Gedwongen

Wier ellende moet met dat middel voorkomen worden: die van de moeder of die van de kinderen? Tijd voor een inhoudelijk gesprek over gedwongen anticonceptie.

Tijdens een etentje afgelopen zaterdagavond vraagt een docent op een school voor zeer moeilijk lerende kinderen ineens waarom de Tweede Kamer niet dieper ingaat op dat voorstel over gedwongen anticonceptie waarover hij onlangs iets had gelezen. Hij weet even niet meer wie dat voorstel had gedaan. Maar hij zou graag zien dat alle voors en tegens eens tegen elkaar worden afgewogen als het erom gaat te voorkomen dat sommige vrouwen zwanger worden. Hij ziet op zijn school veel leed voorbij komen.

Dat uitgerekend deze docent de discussie graag gevoerd ziet overvalt me, want hij is een gelovig mens. Dat wil overigens niet zeggen dat bij hem de uitkomst van dat gesprek bij voorbaat vaststaat. Het lijkt erop dat hij vooral het direct wegwuiven door de landelijke politiek van het voorstel van cda-wethouder Hugo de Jonge uit Rotterdam ervaart als het geen oog hebben voor de praktijk.

Wethouder De Jonge slaakte onlangs een noodkreet. ‘Sommige kinderen hebben het recht om niet geboren te worden’, stelde hij. Dan heeft hij het over kinderen die nu wel worden geboren bij moeders die geestelijk zwakbegaafd zijn, psychiatrische problemen hebben, drugs- of drankverslaafd zijn, zich prostitueren, in een crimineel milieu vertoeven of dat allemaal bij elkaar. Hij heeft het over kinderen die veelal uit huis worden geplaatst; soms heeft de rechter daartoe al besloten vóór de bevalling en gebeurt dat ook direct na de geboorte, post partum. De Jonge kreeg veel kritiek over zich heen.

Het is niet voor het eerst dat de discussie over gedwongen anticonceptie wordt aangezwengeld. Dat ligt, terecht, uiterst gevoelig, maar let wel – om de discussie zuiver te houden – het gaat hier om gedwongen anticonceptie, niet om gedwongen sterilisatie of abortus.

Zes jaar geleden diende het toenmalige pvda-Kamerlid Marjo van Dijken een initiatiefnota over onverantwoord ouderschap in bij de Tweede Kamer. Zij wilde, jawel, de discussie ‘entameren’. Lees mee hoe omzichtig zij probeert haar voorstel te omschrijven: ‘(…) om in de meest schrijnende gevallen van onverantwoord ouderschap en nadat alle andere middelen zijn uitgeput, ouders desnoods en onder strikte voorwaarden en waarborgen te kunnen dwingen tijdelijk geen kinderen meer te krijgen. Het ultieme middel daartoe kan gedwongen anticonceptie zijn.’

Er is niks met die nota gedaan. Zelfs geen commissievergadering is eraan gewijd. Van Dijken schreef toen al dat de praktijkmensen veelal haar voorstel deelden. Ze had het in haar nota, net als wethouder De Jonge nu, vooral over eventuele gedwongen anticonceptie bij moeders die kinderen blijven krijgen, ook al zijn eerdere kinderen met behulp van een rechterlijke uitspraak bij hen weggehaald.

Heeft een nog niet eens verwekt kind recht om niet geboren te worden

Ze noemt praktijkvoorbeelden van derde tot en met achtste kinderen bij één en dezelfde moeder, kinderen die steeds vanwege hun veiligheid worden weggehaald. Cijfers over die vorm van recidive zijn er niet, maar Van Dijken heeft het over landelijk enkele tientallen moeders per jaar die in aanmerking zouden komen voor eventuele gedwongen conceptie, wethouder De Jonge over tien tot twintig vrouwen in Rotterdam.

Toen De Jonge in het nieuws kwam met zijn oproep een wet te maken die gedwongen anticonceptie toestaat, lanceerde hij overigens een project waarin juist wordt geprobeerd om door indringende gesprekken vrouwen uit de doelgroep ertoe te brengen vrijwillig anticonceptie te gebruiken. In Tilburg leidt die aanpak tot goede resultaten. De Jonge heeft zelfs de projectleider uit Tilburg naar Rotterdam gehaald om van haar ervaring te leren. Toch wil hij óók die gedwongen anticonceptie, na een oordeel van de rechter, voor die gevallen waarin indringend praten niet helpt. Onder verwijzing naar het ongelooflijke leed van kinderen dat hij in de praktijk ziet.

De ellende uit de praktijk, alweer, als argument tegen wetten en verdragen, rechten en verboden. Het recht om te trouwen en een gezin te stichten, het recht op eerbiediging van het privé-leven, het verbod op foltering, vernedering of een onmenselijke behandeling. Of als argument tegen de medische ethiek die voorschrijft dat een arts een patiënt niet tegen zijn wil mag behandelen.

Dat zijn allemaal rechten van de ouder. Maar hoe staat het met het recht van het kind? Heeft een nog niet eens verwekt kind het recht om niet geboren te worden als het een leven dreigt te krijgen van verwaarlozing en mishandeling? Het leven van een ongeboren kind is volgens het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (ehrm) beschermingswaardig. Maar voor een kind dat nog niet eens is verwekt, is volgens Van Dijken het recht op vrijwaring van mishandeling – ook vastgelegd door het ehrm – in uitzonderlijke gevallen mogelijk het best gewaarborgd door anticonceptie.

Heiligt dat doel het middel? Probeer je eens voor te stellen dat een vrouw die geen anticonceptie wil daartoe toch toe wordt gedwongen: vastgebonden, verdoofd? Maar de docent vertelt over de kinderen op zijn school, over hun ellendige leefomstandigheden, ook als ze in een kindertehuis terechtkomen, in kale kamers, met telkens andere verzorgers.

Een Kamerlid zegt dat we misschien moeten accepteren dat we niet alle ellende in het leven kunnen voorkomen. Maar over wier ellende hebben we het dan: die van de vrouwen die gedwongen worden anticonceptie te gebruiken of die van hun kinderen als dat voorbehoedmiddel niet wordt ingezet? De mensen die er dagelijks mee worden geconfronteerd willen daar graag een goed inhoudelijk gesprek over. Als steun in de rug bij hun werk.