Gedoogakkoord met PVV zaait tweespalt

HET IS INMIDDELS bijna twee maanden geleden dat Nederland naar de stembus ging en zichzelf opzadelde met een verpulverd politiek landschap. Een grootste partij, de vvd, met het historisch lage aantal van 31 zetels. Een nummer twee, de pvda, met slechts één zetel minder. Vervolgens twee partijen, pvv en cda, met in de twintig zetels, waarvan de eerste zich een groot winnaar mag noemen en de tweede met bijna een halvering van het zetelaantal de grootste verliezer is. Dan nog eens drie partijen, sp, GroenLinks en d66, met respectievelijk vijftien en twee keer tien zetels. Dat alles aangevuld met drie partijen met vijf of minder zetels, ChristenUnie, sgp en de Partij voor de Dieren. Zo'n uitslag maakt het formeren van een kabinet er niet makkelijker op.
In de kabinetsformatie zijn inmiddels dan ook allerlei varianten de revue gepasseerd, waarvan sommige al twee keer, zoals Paars-plus of de middenvariant met vvd, pvda en cda. De eerste stuitte de tweede keer na ettelijke gesprekken op weerstand van vvd en pvda, omdat ze het niet eens konden worden over het te bezuinigen bedrag, maar leed ook aan het imagoprobleem dat de vvd zou gaan regeren met drie linkse partijen, pvda, d66 en GroenLinks. De pvv liet niet na dat beeld neer te zetten.
De tweede variant, drie middenpartijen, wijst de pvda tot nu toe resoluut af, omdat er dan twee verliezers in het kabinet zouden zitten, want ook de pvda verloor op 9 juni zetels. Ook de variant van vvd, pvv en cda kwam al vóór de gesprekken van vorige week een keer langs, als eerste zelfs, maar de drie partijen kwamen niet eens samen aan tafel, omdat het cda dat weigerde.
Is deze moeizame gang van zaken voldoende reden en dusdanig uniek om nu het groene licht te geven aan een minderheidskabinet van vvd en cda, die samen 52 van de 150 zetels hebben, en daarom een gedoogakkoord sluiten met de pvv van Geert Wilders? Samen hebben deze drie partijen 76 zetels. Hoewel het de kleinst mogelijke meerderheid is, zou een gewoon meerderheidskabinet over rechts puur getalsmatig bekeken dus recht doen aan de verkiezingsuitslag. Maar daar zag menig cda'er direct een bezwaar: zo'n kleine meerderheid is erg wankel.
De voornaamste reden echter voor het cda om niet met de pvv te gaan regeren in een meerderheidskabinet is de manier waarop deze partij principes van de democratische rechtsstaat tart met haar standpunten over de kopvoddentaks, etnische registratie en de strijd tegen de islam als kernpunt van het buitenlands beleid. Vooral de achterban worstelt daarmee.
Het cda weigerde daarom de eerste keer in normale kabinetsonderhandelingen met de pvv te gaan marchanderen en een sociaal-economisch onderwerp uit te ruilen tegen een principe van de democratische rechtsstaat. Daarnaast speelde in de aarzeling om met de pvv in een kabinet te gaan, ook voor de vvd, de te verwachten onervarenheid van pvv-bestuurders een rol.
Als - niet onverwacht - ei van Columbus ligt nu de variant van een rechts minderheidskabinet met de gedoogsteun van de Partij voor de Vrijheid op tafel. Het bezwaar van de kleine meerderheid geldt ineens niet meer. Belangrijker blijkt dat zo'n kabinet met gedoogsteun voorkomt dat onervaren bestuurders brokken kunnen maken, maar ook dat de kopvoddentaks in formele onderhandelingen moet worden uitgeruild tegen bijvoorbeeld de verhoging van de aow-leeftijd, iets waar het cda dus principieel bezwaar tegen maakte.
Maar hoe principieel is het om dan vervolgens officieel te gaan regeren zonder de pvv, maar wel degelijk met handen en voeten gebonden te zijn aan diezelfde pvv, door een op schrift gesteld gedoogakkoord? Dat laatste lijkt wel een soort niet-geheime side letter.
De pvv blijft ondertussen dezelfde partij waarvan het cda een aantal opvattingen onacceptabel vond. Nog steeds is het de partij die een deel van de Nederlandse burgers als tweederangs neerzet, openlijk discrimineert en elke gewelduitbarsting in een probleemwijk direct toeschrijft aan Marokkaans straattuig. Kortom een partij die tweespalt zaait in de samenleving, iets waar democratische partijen als de vvd en het cda zich tegen zouden moeten keren.
Over zoiets als de hoogte van de pensioenleeftijd kun je afspreken dat je het niet met elkaar eens bent, maar over het zaaien van tweespalt kun je dat niet. Alle mooie woorden in de gezamenlijke verklaring over het accepteren van elkaars mening over de islam ten spijt, dat verschil van mening is verstrekkender en ingrijpender dan de op het oog academische vraag of de islam nu een religie is of een (politieke) ideologie.
ChristenUnie-senator Egbert Schuurman waarschuwde begin deze week openlijk voor wat een minderheidskabinet met gedoogsteun van de pvv kan betekenen. Hem parafraserend zullen vvd en cda zich nu moeten afvragen of ze over tien jaar geen spijt zullen hebben, of dit voor de regeerbaarheid van Nederland echt de enige oplossing is, of hun verantwoordelijkheidsgevoel niet vraagt een andere afweging te maken.
De achterban van het cda roert zich, althans een aantal oudere coryfeeën en leden met een Turkse of Marokkaanse achtergrond doen dat, maar of het gemor zal aangroeien tot een orkaan? Bij de vvd is het relatief stil. Een enkeling, zoals oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas, tekent bezwaar aan, maar op de vvd-website is aan allerlei reacties af te lezen dat menige kiezer het juist prima vindt dat over rechts geregeerd gaat worden en dolblij dat de Paars-plus-variant van de baan is. Vooral de weerzin tegen de pvda druipt er vanaf.
En de pvv? Die kent geen leden, die kunnen dus ook niet klagen. De pvv lacht in haar vuistje, wel veel invloed, maar geen echte verantwoordelijkheid en gewoon kunnen blijven schelden en tieren op Nederlanders met een moslimachtergrond.