Gedoemd te denken

Er komt een dag dat iedere metselaar zijn laatste steen legt, de profvoetballer geeft zijn ultieme pass, de stripteaseuse laat voor de laatste keer haar slipje vallen en de goochelaar haalt het allerlaatste konijn uit zijn hoge hoed.

Zo niet de denkers. Die zijn gedoemd tot hun laatste snik te denken. Was ik daar maar nooit aan begonnen! Ik heb maar een verontschuldiging: ik had geen keuze, mijn filosofisch talent kwam me aangewaaid. Zo werd ik bijvoorbeeld reeds als kleuter gefascineerd door verval en dood. Op je hoogtepunt moet je straks stoppen, bedacht ik, al spelend met mijn rammelaar. In die periode beleefde ik overigens nog genoegen aan mijn geestelijke exercities.
Toen ik op mijn derde lezen leerde, was het afgelopen met de pret. Ik sloeg een ware lijdensweg in. Sindsdien weet ik dat alles al eerder is gezegd en bedacht. De ene hoogspringer wil de ander overtroeven, de ene ambtenaar wil nog ambtelijker zijn dan zijn collega’s, de ene werkzoekende vertrapt de andere en een werkontlopende concurreert met de andere in het flessen van de sociale dienst. Kortom, het leven is een competitie.
Het idee geen originele denker te zijn was voor mij onverdraaglijk. Ook omdat in de categorie niet-originele denkers een moordende concurrentie bestaat. Op het dieptepunt van mijn wanhoop voelde ik mij een wielrenner die trapt en trapt - terwijl zijn fiets roerloos blijft staan. Dat werd voor mij de ommekeer. Ik gaf het de naam hometrainer en liet het zo registreren. Vandaag de dag is mijn instrument niet meer weg te denken uit het dagelijks leven van de moderne mens die streeft naar gezondheid en een lang leven. Medische centra over de gehele wereld gebruiken mijn fiets om de conditie van hun klanten te testen. Ikzelf ben er inmiddels 82 mee geworden, al kan ik niet zeggen dat ik er gelukkig van ben geworden.
Het blijft tobben.