Profiel van Jacob Gedleyihlekisa Zuma

Geef hem zijn gun

Van herdersjongen tot president: Jacob Zuma wordt het eerste echt Afrikaanse staatshoofd van Zuid-Afrika. En dat dankzij een liedje.

EEN GEZETTE MAN in een Armani-pak staat op het podium, licht transpirerend. Met opgetrokken knieën maakt hij danspassen die aansluiten bij het ritme dat hij in zijn hoofd hoort. Glunderend en met opvallend vaste stem zingt hij:

Umshini wami – Mijn machinegeweer
Umshini wami – Mijn machinegeweer
We Baba – O Heer
Awuleth’ umshini wami. – Breng me
alstublieft mijn machinegeweer

Een siddering trekt door de zaal. Het gehoor vuurt terug in meerstemmige salvo’s, de Afrikaanse liedstructuur van vraag en antwoord, die zelfs een volledige buitenstaander niet onberoerd kan laten. De swingende ster op het podium is de man die op 9 mei wordt ingehuldigd als nieuwe president van Zuid-Afrika: Jacob Zuma, opvolger van de stijve, Shakespeare citerende Thabo Mbeki.
Jacob Gedleyihlekisa Zuma is de personificatie van de Amerikaanse droom. Hij werd op 12 april 1942 geboren in het Zoeloedorp Nkandla, als zoon van een werkster en een politieman, die overleed toen hij vier was. Naar school kon hij niet, want hij moest voor het vee van zijn grootvader zorgen. Op zijn zeventiende sloot hij zich aan bij het ANC en in de loop der jaren werkte hij zich gestaag op binnen de partijstructuren om het uiteindelijk, tegen alle logica in, tot staatshoofd te schoppen. Van herdersjongen tot president dus. Maar dit is niet Amerika maar Afrika, en daarom klinkt er hier geen ‘Yes we can!’ maar een lijflied dat Umshini wami heet, ‘Mijn machinegeweer’.
Umshini wami is een oud ANC-strijdlied waarvan de oorsprong volgens onderzoekers ligt in een ANC-opleidingskamp in Angola, Cetshwayo. Het werd begin jaren tachtig bedacht door guerrillastrijders die meededen aan een liedjeswedstrijd. Hun hypnotiserende compositie won moeiteloos. Het ritme was vertraagd en pompend, gebaseerd op Zoeloe-oorlogsliederen, de tekst simpel. Umshini wami ging over het rusteloze verlangen van de strijder in opleiding om met een AK47 de grens over te gaan en het apartheidsregime mores te leren. Strijdbaarheid met een zweem van melancholie; het lied werd binnen korte tijd razend populair.
Die sentimenten moeten Zuma enorm hebben aangesproken. De man was immers opgegroeid in ruraal Kwa-Zulu Natal, waar de oorlogstrommels vanouds populair zijn en heldendaden van Koning Shaka via de orale traditie in liederen werden vastgelegd. Als jongetje was Zuma een meester in stokvechten en luisterde hij ademloos naar verhalen over de Bhambatha Rebellie van 1906, een opstand tegen de Britse kolonialisten.
Umshini wami gaat over het verlangen bevrijder te spelen. Zuma verbleef van 1975 tot 1990 met het ANC in het buitenland, in Swaziland, Mozambique en Zambia. Hij had er net tien jaar gevangenschap op Robbeneiland op zitten, waar hij zijn echte ‘onderwijs’ kreeg van de ANC-kameraden. In het buitenland hield hij zich aanvankelijk bezig met de opvang van jonge Zuid-Afrikanen die na de Soweto Opstand van 1976 de grens waren overgestoken om zich aan te sluiten bij de gewapende vleugel van het ANC. Dat waren de jongeren door en voor wie Umshini wami was geschreven.
Zuma maakte ondertussen carrière binnen het ANC en belandde eind jaren tachtig bij de inlichtingendienst van de partij, de schimmige wereld van spionage en contraspionage. Hij bekleedde jarenlang een toppositie binnen de beruchte ANC-inlichtingendienst NAT die vermeende spionnen martelde en in enkele gevallen vermoordde. Of het Zuma was die opdracht gaf tot die moorden is nooit uitgekomen.
In 1990, nadat president De Klerk het ANC weer legaal had verklaard, keerde Zuma terug naar Zuid-Afrika. Hij zou een belangrijke rol spelen bij de vredesonderhandelingen in het explosieve Kwa-Zulu Natal, waar het ANC en de Inkatha Vrijheidspartij elkaar bloedig bestreden. Zuma’s eindeloze geduld en begenadigde onderhandelingstechniek brachten uiteindelijk vrede in de provincie.

UMSHINI WAMI hoefde niemand toen meer te horen. Het lied leek eenzelfde lot beschoren als de meeste strijdliederen: een paar keer per jaar afgestoft en opgepoetst voor herdenkingsbijeenkomsten. Maar de ode aan het machinegeweer kreeg onverwacht een tweede jeugd. Die begon in 2005 met de uitspraak in de rechtszaak in Durban tegen Schabir Shaik, zakenman en financieel adviseur van Zuma. Shaik stond terecht wegens fraude en corruptie, die te maken had met wat de geschiedenis zou ingaan als de arms deal, een uiterst complex, nog steeds niet ontrafeld omkopingsschandaal waarbij Franse, Duitse en Engelse wapenleveranciers betrokken waren en waarbij Zuid-Afrikaanse belanghebbenden voor een paar miljoen euro’s aan steekpenningen zouden hebben ontvangen.
Ook Zuma’s naam viel en hij moest getuigen in de Shaik-zaak. Buiten de rechtszaal zette hij een gepassioneerd Umshini wami in. Zijn aanhangers begrepen de hint en vanaf dat moment zou het lied weerklinken bij alle rechtszaken en bijeenkomsten waar Zuma bij betrokken was. Traag stampend, dreigend, geworteld in het verzet en de frustraties van de onderklasse.
In Durban haalde het nog niet veel uit. De rechter concludeerde dat er een ‘corrupte relatie’ bestond tussen Shaik en Zuma. Shaik kreeg vijftien jaar gevangenisstraf (hij is inmiddels om ‘gezondheidsredenen’ weer vrij) en Zuma werd op 14 juni 2005 door Mbeki ontslagen als vice-president, een positie die hij sinds 1997 bekleedde. Het leek het begin van het einde van Zuma’s politieke carrière, want een onthullende rechtszaak lag in het verschiet en zou zich vier jaar voortslepen.
Niet alleen werd Zuma vervolgd wegens fraude en corruptie (insiders menen overigens dat zijn vermoedelijke aandeel te verwaarlozen is in het totaalplaatje), ook werd hij in datzelfde jaar, 2005, zijn annus miserabilis, beschuldigd van verkrachting. Het ging om de 31-jarige Khwezi, de met hiv besmette dochter van een inmiddels overleden familievriend uit de struggle. Khwezi was bij Zuma in Johannesburg blijven logeren en werd in haar slaapkamer bezocht door Zuma, die erop stond haar te masseren. Ze hadden seks. Vrijwillig of niet?
Zuma speelde het spel vervolgens gewiekst. Hij stond erop zijn verdediging in het Zoeloe te voeren, en beriep zich op zijn Zoeloe-tradities die hem vertelden dat de uitdagende houding en kleding (een omslagdoek) van Khwezi betekenden dat zij wel wilde. Ook gaf hij toe geen condoom te hebben gebruikt, hoewel hij wist dat Khwezi hiv-positief was. Hij verklaarde meteen na de daad een douche te hebben genomen om besmetting te voorkomen. De rechter berispte Zuma om zijn nalatigheid en onnozelheid, maar sprak hem vrij. Buiten de rechtszaal werden die reprimandes weggehoond door Zuma’s aanhangers, die een jubelende versie van Umshini wami inzetten, nadat ze beeltenissen van Khwezi ‘de heks’ hadden verscheurd en verbrand.
Umshini wami nam daarmee een nieuwe gedaante aan, die van een conservatief, masculien lied, dat wederom prima paste bij die voormalige herdersjongen uit Nkandla, die inmiddels zeker vijf keer getrouwd is (inclusief een scheiding en een zelfmoord) en minstens achttien kinderen heeft. Zuma’s machinegeweer kreeg seksuele connotaties, verwijzend naar zijn puike libido.
Maar de werkelijke waarde van Umshini wami lag in de volgende incarnatie, die van pure anti-establishmentsong. De Zuma-aanhang merkte hoe de machthebbers, de kliek rond president Thabo Mbeki, zich groen en geel ergerden als het lied weerklonk. Umshini wami werd een wapen in de strijd om het hart en de ziel van het ANC, die ging tussen het Zuma-kamp, aangestuurd door de vakbonden, de ANC-jeugdliga en de Communistische Partij, en het Mbeki-kamp, dat als elitair en technocratisch werd gezien door de onderklasse waarvoor er na ruim tien jaar ‘bevrijding’ nauwelijks iets was veranderd.
Dus kreeg de hooghartige Mbeki het om zijn oren. Op 2 december 2006 ging het voor het eerst mis toen Mbeki in Zuma’s thuisbasis Kwa-Zulu Natal een herbegrafenis van een oude ANC-held bezocht. Hij werd uitgejouwd en kon uiteindelijk niet meer boven het luidkeels gezongen Umshini wami uitkomen.
Langzaam drong het door: Zuma was niet langer die beminnelijke, onschadelijke politicus. Achter de charmante glimlach school een man die nooit opgeeft. Tevens ontpopte hij zich als een briljant strateeg. Toen niemand nog een cent gaf voor zijn politieke carrière, in 2005 en 2006, en hij door alle rechtszaken uitgeput in de touwen leek te hangen, vocht hij zich een weg terug. Hij bleek over een grote, fanatieke, goed gekoesterde achterban te beschikken en sloot een opportunistisch pact met de eveneens gemarginaliseerde linkse vakbonden en de Communistische Partij. Gezamenlijk besloten ze om Mbeki te onttronen.
Het uit de mottenballen halen van Umshini wami was daarbij een tactische meesterzet. Zuma’s dansje deed de mensen denken aan Nelson Mandela en diens ontwapenende ‘Mandela shuffle’. De vraag-en-antwoordzang rakelde herinneringen op aan de massale politieke begrafenissen ten tijde van apartheid, maar verwees ook naar de saamhorigheid in de kerk, de bevrijdende gospel. De song greep terug op een tijdperk van solidariteit en tradities, toen misdaad en materialisme het sociale weefsel van de zwarte gemeenschappen nog niet hadden weggevreten. De onderklasse werd bovendien herinnerd aan de traditionele dansen in de rurale gebieden en de stampende danswedstrijden die de mijnwerkers in de hostels op zondagen organiseerden, die hun het gevoel gaven dat ze ademden en leefden. Zuma was hun man!
Met Umshini wami sprak Zuma niet alleen de taal van die onderklasse, het lied rakelde ook het collectieve geheugen op van de strijd tegen apartheid, en slechtte daarmee etnische, regionale en klassenbarrières. Umshini wami was Zuma’s manier om te zeggen dat de lessen uit de geschiedenis niet vergeten moeten worden.

OOK DE timing was perfect. In 2005 raakte Zuid-Afrika in de greep van een diepe onvrede over een regering die werd gedomineerd door een kille president en zijn emotieloze slippendragers. Grote delen van de zwarte bevolking zagen de door de staat aangestuurde, slepende rechtszaak tegen Zuma als een complot om hem het presidentschap te ontzeggen. Zuma en zijn linkse adjudanten speelden gretig in op die gevoelens. Zuma was de man van het volk. Breng hem zijn machinegeweer en hij zal de tweede bevrijding bewerkstelligen. ‘De icoon van een heldhaftige guerrillastrijder smolt samen met die van de belaagde politicus, iemand met een onberispelijke staat van dienst als vrijheidsstrijder’, schrijft de Zuid-Afrikaanse wetenschapper Liz Gunner in haar paper Jacob Zuma: The Social Body and the Unruly Power of Song, een analyse van de impact van Umshini wami.
Umshini wami werd een muzikale biografie van Zuma. Toen in september 2006 een reeks corruptieaanklachten tegen hem door rechter Herbert Msimang ongegrond werd verklaard, kreeg het lied bijvoorbeeld meteen een nieuwe regel: ‘Ungangibambezeli’, oftewel: houd me niet langer op. Zuma, het was duidelijk, was op weg naar het presidentschap. Kort daarna werd Umshini wami ook als beltoon gelanceerd. De opbrengsten gingen naar de Friends of Jacob Zuma Trust, die onder meer Zuma’s advocatenteam betaalde.
In december 2007 volgde de apotheose tijdens het tumultueuze ANC-congres in de noordelijke stad Polokwane, waar de duizenden afgevaardigden uit het hele land een nieuwe leider zouden kiezen. Mbeki wilde voor een derde termijn gaan, in de hoop om zo op indirecte wijze Zuma alsnog van het presidentschap af te houden. Maar hij had de populariteit van zijn tegenstander onderschat. Tijdens ‘Polokwane’ gedroeg de Zuma-aanhang zich baldadig en balorig. Ze joelden als er mensen aan het woord kwamen met wie zij niet instemden. Umshini wami werd te pas en te onpas ingezet. Maar het klonk het uitbundigst toen bleek dat Zuma Mbeki verpletterend had verslagen. Het lied kreeg er weer een dimensie bij, een We Shall Overcome van Zuid-Afrika, een lied van hoop. Dat spektakel herhaalde zich toen de corruptieaanklachten tegen Zuma vorige maand definitief werden ingetrokken vanwege politieke inmenging door het Mbeki-kamp.

TOCH KLEEFT er ook iets ongemakkelijks aan Umshini wami. Het is geen folksong in de epische traditie van Woody Guthrie, Bob Dylan of de Ierse verzetsliederen. Het is een simpel lied, een veredelde slogan, oppervlakkig als de gemiddelde househit. De diepte en complexiteit heeft het lied te danken aan de sociaal-politieke context waarin het groeide. En misschien ligt daar ook de essentie van Jacob Zuma. Het enigma, de verlosser, de zwarte Jezus – het komt eveneens allemaal voort uit de mythische context waarin hij groeide. Hoogstwaarschijnlijk is hij gewoon precies zoals hij lijkt: innemend, een doorbijter en iemand die als het moet keihard kan zijn. Geen belezen filosoof, maar een conservatieve traditionalist. Zo noemde hij het in Zuid-Afrika legale homohuwelijk ‘een schande voor de natie en God’, was hij opmerkelijk bot over Engelstalige blanken toen hij Afrikaners de ‘enige echte’ blanke Zuid-Afrikanen noemde, en voorspelde hij arrogant autocratisch dat het ANC zou regeren ‘tot de terugkeer van Jezus Christus’.
Zijn aanhang stoort zich daar niet aan. Wat Zuma zegt maakt weinig uit. Zij wachten op Umshini wami, op de dans en zang, de belofte van een beter leven. En zonder gêne vertolkt Zuma het lied, iedere keer weer, in iedere denkbare outfit, van Armani-pakken tot de traditionele Zoeloe-uitmonstering.
Blank keek met afgrijzen naar die man in zijn luipaardvellen, die maar zong over dat machinegeweer. Zaterdag zullen ze nogmaals diep moeten slikken, als Zuma op het podium staat, als staatshoofd ditmaal, deinend op de maat van dat oude strijdlied dat door de uitzinnige massa zal worden ingezet, nu eindelijk als overwinningslied. Zwetend en glunderend zal hij meezingen, Zuid-Afrika’s eerste echt Afrikaanse president.