Geef discordia gewoon subsidie

De subsidies aan de kunsten worden in deze dagen achter gesloten deuren herschikt. Een van de slachtoffers in de podiumkunsten lijkt Maatschappij Discordia te worden. De markt (‘de publiekstoeloop’, zeg maar: ‘het kijkcijfer’) speelt in de herschikking van het kunstbeleid vandaag de dag een hoofdrol. Daar ligt ook het centrale argument om Maatschappij Discordia - een kleine groep rond theatermaker Jan Joris Lamers - uit het Nederlandse toneellandschap te schrappen. De groep zou ‘elitair theater’ maken. Hierbij zeven (uit de naar schatting zevenhonderd) tegenargumenten.

  1. Discordia is het enige repertoiregezelschap van Nederland. Het bewaart namelijk toneelrepertoire voor ons. Zoals een goede uitgever schrijvers aan de vergetelheid ontrukt. Toneel is in Nederland een vluchtig verschijnsel. Het publiek moet zich haasten om een opmerkelijke voorstelling te zien. Bij Discordia behoort een stuk tot de schatkamer van de groep. Die schatkamer gaat almaar weer voor ons open; we kunnen een door de theatermakers gekozen tekst steeds opnieuw (en voortdurend vernieuwd) terugzien.
  2. Discordia is geen ‘fabriek’. De groep toont nieuw werk naast oude teksten, ze nodigt het publiek permanent uit als het ware in haar voorstellingen te komen 'wonen’. Discordia vraagt de toeschouwer: zou het zó kunnen? Ze is in die vraag niet dwingend, eerder uitnodigend.
  3. Discordia heft de in Nederland zo hardnekkige scheidingen tussen de kunsten op een onnadrukkelijke, niet-geforceerde wijze op. Hun decors bestaan bijvoorbeeld altijd uit een verrassend arrangement van meubilair, stoffen, licht, ruimte en voorwerpen. Een museum als huiskamer. De manier waarop de acteurs zich bewegen en gedragen, is zelden of nooit huiselijk of realistisch. Discordia accentueert het kunstmatige karakter van een theatervoorstelling. Discordia-acteurs staan compromisloos op het toneel, er moet iedere avond iets worden uitgevochten. Niks ligt vast, er mag worden gestameld.
  4. Discordia is in één opzicht elitair: ze weten niet op voorhand wat ze met het gekozen materiaal willen. De theatermakers hebben er (vooraf, voor ons) wel een hoop over uitgezocht. De voorstelling is een aanzet tot een gesprek met het publiek. Als Discordia Dantons dood van Büchner of Kleine Eyolfvan Ibsen speelt, dan stottert er onder hun voorstelling steeds iets. Wat betekent deze wending in het stuk? Het neveneffect van die houding is dat je als toeschouwer medeplichtig wordt. En dat je vaak lang over een voorstelling van Discordia blijft nadenken.
  5. Discordia gelooft (nog) in de eigenwijsheid van de kunstenaar. Het engagement van dit gezelschap is, zoals een criticus ooit opmerkte, door en door esthetisch: 'Discordia is niet op zoek naar een spiegel van de werkelijkheid, het probeert veeleer een voldragen en volwaardig tegenbeeld van die werkelijkheid te creëren, een ontwerp van de verbeelding dat als tegenvoorsteltegenover onze verbeelding van de werkelijkheid bedoeld is.’
  6. Discordia is het enige Nederlandse gezelschap dat het concept van 'zelfbeheer’ - verguisd halffabrikaat van de jaren zestig en zeventig - heeft doorgezet. Keuze, analyse en vormgeving van het materiaal komen tot stand door een groep, die de voorstelling vervolgens ook samen maakt en draagt. Discordia is het gezelschap dat vanuit dit bewustzijn samenwerkingsverbanden zoekt met jonge theatermakers. Er wordt in het Nederlands theater veel gesproken over de 'doorstroming, van aanstormend talent. Discordia is het enige gezelschap dat de zorg voor jong theatertalent serieus ter hand neemt, zonder daarmee overigens op een goedkope manier te pronken. Discordia leert jonge theatermakers 'dat er geen normen zijn, datje letters worden aangereikt, maar geen alfabet; je moetje eigen woorden maken’, zoals een van de jonge theatermakers die bij Discordia meespeelde, het verwoordde.
  7. 'Eigenlijk is mijn kunst een uit vrije wil afgelegde bekentenis, een poging om mijn eigen plaats in dit leven te bepalen - mijn kunst heeft dus een zuiver egoistische achtergrond, maar ik heb de moed nog niet opgegeven dat het mij met haar hulp lukt om ook wat duidelijkheid in het leven van anderen te brengen.’ Een citaat van de Noorse schilder Edvard Munch. Tevens een samenvatting van het werk dat Maatschappij Discordia in het Nederlandse toneel verricht. Deze toneelformatie moet, zolang zij theater wil blijven maken, subsidie krijgen. Discordia moet er niet om vragen. Het dient haar eenvoudigweg te worden aangeboden.