De Turkse vrouw als etalagepop

Gedomineerd door snorren

De vrouwenemancipatie in Turkije zit vol tegenstrijdigheden. Terwijl de arbeidsparticipatie daalt, scoren vrouwen goed in de academische wereld. ‘Ze beginnen hun plek op te eisen.’

MET EEN GROEICIJFER van bijna twaalf procent is Turkije na China de snelst groeiende economie ter wereld, zo werd deze maand bekendgemaakt. Handel en ondernemerschap zijn de grote aanjagers van de economische vooruitgang. In beide sectoren werken relatief veel vrouwen. De voorzitter van TÜSIAD, de belangrijkste ondernemersorganisatie, is bijvoorbeeld een vrouw en enkele van de grootste bedrijven worden geleid door vrouwen. Mag je hieruit concluderen dat de emancipatie flink doorzet?
‘Helaas niet. Ik ben optimistisch over Turkije maar minder over de positie van de vrouw’, zegt Jenny White, Amerikaans antropoloog en Turkije-kenner. Zij nam onlangs in Amsterdam deel aan een debat over vrouwen op de Turkse arbeidsmarkt, georganiseerd door het Turkije Instituut. Het beeld is ambigu: aan de ene kant timmeren vrouwen aan de weg in het bedrijfsleven en in de universitaire wereld, waar een kwart van de hoogleraren vrouw is. Een getal waar Nederland met tien procent slechts van kan dromen.
Aan de andere kant is de arbeidsparticipatie van vrouwen de laatste jaren afgenomen (van dertig naar zo'n twintig procent) en staat Turkije bijna onderaan op de mondiale Gender Gap Index 2009. Het geweld tegen vrouwen is van structurele aard. Volgens een rapport van de politie is naar schatting 62 procent van de vrouwen slachtoffer van huiselijk geweld en agressie in de openbare ruimte. En ondanks de grootschalige campagne Haydi Kizlar Okula! van Unicef, in samenwerking met de Turkse overheid, om meisjes op het platteland te stimuleren naar school te gaan, vertoont het analfabetisme een schrijnende sekseongelijkheid: twintig procent meisjes versus vijf procent jongens. Jaarlijks gaan ruim een half miljoen meisjes niet naar school, omdat onderwijs voor hen onbelangrijk wordt geacht.
Het verbaast niet dat de wereld van de macht - de politiek, de publieke sector, de rechterlijke macht - nog altijd wordt beheerst door mannen. 'Hoe hoger op de maatschappelijke ladder, hoe meer snorren’, zegt White op een zonnig terras in hartje Amsterdam. Ze studeerde in de jaren zeventig enkele maanden in Ankara en reisde regelmatig naar het achterland waar ze in contact kwam met de kinderrijke, straatarme gezinnen. Veel daarvan trokken in die tijd naar West-Europa waar de mannen gingen werken als gastarbeider. Of ze verhuisden naar de stad om daar hun geluk te beproeven.
White: 'Onlangs was ik weer terug in Turkije, het leek een andere planeet. De economische voorspoed is zichtbaar. Istanbul en Ankara zijn moderne metropolen, waar vrouwen zich in het openbare leven vrij bewegen. Aan de kust is een bloeiende toeristenindustrie ontstaan waarin ook vrouwen werken. En hoewel het platteland nog altijd arm is, beginnen vrouwen hun plek op te eisen. Drie generaties geleden droomden meisjes alleen maar over meer brood op de plank, nu dromen zij ervan om boekhouder of stewardess te worden. Ze kijken met een ander perspectief naar de horizon.’
In haar boek Money Makes Us Relatives: Women’s Labor in Urban Turkey (2004) maakt White duidelijk dat ondanks drastische hervormingen die de wettelijke positie van vrouwen gelijk aan de man stelt, de sociale en economische werkelijkheid daar ver bij achterblijft. White: 'De gunstige cijfers in de statistieken komen vooral voor rekening van de urbane, liberale elite. Inmiddels is bijna de helft van de collegebanken gevuld met meisjes, maar je ziet dat na het afstuderen nauwelijks vertaald naar de arbeidsmarkt en maatschappelijke posities. Zij “verdwijnen” simpelweg. De doorsnee vrouw zit gevangen in het patriarchale systeem. Zij wordt opgevoed om haar ouders en haar man te dienen en te zorgen voor de kinderen. De kinderopvang is non-existent.’
Maar dat betekent niet dat vrouwen niet werken, zegt White. 'Om financiële redenen werken ongeschoolde en laagopgeleide vrouwen in de informele economie. Dat is onzichtbaar, want veelal binnenshuis - productiewerk, handwerk zoals naaien en breien, in de landbouw of in een gezinsbedrijfje - waarbij de contacten verlopen via een netwerk van familie. In dit circuit wordt geen belasting betaald en zijn de werkomstandigheden vaak slecht. Zij bewandelen een sociaal geaccepteerd pad, dat in stand wordt gehouden door angst voor geroddel. Gaan ze wél de deur uit, dan is dat als schoonmaakster of als vertegenwoordiger van tupperware-producten of cosmetica-artikelen van Avon die zij huis aan huis verkopen aan andere vrouwen. Dat deden laaggeschoolde vrouwen in de westerse wereld begin jaren zestig ook. Misschien is dit een eerste aanzet tot meer autonomie.’
White beschrijft de emancipatie als een proces vol tegenstrijdigheden. Door de globalisering wordt ook op het platteland de wereld groter. Met de economische vooruitgang ontstaat in de steden langzamerhand een brede middenklasse waardoor het consumentisme toeneemt. Tegelijk wordt deze ontwikkeling ervaren als bedreigend, wat leidt tot het vasthouden aan conservatieve en religieuze normen en waarden.
'De hoofddoekkwestie loopt hier dwars doorheen’, zegt White. 'Blootshoofds de deur uitgaan blijft op het platteland ondenkbaar. Bij hoger opgeleide meisjes in de steden is de hoofddoek juist een symbool van sociale mobiliteit geworden. Voor de islamitische bourgeoisie is het een modieuze status-quo bij uitstek. De paradox van de religieus-politieke status ervan is dat het tevens belemmerend werkt om maatschappelijk hogerop te komen.’

IN TURKIJE BESTAAT een strikte scheiding tussen religie en staat in het openbare leven. Een hoofddoek maakt een baan bij de overheid of in het hoger onderwijs onmogelijk. Ook mogen vrouwen met deze religieuze dracht niet werken aan de front-office van een bedrijf; dat is niet 'modern’. White: 'De kwestie van de hoofddoek verdeelt het hele land en loopt dwars door families. Het heeft de kemalitische, de feministische en de religieuze vrouwenbeweging gepolariseerd. Zij worden gegijzeld door ideologische verschillen. Intussen hebben álle vrouwen moeizaam entree tot de publieke sector en de besluitvorming en is er geen echte arbeidsparticipatie. In soaps op tv wordt de traditionele levensstijl voorgeschoteld. De algehele attitude belemmert een moderne middenklasser. Vrouwen zijn in de eerste plaats seksuele wezens.’
Het illustreert de spagaat waarin de Turkse samenleving verkeert. De AKP van Erdogan heeft de laatste jaren empowerment van vrouwen flink gestimuleerd. De positie van deze partij met een islamitisch-conservatieve signatuur is in het seculiere Turkije omstreden. De AKP (Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij) is opgericht in 2001 als opvolger van de islamitische FD die door het Turks Constitutioneel Hof wegens antiseculiere activiteiten en uitingen werd verboden. Bij de verkiezingen van 2002 werd de AKP de grootste partij en voerde, eenmaal aan de macht, sociale hervormingen door. Onderdeel daarvan was het opzetten van een fijnmazig vrouwennetwerk. Met tachtig afdelingen door het hele land, een miljoen leden en dertigduizend vrijwilligers opereert de AKP als een sociale beweging. De afdelingen organiseren van alles voor vrouwen: van educatieprogramma’s, bijvoorbeeld over de geschiedenis van Turkije, bijeenkomsten over opvoeding en seksualiteit tot het opzetten van liefdadigheidsprojecten en ouderenhulp.
Maar vanuit seculiere hoek is er kritiek: er zou een verborgen agenda onder liggen om Turkije te islamiseren en de strikte scheiding tussen staat en religie op te heffen. Het kwam tot een clash toen de regering-Erdogan in 2008 probeerde via de rechter de hoofddoek toe te laten op de universiteit. Hoe ambivalent de vrouwenagenda van deze partij is, bleek ook uit de oproep van Erdogan in datzelfde jaar aan vrouwen om minstens drie kinderen te krijgen om de economie draaiende te houden. Bij jonge liberale vrouwen zette deze oproep kwaad bloed en het bevestigt hun vrees voor de toenemende invloed van religie op hun dagelijks bestaan. Zij merken dat, anders dan mannen, direct aan den lijve. Een voorbeeld is dat hotels onder leiding van AKP-aanhangers ongetrouwde vrouwen de toegang weigeren.
Hoe die worsteling werkt, vertelt Hümeyra Gökcen Keskin (1973), voorzitter internationale betrekkingen van de vrouwenafdeling van de AKP. Als dochter van een grote textielondernemer in een dorp aan de Bosporus reisde ze al jong met haar vader naar internationale beurzen. Na het behalen van een master-diploma business aan de universiteit in Istanbul kreeg ze een goedbetaalde baan bij het bedrijf van haar vader. Ze hield daarmee op toen ze trouwde en kinderen kreeg. Ze ging werken voor de AKP, als vrijwilliger.
Keskin: 'In Turkije is politiek puur een mannenaangelegenheid. Op een feestje werd ik zeven jaar geleden echter door de AKP benaderd om een vrouwennetwerk in mijn district op te zetten. Erdogan vond ik geweldig. Ik kende hem als succesvol burgemeester van Istanbul. Bij zijn aantreden als premier zei hij: discriminatie van vrouwen is het eerste dat we gaan bestrijden. In de praktijk opereert de AKP eerder socialistisch, met religie als drager van identiteit. Als ik voor mijn werk in het oosten kom, zie ik hoe conservatief het platteland is. Deze vrouwen zijn vooral bezig met overleven en schikken zich in hun lot. Maar ik vind ook, meer algemeen, dat vrouwen vaak passief zijn en de rol van zwakkeling spelen. Ik hou daar niet van.’
Over haar eigen levensloop is ze positief. 'Als moeder heb ik niet de luxe om echt onafhankelijk te zijn. Maar ik wil wel iets doen voor mijn land. Mijn man is ouderwets. Hij ziet mij als een pion op een groter schaakbord voor de goede zaak. Zelf ben ik ook conservatief, opgevoed als moslim maar niet erg strikt. Ik hecht grote waarde aan mijn familie en het geloof.’
Nee, ze draagt geen hoofddoek. 'Als je er meteen over was begonnen had ik dat vervelend gevonden. Voor mij is het geen issue. Ik heb een nichtje met een “zware” hoofddoek. Ze is een briljante student scheikunde. Uiterlijk lijken we een tweeling en als we samen over straat lopen krijgen we altijd commentaar. De een vraagt waarom ik geen hoofddoek draag, de ander zegt “jij bent eigenlijk veel gevaarlijker dan je 'zusje’, want aan jou kun je niet zien dat je religieus bent”. Het gaat er blijkbaar niet om wie je bent of hoe intelligent je bent, maar om de buitenkant. De vrouw is een etalagepop, het is beledigend. Van die houding moet iedereen - mannen, vrouwen, seculier en religieus - af. Dat is dé uitdaging voor de komende jaren.’