De impact van een hashtag

Gedragscodes updaten is niet genoeg

Een jaar na de allereerste #MeToo-tweet is de wereld niet rigoureus veranderd. Toch lijken sectoren die onder vuur lagen wel wakker geschud. In ziekenhuizen, wetenschap, theaterwereld, leger en advocatuur is veel meer aandacht voor de invloed van macht op seks.

Lex van Lieshout / anp

In een leslokaal in het AMC zitten Hans, een veertiger in een witte doktersjas, en co-assistent Manon (niet haar echte naam) aan tafel voor haar tussentijdse beoordeling. ‘Hé, leuk dat we elkaar persoonlijk kunnen spreken. Ik ben tevreden over hoe het gaat’, zegt Hans. Hij schuift het beoordelingsformulier terzijde en leunt glimlachend achterover. ‘En volgens mij hebben we ook een leuke klik. Ik geniet er wel van als ik leuke vrouwelijke co’s heb; dat is wel een deel van de lol van mijn werk.’

Manon glimlacht schaapachtig.

‘Ik heb eigenlijk maar één opmerking’, gaat Hans verder: ‘Ik zie dat je je bovenste knoopjes open hebt – en ik vind dat natuurlijk hartstikke leuk, dat mag je best weten – maar voor patiënten is het beter van niet.’

Hij vraagt wat ze het weekend gaat doen en terloops of ze een vriend heeft. Heeft ze anders zin om zo iets met hem te gaan drinken? Ze antwoordt dat ze al met vriendinnen heeft afgesproken. En dan ligt ineens zijn hand op haar knie.

Manon trekt haar been weg. ‘Ik ben blij met de beoordeling’, zegt ze, ‘maar dit lijkt me niet zo gepast.’

‘Nou ja, ik ben gewoon wat lijfelijk ingesteld. En het is ook wel een deel van het werk, hoor; we hebben een lichamelijk beroep waarin we elkaar aanraken.’
‘Patiënten’, zegt Manon gedecideerd. ‘Heeft u de beoordeling trouwens klaar?’

Applaus. De mede-co-assistenten die naar hen hebben zitten kijken, vinden dat hun Manon dit rollenspel met de acteur-arts ‘echt super’ heeft gedaan. ‘Ik voel mezelf gewoon helemaal warm en opgefokt door er alleen al naar te kijken’, zegt een vrouwelijke co die zich geagiteerd koelte toewaait met een A4’tje. ‘Ik weet niet of ik dit in het echt zou kunnen. Ik zou freezen, denk ik.’ Een ander: ‘Zeker als je beoordeling er vanaf hangt… dan zou ik misschien toch niets zeggen.’

Het rollenspel is het sluitstuk van de twee uur durende training Omgaan met seksuele intimidatie en agressie, die alle co’s voor aanvang van hun coschappen moeten volgen. Twintig procent van de co-assistenten in Nederlandse ziekenhuizen heeft te maken met seksueel grensoverschrijdend gedrag; in zestig procent van de gevallen is de pleger een medisch specialist. De training is trouwens geen reactie op de #MeToo-discussie, maar bestaat al sinds 2013, toen voor het eerst bleek dat co-assistenten meer dan gemiddeld last hebben van seksuele intimidatie. Toch merkt docent Marcel Fabriek dat de #MeToo-discussie voor meer urgentie heeft gezorgd.

Bijna een jaar geleden, op 15 oktober 2017, brandde die discussie los na een tweet van actrice Alyssa Milano, waarin ze vrouwen opriep ‘#MeToo’ te gebruiken als zij slachtoffer waren geweest van seksueel overschrijdend gedrag. Het vervolg op deze steunbetuiging aan de actrices die filmproducent Harvey Weinstein openbaar aanklaagden, is genoegzaam bekend: miljoenen vrouwen over de hele wereld, maar ook mannen, deelden via sociale media hun ervaringen met seksueel wangedrag. Van seksistische grapjes tijdens een vergadering en ongepaste mails tot aanrandingen en verkrachtingen. De hashtag doorbrak de zwijgcultuur rond seksueel overschrijdend gedrag en maakte de alomtegenwoordigheid van het probleem zichtbaar. Of zoals co-assistent Manon het verwoordt: ‘Toen het begon dacht ik dat ik zoiets nog nooit had beleefd, maar na een paar maanden realiseerde ik me; shit, ik heb het best vaak meegemaakt maar ik ben het normaal gaan vinden. Shit!’

Maar heeft de #MeToo-campagne meer dan bewustwording gebracht? Is er een jaar na dato daadwerkelijk iets veranderd? Natuurlijk, er sneuvelden machtige mannen (onder wie Weinstein en acteur Kevin Spacey en dichter bij huis castingdirecteur Job Gosschalk en onlangs nog de chef-dirigent van het Concertgebouworkest). Maar hoe ging het verder? Hoe werkte dat door op de werkvloer? Is die het afgelopen jaar veiliger en een tikje minder seksistisch geworden?

Het is gemakkelijk om de uitwerking van #MeToo te bagatelliseren; het aantal vertrouwenspersonen nam volgens de Landelijke Vereniging van Vertrouwenspersonen (lvv) niet toe; net zo min als het aantal meldingen dat bij hen binnenkwam. Uit een enquête van Nieuwsuur bleek dat werknemers hun gedrag nauwelijks hebben aangepast. Rechters oordelen bovendien mild als het gaat om ontslagzaken tegen plegers van seksuele intimidatie op het werk, ontdekte arbeidsrechtadvocaat Mirjam Decoz na het doorspitten van tweehonderd zaken.

Maar toch. Wie dieper in de sectoren duikt die het afgelopen jaar onder vuur lagen vanwege #MeToo-incidenten moet concluderen dat bedrijven op z’n minst wakker zijn geschud. Bijna veertig procent van de vertrouwenspersonen die de lvv samen met het tv-programma De Monitor ondervroeg, gaf aan dat er door de #MeToo-discussie meer aandacht is voor ongewenste omgangsvormen.

Het aantal werknemers dat jaarlijks te maken krijgt met seksuele intimidatie op het werk, lijkt verraderlijk laag: twee procent volgens de enquête Arbeidsomstandigheden van tno, al denkt het onderzoeksbureau zelf dat dat cijfer door een wijziging in de vragen wat laag is en rond de drie procent moet zijn – ongeveer 200.000 mensen. ‘Op het eerste gezicht lijkt dat weinig, al is iedere procent er één te veel, maar dat cijfer is ook vertekenend’, zegt Mirjam Decoz, arbeidsrechtadvocaat die onderzoek deed naar het onderwerp. ‘Als je differentieert naar vrouwen, dan heb je al 4,5 procent te pakken. Kijk je alleen naar jonge vrouwen en vervolgens naar diegenen met een tijdelijk contract die ook nog eens werkzaam zijn in een risicosector, dan zit je zo aan de twintig procent.’

Want hoewel grensoverschrijdend gedrag overal voorkomt, zijn er sectoren die extra bevattelijk zijn; niet toevallig de beroepenvelden die het afgelopen jaar in het nieuws kwamen door #MeToo-schandalen. Sectoren met een sterke hiërarchie, waar de machtsverschillen enorm zijn en bepaalde werknemers sterk afhankelijk zijn van hun leidinggevenden. ‘Defensie, grote advocatenkantoren, academische ziekenhuizen waar de opleidingsplekken ook nog eens schaars zijn. Maar ook in bedrijven met 24-uursdiensten komt seksuele intimidatie meer voor’, zegt bestuurslid Inge te Brake van de lvv. ‘Daar heersen vaak familiaire omgangsvormen. Men deelt er door dat andere ritme veel met elkaar. Daar is op zich niets mis mee, maar de kans op grensoverschrijdend gedrag is er wel groter door.’ En plekken waar een paar machtige personen je carrière kunnen maken of breken zoals in de modellenwereld en de film- en televisie-industrie. ‘Niet voor niets begon de hele #MeToo-affaire in Hollywood.’

In de Stadsgehoorzaal in Leiden repeteert Reinout Bussemaker met een jonge crew voor de productie Pinokkio. De avond daarvoor is de try-out geweest. In de ‘arena-opstelling’ in de foyer liggen decorstukken – een bootje tegen een berg zand met een parasol, strandballen – en de instrumenten van de klezmerband. Bussemaker is behalve acteur ook bestuurslid van Act, de belangenvereniging voor acteurs. Toen de verhalen over castingdirecteur Job Gosschalk, die jonge mannelijke acteurs blootscènes bij hem thuis liet repeteren en hen lastigviel, in de publiciteit kwamen, wisten ze bij Act direct: hier moeten we wat mee. ‘We zijn om de tafel gaan zitten’, zegt hij in een kale kleedruimte van het theater. ‘Als jonge acteur ben je zzp’er en sta je tegenover machtige castingbureaus en regisseurs. Als zich iets voordoet kun je nergens naartoe. Je bent nergens ingebed. En je doet heel veel om in de gunst te komen, omdat de concurrentie groot is.’ Bij vrouwen misschien nog wel meer dan bij mannen. Zolang er minder rollen zijn voor vooral oudere vrouwen dan voor mannen zullen actrices volgens hem het gevoel hebben dat de eerste tien jaar van hun carrière cruciaal zijn.

‘Je moet je vrij voelen, kwetsbaar durven zijn. Een mijnenveld dus. Reden te meer om daar heldere afspraken over te maken’

Ook hij had als jonkie een ervaring met Gosschalk. ‘Hij nam me mee uit eten en deed oneerbare voorstellen die ik maar zo’n beetje negeerde. Maar als je vervolgens niet wordt gevraagd voor audities denk je toch: ben ik nou niet goed genoeg of heeft het daarmee te maken? Het zegt vooral veel over de afhankelijkheid die je hebt als acteur.’

Daarbij is het natuurlijk een raar vak, zegt hij. ‘We gaan familiair met elkaar om. Lichamelijk ook. Je lichaam is je instrument. Doordat je zo intensief en lichamelijk met elkaar werkt, word je makkelijker met aanraken. Je moet ook snel vertrouwen en intimiteit kweken, omdat je in heel korte tijd bijvoorbeeld een heel agressieve of juist een intieme scène moet kunnen spelen. Je moet je vrij voelen, kwetsbaar durven zijn. Een mijnenveld dus. Reden te meer om daar heldere afspraken over te maken.’

Hij heeft als acteur wel eens gespeeld in een instructiefilmpje van het uwv voor werkgevers, over seksuele intimidatie. ‘Ik moest dan een foute werkgever spelen die over iemand heen buigt en iemands arm aanraakt.’ Hij doet het voor. ‘Dat mocht dus allemaal niet. Bij ons zouden dat soort instructies absurd zijn.’

Ze hebben als Act heel veel met acteurs en mensen uit het vak gepraat: hoe kun je die lichamelijkheid behouden maar misbruik uitbannen? ‘Laatst zei mijn yogaleraar: vind je het goed als ik je corrigeer. Hé dacht ik, dat is een prima manier om in een werkrelatie lichamelijk te zijn.’

In de modellenwereld liep tezelfdertijd een soortgelijke discussie. Ook daar gaat het vaak om (nog veel jongere) zzp’ers tegenover machtige modellenbureaus, stylisten, fotografen. ‘Het feit dat je lichaam je product is maakt het natuurlijk ook ingewikkeld’, zegt Marvy Rieder, ex-model en bestuurslid van The Model’s Health Pledge, een door het ministerie van vws gesteunde club die opkomt voor een veilig werkklimaat voor modellen. ‘We waren er al mee bezig toen het breed in het nieuws kwam. Uit een artikel in de Volkskrant bleek hoe minderjarige modellen vaak min of meer tot seksueel getinte naaktfotografie werden gedwongen onder omstandigheden waar ze zich zeer ongemakkelijk bij voelden. Zoals ex-model Lieke (niet haar echte naam) die in de krant zegt: ‘Hij kreunde terwijl hij me fotografeerde. Ik kreeg het idee dat hij seks met me had door zijn camera. Het voelde helemaal niet goed, toch hield ik me groot. Mijn bureau had deze shoot tenslotte georganiseerd en ik wilde mijn carrière niet dwarsbomen.’

Bij The Pledge dachten ze: hier moeten we nu echt iets mee. Ze deden onderzoek onder modellen, dat net is afgerond: 41 procent van de 299 ondervraagde modellen heeft wel eens iets vervelends meegemaakt, het merendeel seksueel van aard. 19 procent heeft last gehad van seksuele intimidatie en onder minderjarigen heeft 19 procent wel eens topless geposeerd, terwijl 38 procent daar niet achter stond. ‘We zijn gaan praten met iedereen in de branche’, zegt Rieder. ‘Die is echt wakker geschud door #MeToo. Maar bureaus weten vaak niet hoe ze het aan moeten pakken. Ze bleken bijvoorbeeld geen vertrouwenspersonen te hebben.’ The Pledge heeft inmiddels twee onafhankelijke vertrouwenspersonen van buiten de branche aangesteld, heeft de gedragscode uitgebreid met ‘geen naaktfotografie onder de achttien’, die door 55 partijen is ondertekend (van bladen als Harper’s Bazaar en Elle tot modellenbureaus en fotografen) en opende een meldpunt waar tot nu toe 39 meldingen binnenkwamen.

Ook Act opende samen met andere partijen uit de cultuurbranche in juni een online meldpunt: mores.online, waar iedereen die werkt in de podiumkunsten, film- en tv-sector misstanden kan melden (tot nu toe acht). En ook hier kwam een gedragscode die bij het contract kan worden meegeleverd. ‘Hoe lichamelijk we ook met z’n allen zijn, er moeten gewoon een paar dingen op een andere manier’, vindt acteur Bussemaker. ‘Denk aan protocollen waarin bijvoorbeeld staat dat je bij een vrijscène altijd overlegt over wat er in beeld komt, wie erbij aanwezig moeten zijn.’

Een sterke hiërarchie, een scheve man-vrouwverhouding – defensie heeft het beide. Daarnaast heeft het leger volgens vertrouwenspersoon Te Brake van de lvv ook nog een ‘geïsoleerd karakter’, wat makkelijk leidt tot een eigen groepsnorm: zo doen we dat hier, nog een factor die de kans op #MeToo-situaties vergroot. De krijgsmacht kwam het afgelopen jaar dan ook in het nieuws vanwege uit de hand gelopen ontgroeningen, pesten, mishandelingen, aanrandingen en verkrachting.

Uit het jaarverslag integriteit blijkt dat er in 2017 meer integriteitsschendingen werden gemeld dan het jaar ervoor: 502 meldingen tegen 369. Daarvan gingen er 145 over omgangsvormen (was 64). De vertrouwenspersoon kreeg weliswaar minder klachten in totaal, maar die over seksuele intimidatie namen toe van 20 naar 37. Mogelijk door #MeToo, suggereert het rapport.

Een woordvoerder laat weten dat defensie door capaciteitsproblemen ‘en de aard van het verzoek’ geen tijd heeft voor een interview maar mailt: ‘Net zoals in de samenleving wordt er ook binnen defensie gesproken over de #MeToo-discussie en de vraagstukken die hieruit voortvloeien. In opleidingen en trainingen van defensiemedewerkers werd al aandacht besteed aan integriteit en gewenste omgangsvormen.’ De bestaande gedragscode wordt nu geüpdatet, waarbij het defensiepersoneel ‘actief wordt betrokken’. Verder kwam er de onafhankelijke commissie-Giebels die (nog) onderzoek doet naar ‘sociale veiligheid’ en de manier waarop defensie omgaat met integriteitsmeldingen. En om de gesloten gezagscultuur, die de krijgsmacht mede gevoelig maakt voor seksueel misbruik, te doorbreken, komen er trainingen die tegenspraak aanmoedigen.

Regelmatig in gesprek gaan over dit thema maakt duidelijk dat grensoverschrijdend gedrag voorkomt en schadelijk is, vindt Te Brake. Met alleen gedragsregels en een vertrouwenspersoon ben je er niet. ‘Gedragsregels, een vertrouwenspersoon en zo’n weerbaarheidstraining voor co’s zijn goed, maar je doet niets aan de oorzaken.’ De cijfers van seksuele intimidatie onder co-assistenten nemen dan ook in geen enkel ziekenhuis af. ‘Maar we geven ze op deze manier wel het vocabulaire, zodat ze het kunnen benoemen en herkennen’, zegt docent Marcel Fabriek. ‘We maken ze robuuster, leren ze om zich gelijkwaardiger op te stellen, zodat ze op zó’n manier “nee” kunnen zeggen dat ze zichzelf niet buitenspel zetten.’

Een co vraagt zich af waarom zíj trouwens op cursus moeten en niet de medisch specialisten die het doen. ‘Goede vraag’, vindt Fabriek, ‘maar hoe krijg je ze erheen? Ze hebben natuurlijk ook gewoon al een code ondertekend waarin staat dat dat niet mag en verreweg de meesten gedragen zich ook netjes, hè.’ >

‘Er is door de #MeToo-discussie wel een soort bewustzijn ontstaan op de werkvloer, ook bij specialisten’, denkt een mannelijke co. ‘En het hangt er ook vanaf hoe iets gezegd wordt en hoe je het ervaart. Als een chirurg tijdens het opereren zegt: “O, was dat je tiet?” en de co zegt: “Ja”, en de arts zegt: “Sorry, vind je het erg? Nee? Ik ook niet, haha” – dan is het grappig bedoeld en kan het wel.’

‘Nééé!’ roepen de vrouwen links van hem.

‘En ik ben ook helemaal klaar met dat woord “ervaren”; dat vrouwen het zo erváren, nee, het ís grensoverschrijdend’, voegt een van de twee toe.

‘Ik krijg vragen van advocaten of ze hun collega’s nog mogen zoenen met Kerst of dat je bij een gewonnen zaak elkaar nog mag omhelzen. Natuurlijk!’

De mannelijke co vindt van niet: ‘Als mijn vrouwelijke leidinggevende tegen een collega over mij zegt “ja, ik weet wel wat ik aanneem”, dan ervaar ik dat als vleiend en niet als intimidatie.’ Toch is het niet oké, vinden de vrouwelijke co’s.

‘Een apenrotsconstructie’, noemt Francine Haegens (niet haar echte naam) de situatie bij veel grote advocatenkantoren. Als hr-manager die bij grote en kleine kantoren werkte, kent ze de situatie van binnenuit. ‘Een partner kan je carrière maken of breken. Iedere drie jaar word je beoordeeld. Je komt binnen als advocaat-stagiair, na drie jaar wordt gekeken of je mag blijven. Dan word je wel of geen medewerker, dan eventueel senior, en na weer drie jaar, waarin je je moet bewijzen en specialiseren, hoor je of je wel of niet wordt voorgedragen. Er heerst een cultuur van work hard, play hard. Dus tot laat overwerken en daarna drinken en feesten. Van de honderd advocaat-stagiairs worden er zo’n vijf partner. En al die tijd ben je afhankelijk van één persoon.’

De meeste grote advocatenkantoren hebben gedragscodes, klachtenregelingen en vertrouwenspersonen. Toch kwamen via de schrijvers van de blog ZoZuidas ook #MeToo-verhalen over advocatenkantoren naar buiten. Arbeidsrechtadvocaat Mirjam Decoz van Vos & Vennoten Advocaten is in haar onderzoek naar #MeToo-uitspraken niet genoeg uitspraken over de eigen beroepsgroep tegengekomen om tot algemene conclusies te komen. Maar advocaten- en accountantskantoren hebben wel een typische voedingsbodem waarop seksueel grensoverschrijdend gedrag welig kan tieren, denkt ze: een ongelijke man-vrouwverdeling, flinke machtsverschillen en een sterke pikorde.

‘Als mijn vrouwelijke leidinggevende tegen een collega over mij zegt “ja, ik weet wel wat ik aanneem”, dan ervaar ik dat als vleiend en niet als intimidatie’ © Flip Franssen / HH

Hr-manager Haegens weet dat er grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt in de advocatuur. ‘Je ziet een samenwerking die te klef is tussen stagiairs of medewerkers en een partner; dat iemand wel heel snel carrière maakt, de spannendste klussen krijgt, de meeste tripjes naar het buitenland en dan plots om onverklaarbare redenen weggaat. Die was vorig jaar nog een high potential en is ineens ongeschikt bevonden. Er worden grapjes gemaakt, er wordt gepraat.’

Meestal blijft het daarbij, een heel enkele keer wordt er wel melding gemaakt van grensoverschrijdend gedrag. ‘Ik denk dat #MeToo daar wel invloed op heeft gehad. Zo kreeg ik een stagiair aan mijn bureau die vertelde dat ze tijdens het kantooruitje door een partner in haar billen was geknepen. Ik vroeg: maar heb je niet gezegd dat je dat niet wilde? Zij: “Dat wilde ik wel, maar ik kon het niet.” Om wie hij was, haar baas, de autoriteit.’

Ze had twee mogelijkheden: hem erop aanspreken of naar de klachtencommissie. Ze koos voor het laatste. ‘Ook op advies van collega’s. Die konden niet wachten om de grote baas af te slachten. Want reken maar dat dat soort spelletjes ook meespeelt.’

De klachtencommissie heeft alle partijen en alle aanwezige medewerkers gehoord. ‘Hij ontkende en zit er ook nog steeds, maar er is wel het een en ander veranderd op het kantoor.’

Er zijn zowel voor medewerkers als voor partners trainingen georganiseerd over de impact van macht en wat dat doet met je ideeën over seksualiteit. ‘Maar ik denk dat er pas echt iets verandert als er meer vrouwen in de top van een bedrijf zitten. Meer diversiteit zal minder stereotiep gedrag uitlokken. Er starten 50 procent jongens en 50 procent meisjes als stagiair. Het streven is om 30 procent vrouwen in de top te krijgen maar dat lukt de meeste kantoren niet. Daar gaat dus iets heel erg mis. En dan de manier van kleden: alle mannen in grijze pakken en die jonge vrouwen in ultrakorte rokjes en hoge palen – niet dat ik vind dat je daarmee aanranding uitlokt, beslist niet – maar het benadrukt zo het verschil tussen de bedachtzame oudere man en het springerige, sexy jonge ding. Op casual Friday voelt het allemaal al een stuk gelijkwaardiger.’

Een scheve man-vrouwverhouding aan de top is inderdaad een extra risicofactor, blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Zeker als die gepaard gaat met veel macht en een sterke afhankelijkheidsrelatie. Het is de reden waarom seksuele intimidatie in de wetenschappelijke wereld zelf meer dan gemiddeld voorkomt, denkt Naomi Ellemers, hoogleraar aan de Universiteit Utrecht die onder meer onderzoek doet naar vooroordelen en discriminatie. Onderzoek onder ‘life science’-wetenschappers liet zien dat tweederde van de vrouwelijke onderzoekers zegt wel eens ongewenst gedrag op het werk te hebben meegemaakt. Ellemers is een van de oprichters van Athena’s Angels, een online platform dat seksisme in de wetenschap aankaart en waar #MeToo-ervaringen worden gedeeld. ‘Jonge mensen zijn afhankelijk van de kansen en steun die ze krijgen van gevestigde wetenschappers en ze hebben weinig alternatieven, vooral als ze in een klein vakgebied werken. Zelfs als ze ergens een beurs willen aanvragen, een andere baan zoeken of naar het buitenland gaan, zijn ze afhankelijk van een aanbeveling van hun begeleider. Dat maakt het lastiger om de confrontatie aan te gaan.’

En die confrontatie aangaan blijkt sowieso ingewikkeld. In een onderzoek dat Ellemers aanhaalt op haar site moest de helft van de vrouwelijke deelnemers bedenken hoe zij zou reageren op drie ongepaste vragen tijdens een sollicitatie. 68 procent dacht tenminste op een van de ongepaste vragen niet te antwoorden. Maar werden de vragen daadwerkelijk gesteld, dan gaven ze toch allemaal antwoord. Een van de redenen is dat vrouwen vaak van tevoren denken dat ze boos zullen worden, terwijl ze zich eerder bang voelen als het echt gebeurt. En hoe machtiger diegene is, hoe moeilijker vrouwen in het verweer komen.

Daarbij vinden we iemand die met een klacht over seksuele intimidatie komt vaak een zeur, een aandachtsjunkie, of een type dat zelf aanleiding gaf – ook al is de klacht terecht, laat onderzoek keer op keer zien. En slachtoffers weten dat waardoor ze nog minder bereid zijn om een klacht in te dienen.

Wat dat aangaat helpt #MeToo ook, denkt Ellemers. Een van haar onderzoeken laat zien dat we pas sympathie krijgen voor een slachtoffer en actie ondernemen als blijkt dat een incident niet op zich staat.

Misschien geldt dat zelfs wel voor rechters. Waar de analyse van Decoz’ tweehonderd zaken liet zien dat plegers van seksueel wangedrag niet snel ontslagen worden, omdat rechters vinden dat het bedrijf eerst een waarschuwing had moeten geven – ‘bizar natuurlijk, je hoeft een leraar toch ook niet expliciet te vertellen dat-ie kinderen geen lel mag geven?’ – ziet ze het eerste half jaar van 2018 een lichtpuntje. In de recent gepubliceerde uitspraken is vaker dan voorheen geoordeeld dat het niet nodig was een pleger eerst te waarschuwen dat zijn gedrag niet door de beugel kon. In die uitspraken ontbonden de rechters een arbeidsovereenkomst of lieten zij een gegeven ontslag op staande voet in stand. ‘Heel voorzichtig denk ik dat dit misschien het begin van een trend is.’

Heeft het ondertussen voor krampachtige omgangsvormen op de werkvloer gezorgd? Francine Haegens ziet wel dat mensen iets voorzichtiger zijn geworden. ‘Ik krijg wel eens vragen van advocaten of ze hun collega’s nog mogen zoenen met Kerst of dat je bij een gewonnen zaak elkaar nog mag omhelzen. Natuurlijk!’

Bussemaker merkt er niets van. Vooral die jonge crew duikt bij het minste of geringste in elkaars armen. ‘Maar gisteren na de try-out zei een oudere muzikant tegen een jonge actrice “ik moet je even knuffelen, je bent nog zo lekker jong en zacht”. Ik weet zeker dat hij er niets mee wil, maar als ik door een andere bril kijk, klopt het niet.’


8 oktober vind er een debat plaats over 1 jaar #MeToo in De Tussenruimte bij Emma, Den Haag. Meer informatie