Geef mij maar amsterdam

Terwijl op landelijk niveau wordt gediscussieerd over de aanvaardbaarheid of verwerpelijkheid van het nationalisme, breekt men zich op regionaal niveau het hoofd over de vraag of Amsterdam moet blijven.

Waren alle vraagstukken maar zo gemakkelijk op te lossen! Wat is nationalisme? Eigen volk eerst? Dan zijn wij snel uitgepraat. Er valt mijns bedunkens echter niet veel in te brengen tegen de vorm van nationalisme die gevoed wordt door het besef dat Nederland een waarachtig aardig land is, vol met elkander in wankel evenwicht houdende minderheden, een land waarin je bijvoorbeeld zowel joods als lesbisch kunt zijn zonder daarover te worden lastig gevallen. De constatering is van Annemarie Grewel (‘Ik ben buitengewoon gelukkig dat ik hier woon’), afgelopen zaterdag in de Volkskrant.
In diezelfde krant stond die ochtend een stukje van Jan Blokker ('Weg met Amsterdam!’), waarin hij het protest tegen de dreigende Roa-isering van ’s lands hoofdstad vergeleek met de 'boeren en buitenlui uit Rosmalen die in vijftig protestbussen naar het Binnenhof rijden omdat ze niet bij{ ’s-Hertogenbosch willen horen’.
Over Rosmalen kan ik moeilijk oordelen. Misschien is het een ongewoon swingende gemeente met een traditioneel gemeenschapsgevoel, een rijke historie, een doortimmerde culturele infrastuctuur met bloeiende harmonie- en fanfarekorpsen en een karakteristieke streektaal die straks door het vermaledijde Bossche dialect dreigt te verwateren.
Amsterdam ken ik wat beter. Het is een stad met wat problemen, die overigens worden verhevigd door het feit dat tamelijk onbekwame gemeentelijke politici zich inmiddels hebben voortgeplant in nog minder bekwame deelraadspolitici. Nee, als wij dan toch moeten kiezen, dan nog liever de oprechte amateurs op het Waterlooplein! Het verzet tegen de dreigende Roa, een optelsom van deelraden en ommelanden, is juist gericht tegen de institutionele verdorpsing van die karakteristieke vrijstaat aan de Amstel. Technocratische waanzin ten faveure van een verzameling dorpshoofden, menen de critici, en daarin hebben zij, denk ik, volkomen gelijk.
De genoemde critici lijden, zeggen de critici van de critici, aan het zogenaamde 'Mokumgevoel’. Tot voor kort gold dit als een geuzennaam. Inmiddels is helaas de sfeer geschapen alsof dit Mokumgevoel wordt uitgedragen door steedse heemschutters die in aanbidding neerzinken voor de Schreierstoren en in schreien uitbarsten aan de voet van de Oude Wester. Tegen dit soort beweringen valt niet op te redeneren, behalve via dat aanstaande referendum, dat beoogt de verkleutering van Amsterdam te voorkomen.
De beoogde doodgravers van ’s lands eerste en enige stad zien echter het zwerk al drijven. Jos van Kemenade, de commissaris der Koningin in Noord-Holland, is zo verstandig geweest een alternatief voor te stellen. De zogenaamde Hamburger Variant: een vergroot Amsterdam, dat zowel gemeente als provincie is, vergelijkbaar met de stadstaten Hamburg en Bremen. 'Het verzekert bestuurlijke samenhang en slagvaardigheid, er bestaan geen democratisch dubieuze verhoudingen en de stad Amsterdam hoeft niet opgesplitst te worden.’
Wij kennen Hamburg en Bremen inderdaad als levendige, karakteristieke en libertaire steden die qua karakter met Amsterdam vergelijkbaar zijn. Over dit voorstel moet dus, door voor- en tegenstanders van de Roa, maar eens flink worden nagedacht.