H.J.A. Hofland

Geef diplomatie een kans

Het rapport van de commissie-Baker blijkt met zijn 79 aanbevelingen niet zozeer het einde van de oorlog naderbij te brengen als wel de verwarring te vergroten. Een tijdstip voor het vertrek van de troepen aankondigen? Nu? Dat zal de chaos alleen maar groter maken, zegt partij A. Maar het volk, roept partij B, heeft er genoeg van! Cut and run en de nederlaag aanvaarden? Dat nooit, zeggen de ijzervreters. Met de presidenten Ahmadinejad van Iran en Assad en Syrië praten, de leiders van de twee schurkenstaten? Over mijn lijk, denkt president Bush. Onderhandelingen beginnen met de soennieten, sjiieten en Koerden om het land in drieën te delen? Hebben die volksgroepen dan betrouwbare leiders, woordvoerders? De troepenmacht verdubbelen en met nieuwe generaals nog tien jaar blijven? Daar heeft het Amerikaanse volk absoluut geen zin in. Het rapport van James Baker c.s. toont dat de chaos van Irak met andere middelen tot Washington is doorgedrongen, en wat belangrijker is: dat dit nu voor het eerst ook in volle openbaarheid als zodanig wordt erkend. Iedereen verschilt met iedereen van mening en niemand weet de oplossing.

De Amerikaanse positie in Irak nadert dagelijks verder die in Vietnam eind jaren zeventig. Maar er zijn een paar grote verschillen. Vietnam speelde zich af aan de periferie van de Koude Oorlog. Hoe verschrikkelijk het drama ook voor de Amerikanen is geweest, ze konden zich een nederlaag veroorloven. Het belangrijkste front lag in Europa. De tegenstander was een hecht georganiseerde wereldmacht. De strijd is, onder dekking van de wederzijdse afschrikking door de kernwapens, met ideologische, politieke en vooral ook economische middelen in veertig jaar tot een goed einde gebracht. En ter beëindiging van de oorlog in Vietnam verschenen er representatieve gesprekspartners op de vredesconferentie in Parijs. Daarom zijn Vietnam en Irak onvergelijkbaar.

Zou het zin hebben, om te beginnen, diplomatieke verkenningen in Teheran en Damascus aan te vangen? Irak en Syrië, beide vijanden van Israël, hebben belang bij een grote Amerikaanse nederlaag in Irak. Maar naarmate de chaos daar langer duurt, komen meer vluchtelingen over hun grenzen. Nu zijn het er al enige honderdduizenden. Grote stromen vluchtelingen verstoren het nationale evenwicht, overal. In welke mate Ahmadinejad en Assad in staat zouden zijn een kalmerende invloed uit te oefenen, weten we niet. Maar in ieder geval zou het geen kwaad kunnen een diplomatieke verkenning te ondernemen. Dat de ‘schurkenstaten’ daarmee een begin van erkenning door Washington verwerven, is het loon van de mislukking die Bush dan zou moeten incasseren. Een alternatief zou zijn een topconferentie van alle buurlanden organiseren, ook al zou die op een heksensabbat kunnen uitdraaien. Maar het kan geen kwaad mogelijke tegenstanders met hun eigen verdeeldheid te confronteren.

In één opzicht zou je Bush bijna gelijk geven. Min of meer maar onmiskenbaar halsoverkop Irak ontruimen betekent waarschijnlijk dat het land door een nog veel moorddadiger burgeroorlog zal worden verscheurd. Alleen het internationaal terrorisme zou daarvan voordeel hebben. Bovendien zou daarmee de openbare mondiale nederlaag van Amerika in het Midden-Oosten zijn bezegeld, een historisch feit waarvan de gevolgen niet zijn te overzien. De wereld heeft er alle belang bij dat de Amerikanen van hun nederlaag worden gered. Dat zouden de president en zijn raadgevers eerst moeten inzien voor van diplomatieke openingen sprake kan zijn. Misschien is het rapport van de commissie-Baker een aanzet, maar meer niet.

Naarmate de ramp van Irak groeide, kwam er een merkwaardig bijverschijnsel. Het wordt nu, door het vertrek van minister Rumsfeld, de uitslag van de Amerikaanse verkiezingen en de publicatie van het rapport weer bevestigd. De oorspronkelijke voorstanders van de oorlog verdenken de critici van leedvermaak. Die hebben een geheim plezier omdat ze al vroeg hebben gewaarschuwd voor de mislukking die zich nu voltrekt. Wat een kwaadaardige vergissing! Alsof de critici van het eerste uur zich zouden verheugen in de honderdduizend doden en de opmars van het terrorisme. Persoonlijk vind ik dat het voor George W. Bush de hoogste tijd is de wereld zijn nederige verontschuldigingen aan te bieden, voor zijn zelfoverschatting, koppigheid, de misleidingen en de achteloosheid waarmee hij de oorlog is begonnen. Dat is het minste wat je de machtigste man ter wereld zou kunnen vragen. Maar we doen het niet omdat we weten dat het vergeefs is. Nog twee jaar Bush. Op die werkelijkheid moeten we ons verder voorbereiden.