Hurenkamp

Gedragstherapie

Je loopt in een steeg en je hoort voetstappen. Je draait je razendsnel om: niks. Of toch. Je ziet de normen- en waardendiscussie. Die was het strategisch bedoelde antwoord van premier Balkenende in het rumoer van 2002.

Hij stelde zijn kiezers tevreden door herstel van de orde te beloven en maakte zich ervan af door een discussie in plaats van wetten te lanceren.

Dus nu en dan hoor je wat — er komt een discussie, er komt een onderzoek — maar zie je niks.

Het ongemak dat linkse mensen bij de plotselinge modieusheid van het onderwerp voelden (voor normen en waarden als strikte privé-kwestie is wat hen betreft lang gevochten) was door het schelden, liegen en slaan van de volkspartij LPF snel weggevaagd; links wist na een paar maanden weer dat wie praat over normen en waarden vermeende losers en afhankelijken in het gareel wil dwingen. Daarop ijlde nog wat geharrewar na over de vraag of het zin heeft migranten de grondwet te leren kennen of verplicht Nederlands te leren. Een disciplineringsoefening die vast ergens goed voor is, maar nauwelijks om het onbehagen op straat weg te nemen. En omdat Balkenende verder zijn mond hield leek het debat spoedig wijlen. Zonde, want wie zou het niet toejuichen als hij weer eens een verkeersfout kon begaan zonder bizar te worden uitgekafferd, of zijn geaardheid of religie kon uitdragen zonder het risico klappen op te lopen?

Nota bene het blad van het wetenschappelijk bureau van het CDA, Christen-democratische Verkenningen, brengt in zijn deze week verschijnende zomernummer de premier verder in verlegenheid. In een gesprek over het Rotterdamse experiment «Stadsetiquette» vertellen drie onderzoekers hoe je het leven in de stad voor bewoners draaglijker maakt. Hun analyse is dat mensen niet meer weten hoe ze op straat met elkaar om moeten gaan — of je dat nu aan migranten of aan de teloorgang van de kerk of verzorgingsstaat wijdt. Ze kunnen het onderscheid tussen publieke en privé-ruimte niet meer maken. Men doet op straat zoals thuis. En een gemiddeld grotestadsmens mist vervolgens de vaardigheid om in de tram of op de speelplaats iemand op ongewenst gedrag aan te spreken. Een gemeente kan daar wat tegen doen. Als je samen met bewoners en scholieren een paar regels (stadsetiquette) overeenkomt — simpele dingen als elkaar groeten, en aanspreken over te vroeg buiten gezet huisvuil — blijkt dat ze die naleven en dat ze zich veiliger voelen in hun eigen wijk. De straatstress neemt af. Deze Rotterdamse gedragstherapie voor de wijk werkt niet overal. Het gaat beter in kinderrijke buurten dan in een verloederde omgeving. Je dringt er ook de misdaad niet mee terug. (Daar hielpen eerdere ideeën over normen en waarden ook niet.)

Waar het wel om gaat is dat de mogelijkheden om het sociaal verkeer tussen mensen beter te regelen, niets te maken hebben met ideologieën, bijbel of koran. Lokaal beleid en de inzet van buurtwerkers zijn wel van groot belang, net als de bereidheid niet alle verantwoordelijkheid voor een beter straatleven bij de burger te leggen. Dat is een ferme sprong voor Balkenende en zijn verlangen naar een nationale discussie met hem als moreel baken, maar het is de enige manier om hier zijn gezicht te redden.