Gedraaide kop

De stier van Paulus Potter is zo beroemd dat er ooit een ansichtkaart was met daarop de tekst: De stier van Potter door Rembrandt.

HET MERKWAARDIGE SCHILDERIJ van Paulus Potter is zo ruim van formaat (235,5 x 339 cm) dat de beroemde stier er levensgroot op staat. Gemeten bij zijn schouder schat ik hem ongeveer 120 centimeter hoog. Als je ernaast zou staan, kon je een hand op zijn rug leggen en dan, als hij wat zou bewegen, de massieve kracht voelen van zijn gespierde lijf. Die nabijheid suggereren was dan ook de bedoeling van het werk. In zijn meesterlijke boek De meesters van weleer (1876) bleef Eugène Fromentin, tegen zijn gewoonte, er wat onzeker over - vaal en droog geschilderd, vond hij, maar ook en vooral was het vreemd dat het schilderij eigenlijk geen begin had en ook nergens duidelijk eindigde. Dat betekent dat hij de compositie ervan niet begreep. Die hoorde namelijk mooi opgezet en afgerond te zijn. Maar De stier lijkt op een informele, experimentele collage van meerdere beelden tegen elkaar in één schilderij. Er ligt een rustig schaap met een lam innig tegen haar aan. Die liggen weer tegen de vadzige, herkauwende koe. Achter het schaap staat een ram. Van die vier beesten kijkt alleen het schaap niet recht naar voren. Ik vind dat het ensemble van hun koppen een mooie, stille samenklank heeft. Ook liggen zij voor die twee wonderlijk gekruiste, schrale bomen (een curieuze combinatie van wilg en eik) die, samen met het hekwerk links, de leunende landman omlijsten alsof hij in een nis staat. Eigenlijk is die groep bijna al een compleet schilderij.
De stier, intussen, houdt zijn kop zo gedraaid dat die ook, net nog, meedoet in de lome, ritmische opeenvolging van de koppen van de overige dieren. Verder staat het beest wat geïsoleerd en apart. Restauratoren in het Mauritshuis hebben uitgevonden dat heel de stier op twee aan elkaar genaaide stukken linnen is geschilderd. Toen Potter het schilderij in de maak had, was er kennelijk reden om linnen bij te voegen om daarop de rest van het tafereel te schilderen - de omgeving als het ware van de stier. Was het misschien eerst het idee van de kunstenaar om een schilderij te maken van alleen maar die ene stier? Het beest staat zich wel zo te vertonen, apart en stoer en zelfbewust - als een Hercules onder de dieren. Niets is bekend over de omstandigheden waarin het werk gemaakt is; er zijn geen aanwijzingen dat het een portret zou zijn van een prijsstier. Wel is de suggestieve draaiing in de stand van het dier opgemerkt: zijn achterhand is schuin van achteren waargenomen (waardoor de ballen goed zichtbaar zijn), de voorhand en het middenstuk strak van voren, maar de nek en de kop weer van schuin opzij. Door deze subtiel wisselende blikrichtingen ontstond een stier met een onrustig en beweeglijk silhouet dat, door die nerveuze levendigheid, de geschiedenis zou ingaan als de stier. Zo beroemd dat er, hoorde ik als student, ooit per abuis een ansichtkaart zou zijn gedrukt waarop stond: De stier van Potter door Rembrandt.
Het dier staat ook opgesteld op een soort verhoging als op een duin. Daarachter naar beneden zien we grazend vee in de groene polder. Het dorp aan de horizon is als Rijswijk geïdentificeerd. In de lucht drijft wat grijze, zomerse bewolking - maar op de weilanden valt een vol zonlicht want de koeien daar hebben schaduwen. In de hoofdgroep zien we geen schaduw. De belichting daar is egaal en prachtig helder - in wat fotografen nu studio light noemen. Dat was wat Fromentin miste: suggestieve schaduwen die delen verbinden en eenheid brengen in een compositie. Nu is het inderdaad stil en bleek en artificieel - maar dan denk ik ook aan Andy Warhol, wiens figuraties eveneens zo strak en helder zijn en zonder romantische schaduw. Toen hij De stier maakte was Potter nog maar begin twintig. Met 28 was hij dood: een raadselachtig, roekeloos en onvoltooid meesterschap - in den knop gebroken/ en vóór den uchtend van haar bloei vergaan, zei Willem Kloos. Het schilderij heeft dan ook de durf van een jeugdwerk. De dieren staan bij de bomen, zoals koeien doen op een hete zomerdag. Het schaduwloze licht is roerloos - maar in de lucht klimt de leeuwerik en die kunnen we horen in de windstille middag. Het is vredig en rustig. Dat past, want dit schilderij is eigenlijk een omvangrijk stilleven gemaakt van dieren. De dieren liggen ook zo, als op een schaal uitgestald. Zoals elk stilleven is het ook een vanitas. De idylle, als van het paradijs, duurt nog even maar niet lang meer.

PS Het schilderij hangt in het Mauritshuis in Den Haag en is mooier dan ik vroeger dacht. Ik wil ook de conservator van het museum bedanken die mij, hier op het Engelse platteland, met bepaalde informatie heeft geholpen