Toneel

«Geef me iets om te vernietigen, vader»

Toneel: Don Carlos (1)

De slaapkamer van koning Philips II van Spanje had – aldus historici – in de zestiende eeuw in het Escoriaal te Madrid naar rechts zicht op de graftombe van zijn vader, de reusachtige Karel de Vijfde, en naar links op een schilderij van Jeroen Bosch, vol duivels, vuur en naakte mensen. Dat was Philips’ wereld: de slagschaduw van het verleden waardoor hij werd achterhaald, en de nachtmerrie van een Apocalyps zonder einde, die hem zou achtervolgen. In die wereld paste geen zoon die gepassioneerde dromen ach terna joeg. En precies dát was wat de zoon uit zijn eerste huwelijk deed. Kroonprins Don Carlos moet in Philips’ ogen een kwezel, een sukkelaar en een lastpak zijn ge weest.

Friedrich Schiller, Duits schrijver, dichter en denker, dit jaar tweehonderd jaar dood, schreef over de Spaanse infant een toneelstuk dat zijn naam draagt, Don Carlos. In de eerste confrontatie tussen de koning en de kroonprins – openingsscène van het tweede bedrijf – gaat het meteen mis. Carlos is blij om z’n vader een keer privé te spreken. Het wordt een verwoestende dialoog. Philips: «Te heftig kookt het bloed in je aderen./ Jij zou alleen vernietigen.» Carlos: «Geef me dan iets/ om te vernietigen, vader. Drieëntwintig jaar,/ en niets voor de onsterfelijkheid gedaan!/ Ik ben ontwaakt, ik voel mezelf.»

Inzet van deze dialoog is het oproer in Brabant – dat wij kennen als de Tachtigjarige Oorlog. Carlos wil daarin een rol spelen. Philips wil dat niet. Hij heeft Hertog Alva bedacht. Philips: «Alleen een schrikbewind houdt oproer in bedwang./ Barmhartigheid zou waanzin zijn. – Jouw hart/ is week, mijn zoon, de hertog wordt ge vreesd.»

In de voorstelling van Don Carlos (een coproductie van Toneelgroep Amsterdam en de Theatercompagnie, regie: Theu Boermans) kijkt Philips (Hans Croiset) in deze scène nauwelijks op van zijn dossierwerk, terwijl Carlos (Fedja van Huêt) als een bezetene diens aandacht staat te trekken. Het is de eerste, en voor lange, zeer lange tijd ook de enige confrontatie tussen de vader en de zoon. Pas in het vijfde bedrijf staan ze op nieuw tegenover elkaar. De vader heeft dan de boezemvriend van de zoon, Markies van Posa, een sympathisant met de opstandelingen in de Nederlanden, een roekeloos complotteur, laten doodschieten. Carlos: «Mijn leven is verbeurd. Ik weet het. Wat is/ het leven nog voor mij? Hier doe ik van alles afstand,/ wat mij op deze wereld nog te wachten staat. Zoek/ onder vreemdelingen maar een zoon.»

Don Carlos is het relaas van een koninklijke familie in ernstige staat van ontbinding, een vertelling binnen de dikke muren van het Escoriaal in Madrid, waar de burgeroorlog in Brabant wordt vertaald in een burgeroorlog tussen hypocriete katholieken, hielenlikkende politici en overspelige vrouwen, waartussen twee oververhitte snotneuzen (Carlos en Posa) hopeloos verdwalen. Carlos wil maar één ding: zijn verloofde Elisabeth terug, die om politieke redenen zijn vader Philips huwde. Hij moest van maandag op dinsdag opeens «moeder» zeggen tegen de liefde van zijn leven. Dat kan hij niet. Dus: weg uit Spanje, ver weg, naar de Nederlanden, om vrede te stichten – iets waarvoor hij én het diplomatiek vernuft én de geestelijke rust mist. Posa lijkt aanvankelijk ook maar één ding te willen: een rol spelen in Het Grote Politieke Spel en daarbinnen zijn boezemvriend Carlos redden. Maar als Posa iets te dicht tegen de binnenkant van de macht aanschuurt (Philips benoemt hem tot vertrouweling) maakt Posa vuile handen en stort zichzelf en Carlos in de ondergang.

Schiller heeft met Don Carlos een bijna brechtiaans epos ge schreven over de stelling dat de persoonlijke, emotionele huishouding van een mens altijd ook een politieke component bevat, en dat politiek handelen nooit los staat van persoonlijk ingekleurde impulsen. De Schiller-exegese heeft die twee componenten altijd tegenover elkaar geplaatst (óf-óf), Boermans’ regie maakt glashelder dat persoonlijk en politiek bij Schiller loepzuiver in elkaar schuiven. Dat levert een kale, harde, eenzame, onwaarschijnlijk spannende voorstelling op. De naakte duvels van Jeroen Bosch doen een dodendans op het marmer van het mausoleum van Karel de Vijfde. (wordt vervolgd)

Don Carlos door Toneelgroep Amsterdam en de Theatercompagnie, tot 18 december overal te zien. Zie www.theatercompagnie.nl of www.toneelgroepamsterdam.nl