene grote stad naar de andere grote stad. Het ziet eruit als een vogelverschrikker zonder knopen aan de jas. Het is een balkon met een tafel met een transistorradio. Het doet denken aan drie-corners-penalty. Het is een figurant. Het is de opeenvolging van een aantal danspassen op muziek in andermans hoofd. Het is te vergelijken.

Dat gedicht, dat is nogal kalm. Het is misschien ontevreden met zijn titel. Het zou voor irritatie kunnen zorgen. Het zou voor een glimlach kunnen zorgen. Het houdt verband met grafieken en tabellen en taal. Het is vermoedelijk niet helemaal hetzelfde als een gele kwikstaart. Het zou niet misstaan in sommige toespraken. Het is het gevolg van iets. Het stelt geen enkele vraag. Het kan kleiner of groter worden afgedrukt. Het kan zelf niet lezen. Het mist allerlei kenmerken. Het kan worden vervangen.