Interview ChristenUnie-leider Rouvoet

«Gedoogsteun is niet te koop»

Na de mislukte onderhandelingen met de PvdA spraken de informateurs gelijktijdig met D66 en de kleine christelijke partijen. Het CDA hielp Zalm steviger in het zadel door te kiezen voor D66, vindt fractievoor zitter André Rouvoet van de ChristenUnie. CDA en VVD trachtten ondertussen de deur op een kier te houden.

«Enthousiast over kabinetsdeelname was ik niet. Na de verkiezingen had er een kabinet van CDA en PvdA moeten komen. Dat heb ik de koningin ook geadviseerd. Maar toen de onderhandelingen tussen Bos en Balkenende knapten, was het beyond repair. Dat was onze vaste overtuiging. Dan moet je verantwoordelijkheid nemen. Want het land moet geregeerd worden.

Gerrit Zalm heeft een keer tegen Maxime Verhagen gezegd: als je er met Bos niet uitkomt, dan kleed ik je helemaal uit. En Mat Herben had zoiets van: aan mijn lijf geen polonaise. Zo’n houding kun je je op zo’n moment domweg niet permitteren. Even geen politieke spelletjes, het is ieders verantwoordelijkheid dat er een kabinet komt. Dus ook de mijne. Centrumrechts was niet onze eerste keus en na twee verloren verkiezingen had ik liever vier jaar lang vanuit het parlement gebouwd aan de ChristenUnie. Maar als het nodig was, dan waren we er klaar voor.»

«Op 22 april heb ik een eerste gesprek met Hoekstra en Korthals Altes. Een dinsdag was dat. ’s Avonds voegen ook Balkenende en Zalm zich bij de informateurs. Op mijn verzoek spreekt Bas van der Vlies van de SGP nog niet mee. De ChristenUnie is een zelfstandige partij, nietwaar? Ik heb aangegeven wat voor ons belangrijke punten waren in onderscheid met het Strategisch Akkoord. Met onze opvattingen over sociaal beleid, asielbeleid, milieu beleid en ontwikkelingssamenwerking hebben we immers heel vaak juist tegenover CDA en VVD gestaan. Natuurlijk hadden we het ook over de ethische dilemma’s. Ik heb meteen tegen de informateurs en onderhandelaars gezegd dat ik het terugdraaien van bepaalde wetgeving niet zal inbrengen als een voorwaarde voor onderhandelingen, maar dat er voor mij op al die gevoelige terreinen ruimte moet zijn voor gesprekken over verbeteringen. Als dit onbespreekbaar was, dan zou het afgelopen zijn.

Dan kan de VVD suggereren dat wij buitengewoon inschikkelijk waren, maar ik zag dit als een harde eis. Misschien dat men verwachtte dat wij zó op onze strepen zouden staan dat ons verkiezingsprogramma op sommige onderwerpen integraal kabinetsbeleid had moeten worden. Maar als je toezegt mee te praten, dan moet je niet op voorhand eisen stellen die voor de VVD onaanvaardbaar zijn. Dan zeg je dus eigenlijk niet tot een kabinet te willen toetreden en neem je dus ook die verantwoordelijkheid niet. Jazeker, het is mijn streven een aantal paarse wetten terug te draaien. Maar in onderhandelingen aanvaardde ik dat dat de komende vier jaar niet zou gebeuren. En zolang er maar geen verslechteringen werden aangebracht, kon ik het gesprek voortzetten. Als Gerrit Zalm over de volle linie echter alleen een standstill had bepleit, dan was ik weg geweest. Er moest vooruitgang worden geboekt. Mij gaat het niet om het schibbolet van herinvoering van het bordeelverbod. Het gaat mij erom dat de vrouwenhandel en de uitbuiting erger zijn geworden en dat daar iets aan gedaan moet worden. Natuurlijk wil ik bij de euthanasie de strafbaarstelling terug. Maar bovenal wil ik voorkomen dat er meer onzekerheid is over wat er écht gebeurt in die eindfase van het leven en dat er meer aandacht komt voor palliatieve zorg. Die winstpunten wilde ik boeken. Dat begrepen ze.»

«Op donderdag komen we voor het eerst bijeen met de vier fracties. Ik had mijn bezuinigingenpakket klaar. Het plaatje lag op tafel. Financieel-economisch blijken er eigenlijk geen echte problemen. Het is Gerrit Zalm die op vijf immateriële thema’s met een handreiking komt. Euthanasie, abortus, ruimte voor ambtenaren om zich te onttrekken aan het sluiten van homohuwelijken, de embryowet en het bordeelverbod — over deze vijf kan gesproken worden, zegt hij. Mijn eigen lijstje was veel langer natuurlijk, maar ik zeg hem dat ik erkentelijk ben voor deze opening. Er is ruimte om te spreken over de gevoelige thema’s en dat had ik niet verwacht. We zijn er natuurlijk nog lang niet uit, maar het is zeker een goed begin.

Een dag later lopen we in hoog tempo alle punten van mijn lijstje af. Niet alleen de immateriële thema’s, ook belangrijke christelijk-sociale speerpunten zoals asielbeleid en milieubeleid. De inkomenseis van 130 procent van het minimumloon voor huwelijksmigratie, daar voelde ik bijvoorbeeld niets voor. Ook over het specifiek pardon voor asielzoekers hebben we het gehad. CDA en VVD vonden mijn voorstel te royaal. Hierover is min of meer onderhandeld, maar op geen enkel punt is een andere conclusie getrokken dan ‹hier valt over te praten› of ‹hier moeten we uit kunnen komen›. Blokkades waren er niet.

Ondertussen werden ook met D66 verkennende gesprekken gevoerd. Ik heb de informateurs gezegd dat ik het prima vond dat ze zo lang met Boris Dittrich spraken, er lagen kennelijk nogal wat problemen. Maar ik wilde wel de verzekering dat we nog dezelfde status hadden. Het leek erop dat D66 de verkennende fase voorbij was en al echt aan het onderhandelen was. En als dat zo was, zei ik, dan had ik wel betere dingen te doen. Maar Hoekstra en Korthals Altes gaven me de garantie dat het nog volkomen open lag.»

«Maandagmiddag voelde ik nattigheid. Weer was een hele dag met Boris gesproken en aan het eind van de dag verschijnt op teletekst het bericht dat die gesprekken de volgende dag worden vervolgd. Ik heb toen de telefoon gepakt om bij Jan Peter, Gerrit Zalm en Maxime Verhagen om opheldering te vragen. Ik belde zelf. Niet Maxime, zoals het CDA beweert. Ik heb een goed geheugen en spreek geen onwaarheden.

Bij Jan Peter krijg ik de voicemail. Ik zeg: Jan Peter, kun je me nú terugbellen, want dit bevalt me niet. Gerrit Zalm reageert een beetje kriebelig. Hij zegt: ‹André, je kent mijn eerste keuze, dat is D66. Maar we zijn er met Boris nog lang niet uit. Alles ligt nog open.› Maar er werd zelfs al over kabinetsposten onderhandeld. D66 wilde Binnenlandse Zaken en Onderwijs hebben, meldden de media. Daardoor werd mijn onrust gevoed.

Dan belt Jan Peter terug. Die zegt: ‹Ik kan je niet helpen, want ik ben er niet bij geweest vandaag. Ik weet niet wat er speelt.› Het zou natuurlijk ook bizar zijn geweest als zonder de beoogd premier over de posten wordt gesproken. Maar, zegt Jan Peter, ik laat me zo gauw mogelijk bijpraten door Maxime en dan belt een van ons je terug. Maxime belt meteen daarna en vraagt wat er allemaal aan de hand is. Hij belooft direct op mijn verzoek even langs te komen op mijn kamer.

Hier zat hij, aan deze houten tafel. Zes uur ’s avonds zal het zijn geweest. En opnieuw verzekert hij me dat de ChristenUnie nog steeds de eerste keus is voor het CDA, maar dat er tegenover de VVD nog geen argumenten zijn om hun eerste keus voor D66 los te laten. Dat kan misschien als D66 blijft overvragen. Maar, zegt ook Maxime, alles ligt open. We filosoferen nog even over de mogelijkheid van een minderheidskabinet, waarover Vonhoff en Jorritsma zich in het weekend hadden uit gelaten. Maar Maxime ziet daar niets in. Volgens hem ligt het, als het misloopt met D66 en Zalm de SGP niet accepteert, veel meer voor de hand om een kabinet samen te stellen met CDA, VVD en de ChristenUnie. Zo’n coalitie steunt op 75 kamerzetels en zou eventueel gedoogd kunnen worden door de SGP. Geen moment blijkt in het gesprek dat wij er al uit liggen.

Een dag later is dat totaal anders. Van een cameraploeg hoor ik die dinsdagmiddag dat het CDA gekozen heeft voor D66. Verbaasd was ik. En aanvankelijk ook teleurgesteld. Het CDA brengt hierop ook nog eens naar buiten dat Verhagen op eigen initiatief maandagavond bij mij is geweest om het slechte nieuws te brengen. Nou moet het niet veel grijzer worden, dacht ik. Garanties dat wíj het zouden worden heb ik niet gekregen, maar Maxime heeft mij ook zeker niet meegedeeld dat het D66 zou worden. Pissig was ik daarover. Pissig, ja dat was ik. Wat kan er in één nacht veranderd zijn terwijl niet eens met D66 gesproken is?

Gerda Verburg belt dat Maxime weer even langskomt. Hij bevestigt de keuze voor D66. Ik aanvaard dit, zeg ik hem, maar snappen doe ik het werkelijk niet. Ook niet politiek inhoudelijk. Dat is misschien onnodig, want het is jullie keus. Maar ik heb er wel grote moeite mee na gisteravond. Maxime doet zijn zegje en heeft het weer over een ‹impasse› omdat CDA en VVD een verschillende eerste voorkeur hebben. Maar dat wisten we gisteravond ook al! Overtuigend is het allemaal niet. En nieuwe argumenten heb ik niet gehoord. Voor hij vertrekt, zegt Maxime nog te hopen dat de deur bij de ChristenUnie niet helemaal dicht is. ‹Maxime, kom op zeg›, antwoord ik. ‹Jullie hebben toch een keuze gemaakt? Dan is het toch klaar?›

In het afsluitende gesprek dat we ’s middags bij de informateurs voeren, vallen woorden van gelijke strekking. We moeten het bijltje er niet bij neergooien. En die deur niet helemaal dichttrekken. Hoezo deur? Welke deur? Als het niet lukt met D66, dan gaan we allemaal weer naar de koningin, beginnen we helemaal opnieuw en ben ik gewoon weer beschikbaar voor gesprekken. Ik ben niet wrokkig, de politieke conclusie is nu: CDA en VVD kiezen samen voor D66 als derde partner; dit is het eind van de verkennende fase en wij doen niet meer mee. Ook niet een klein beetje. Ik lig eruit en dat aanvaard ik, maar vraag niet van me om nog een beetje in de buurt te blijven. Dan had je die keus niet moeten maken.

Maar Gerrit Zalm hield vol. Hij zei blij te zijn met de manier waarop wij ons hadden opgesteld en bood aan de met ons besproken verbeteringen op immateriële punten nog in een akkoord op te nemen. Hij wilde dit met Boris bespreken. Ik waardeerde dit natuurlijk. Niet als gebaar aan mijn partij, maar omdat ik het in het belang van het land vind dat die dingen beter worden geregeld. Maar ik heb ook direct gezegd: gedoogsteun is niet te koop. Ik ben niet helemaal groen in Den Haag, dus ik wist best wat ze bedoelden. Voor je het weet krijg je toch het beeld dat onze steun is gekocht met een paar leuke punten. Van onze kant is er echter geen enkele bijzondere betrokkenheid bij dit kabinet, dat heb ik duidelijk gezegd. Ik heb me nergens aan gecommitteerd.»

«Of ze me aan het lijntje hebben gehouden? Ach, soms denk ik dat ik me gebruikt zou moeten voelen. Maar zo voel ik me dus niet. Boris Dittrich had een andere uitgangspositie. Hij heeft hard geroepen: ik doe niet mee. Om zijn draai te rechtvaardigen moest hij wel met zware eisen komen en heel gedetailleerde voorwaarden stellen. De gesprekken met D66 duurden daarom veel langer.

Maar begrijpen doe ik de keus van Jan Peter ook nu nog niet. Hoewel onze ambities meestal verder reikten dan die van het CDA zijn we onder Paars regelmatig gezamenlijk opgetrokken. We hadden overeenstemming over het morele failliet dat uit die kabinetten sprak. Dat hele boek van Jan Peter richt zich tegen de geest van acht jaar Paars en spreekt van de noodzakelijke wederopbouw van de samen leving. Nu gaat hij met twee paarse partijen in zee. Niet alleen met de VVD, maar ook met D66, de ziel van Paars. Dat is ongeloofwaardig. Oké, als er nou geen alternatief was geweest, dan kan ik het begrijpen. Maar al wat ik tot nu toe heb gehoord is dat het draagvlak in de Kamer voor een kabinet met D66 groter was: 78 zetels in plaats van 77, en dat de VVD een andere voorkeur had. Maar dat laatste kan voor een partij die anderhalf keer zo groot is niet doorslaggevend zijn, lijkt mij. Dit was het probleem van de VVD, niet van het CDA.

Gerrit Zalm stond na de mislukte informatie van CDA en PvdA al tamelijk sterk, zijn positie is er door de uiteindelijke keuze voor D66 alleen maar sterker op geworden. Hij stond te glunderen bij de persconferentie, die dinsdagavond voor Koninginnedag. We gaan er tegenaan, zei hij. En dat het een leuk kabinet zal worden.

De oppositie tegen christelijk-sociale politiek zal van de kant van het kabinet komen, daar ziet het na lezing van het Hoofdlijnen akkoord wel naar uit. Dat is een interessante omkering. Een van de kernbegrippen in het CDA is rentmeesterschap. Dat woord komt in het hele stuk niet voor. Je kunt misschien geen ambitieus milieuprogramma hebben, maar dat het je als partij niet opvalt dat een door jou gekoesterd centraal begrip in je eigen kabinet helemaal niet doorklinkt, vind ik toch tekenend.

Maar als je me vraagt realistisch te zijn, dan word ik eigenlijk niet meer zo gauw teleurgesteld door het CDA. Het is juist die partij die ons op punten van milieu- en asielbeleid altijd als eerste links noemt. Dat is kennelijk een soort scheldwoord voor ze. Als je de uitgangspunten van gerechtigheid, rechtvaardigheid en rentmeesterschap serieus zou nemen, dan moet je niet ieder pleidooi van een andere partij die wil opkomen voor goed beheer van de schepping meteen als links afdoen, vind ik. Maar als zij links noemen wat ik christelijk-sociaal noodzakelijk vind, dan bén ik maar links.

En als Femke Halsema mij op cultureel-ethisch terrein rechts noemt, omdat ik iets wil behouden dat voor mij belangrijk is, dan ben ik maar rechts. Het zal me een rotzorg zijn. Ik doe wat ik vanuit de uitgangspunten van de christelijke politiek noodzakelijk vind en dan zie ik wel wie mijn bondgenoten zijn.»