Gedonder in keulen

Tijdens de Eurotop op 3 en 4 juni in Keulen zou eindelijk de Europese werkloosheid serieus worden aangepakt. Maar de meeste lidstaten mogen dan wel sociaal-democratisch zijn, de EU wordt dat steeds minder.

IN HET ONLANGS in werking getreden Verdrag van Amsterdam is werkgelegenheidsbeleid expliciet opgenomen als taak voor de Europese Raad van Ministers. Tijdens de speciale Eurotop over werkgelegenheid die in november 1997 in Luxemburg plaatsvond werden 19 ‘globale richtsnoeren’ afgekondigd ten behoeve van door alle lidstaten op te stellen 'nationale actieplannen’ om de twintig miljoen Europese werklozen aan werk te helpen. En eind '98 werd tijdens de Europese top van Wenen besloten tot het formuleren van een Werkgelegenheidspact tegen de onverminderd hoge Europese werkloosheid. Op 3 en 4 juni wordt de tekst van dit pact tijdens de Eurotop in Keulen definitief vastgesteld, maar op voorhand is al duidelijk dat slechts de inmiddels vertrouwde neoliberale economische riedels nog weer eens in een andere volgorde worden afgewerkt. Behalve niet-bindende afspraken, waarmee regeringen elkaar middels 'peer pressure’ op het goede spoor hopen te houden, wordt ingezet op verdergaande flexibilisering van de arbeidsmarkt, voortgaande matiging van loonkosten, lagere belastingen onder het gelijktijdig verminderen van de overheidsuitgaven, en minder genereuze sociale zekerheidsstelsels om werklozen te 'stimuleren’ sneller een baan te accepteren. Uit Keulen niets nieuws, kortom. Nu Oskar Lafontaine weg is kan de Europese Commissie ongehinderd voor haar marktconforme voorstellen pleiten, schreef The Financial Times na een bijeenkomst van de Ecofin, de raad van Europese ministers van Financiën, over het werkgelegenheidspact. Hoewel niemand ontkent dat in elk geval een - moeilijk precies te bepalen - deel van de Europese werkloosheid conjunctureel bepaald is, wordt over het stimuleren van de vraag om de groei en werkgelegenheid te bevorderen zelfs niet meer gediscussieerd. En hoe kan het ook eigenlijk anders? Meer overheidsuitgaven passen niet binnen het bezuinigingskeurslijf van het Verdrag van Maastricht en het Stabiliteitspact. En hogere lonen en uitkeringen zijn volgens de ondernemers, daarbij gesteund door de Europese regeringen én een deel van de vakbeweging, slecht voor 'de Europese concurrentiepositie’. Volgens het dominante economische discours is de hoge werkloosheid in Europa juist het gevolg van problemen aan de aanbodzijde. De arbeidsmarkten zouden te rigide zijn. Er ontstaat geen evenwicht tussen de vraag naar en het aanbod van arbeidskrachten zolang beschermende regels en sociale wetten verhinderen dat de prijs van arbeid voldoende daalt, zo heet het. LAGERE LOONKOSTEN, meer prikkels voor werklozen en minder beschermende regels voor werktijden, minimumloon en ontslagrecht vergroten de flexibiliteit van de arbeidsmarkt en zijn dus goed voor de werkgelegenheid, indien ook het juiste monetaire en fiscale beleid gevoerd wordt. Aldus de officiële theorie, die keer op keer herhaald wordt in studies en rapporten van (inter)nationale organisaties en instituties. Zo acht het Internationaal Monetair Fonds (IMF) haar sadomonetaristische receptuur niet uitsluitend toepasbaar op landen in de Derde Wereld, maar ook op Euroland. In de deze maand verschenen World Economic Outlook wijdt het Fonds ruim zestig pagina’s aan de chronische werkloosheid in het eurogebied. 'Gegeven het feit dat de meerderheid van de kiezers in Europa tegen radicale veranderingen van de welvaartsstaat is, wekt het geen verbazing dat politici aarzelen om zulke maatregelen te nemen’, weten de deskundigen in Washington. Maar de beleidsmakers dienen moed te tonen. Aan loonmatiging, loondifferentiatie en een uitkeringsstelsel dat werklozen er niet langer van weerhoudt een baan te accepteren valt niet te ontkomen, want werkloosheidsuitkeringen en 'comfortabele staatspensioenen’ zijn straks onbetaalbaar. Bovendien wordt het succes van de monetaire unie bedreigd als toekomstige economische schokken niet opgevangen kunnen worden door uiterst flexibele arbeidsmarkten. Die laatste boodschap staat ook centraal in het maart j.l. verschenen Oeso-rapport EMU: Facts, Challenges and Policies. Hoewel de meeste deskundigen het erg met elkaar eens zijn is er een probleem. Want hoe vaak ook herhaald, deze uit elegante wiskundige modellen afgeleide beleidsaanbevelingen blijken steeds meer op gespannen voet te staan met de realiteit. Tijdens een forumdiscussie over Europees sociaal beleid, 19 mei in de Rode Hoed in Amsterdam, verwoordde vertegenwoordiger Van de Graaf van het Economisch en Sociaal Comité (Ecosoc) van de EU onbedoeld hoezeer het officiële Europese werkgelegenheidsbeleid in een impasse verkeert. Optimistische woorden sprak hij over de economische toestand van de Unie. Volgens Van de Graaf staan alle seinen in Europa eigenlijk op groen, nu de lonen minder stijgen dan de productiviteit, er sprake is van prijsstabiliteit en de financie ringstekorten laag en onder controle zijn. Maar de vraag hoe het dan kan dat Euroland volgens alle prognoses toch blijft kampen met geringe groei en hoge werkloosheid bleef onbeantwoord. De Europese Commissie zelf heeft het daar ook moeilijk mee. Dat blijkt uit een eind april verschenen 'communicatie’ over werkgelegenheidsbeleid. Investeringen zijn essentieel voor meer economische groei en banen, wordt in dat stuk geconstateerd, maar de Europese ondernemers investeren maar mondjesmaat. Terwijl tot midden jaren zeventig meer dan 24 procent van het Europees inkomen geïnvesteerd werd, is dat op dit moment nog slechts 17 procent. Dat komt niet omdat te veel geld besteed wordt aan het ontwikkelen van nieuwe producten, want in hetzelfde stuk wordt geconstateerd dat de ondernemers in de EU minder aan research uitgeven dan hun collegae c.q. concurrenten in andere landen. En ook aan de hoogte van de winsten kan het niet liggen, want die zijn volgens eerder verschenen rapporten van de Europese Commissie alweer enkele jaren terug op het niveau van begin jaren zeventig. Het absurdistische karakter van het huidige beleid is niet beter te illustreren. Want als de almaar stijgende winsten blijkbaar niet tot meer investeringen leiden, waarom moeten de lonen en uitkeringen in Euroland dan nog verder worden gematigd? IN 1985 VOORSPELDE de Europese Commissie vijf miljoen nieuwe banen als resultaat van loonmatiging en uitgeklede sociale zekerheidsstelsels. Sindsdien is de werkloosheid verdubbeld, maar nog steeds moeten de loonkosten omlaag en de winsten omhoog. Die hogere winsten stimuleren de beurskoersen, en uitpuilende bedrijfskassen bevorderen het aantal fusies en overnamen. Maar veel nieuwe banen blijkt zulk merkwaardig stimuleringsbeleid niet te genereren. Het werkgelegenheidsbeleid in Euroland is het slachtoffer van neoliberale ideologische stokpaardjes en gevestigde economische belangen. De nieuwe Duitse minister van Financiën Eichel werd in de NCR enthousiast een 'Duitse Ruding’ genoemd. Maar als hij zoals aangekondigd drastisch gaat bezuinigen zal de toch al geringe economische groei in Duitsland en de rest van Euroland alleen maar verder inzakken. Als Europese overheden vooral bezuinigen en de lonen en uitkeringen niet of nauwelijks stijgen is het logisch dat de winsten toenemen én de investeringen stagneren. 'Het belangrijkste obstakel voor meer groei en werkgelegenheid is onvoldoende binnenlandse vraag’, schreven ruim vijfhonderd Europese economen eind vorig jaar in een memorandum met voorstellen voor een gecoördineerd expansief beleid. De gedane suggesties - onder andere meer publieke investeringen, arbeidstijdverkorting, geleidelijk stijgende minimumnormen voor sociale zekerheid en substantiële inkomensoverdrachten om de armoede te bestrijden en economische ontwikkeling te stimuleren - staan haaks op het huidige beleid in Euroland. Maar gezien het eclatante falen van de neoliberale recepten dringt de discussie over een andere economische logica zich steeds meer op. Dat vinden in elk geval ook de sociale bewegingen, waaronder de 'Euromarsen tegen werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting’, die aan de vooravond van de Eurotop op 29 mei in Keulen in actie komen. Verwacht wordt dat, net als twee jaar geleden in Amsterdam, zo'n 50.000 burgers de bus of trein zullen pakken om uitdrukking te geven aan hun actieve betrokkenheid bij de invulling van het Europees ect.