Geef mij zo'n oma!

In de spelonk onder de keizerlijke trap van het Stedelijk Museum een van de weinige ruimten die nog niet door het toverstafje van Fuchs zijn aangeraakt is momenteel een bijzonder en een beetje mal filmpje van de schilderes Maria Lassnig te zien.

Letterlijk en figuurlijk is het filmpje ondergeschoven aanwezig als een nootje binnen de grootse Couplet tentoonstelling. Toepasselijk binnen deze muzikale metafoor heet het filmpje (steeds dat diminutief is niet mooi, maar het duurt slechts zeven minuten en dan is film wel een erg groot woord) Kantate.
Lassnig speelt zelf een hoofdrol in Kantate; ze brengt als een aandoenlijke chanteuse haar leven in liedvorm.
Lassnig is een Oostenrijkse schilderes en filmmaakster Kantate is haar zevende filmpje met een respectabele leeftijd ze is of wordt binnenkort vijfenzeventig en haar levensverhaal is ook het verhaal van (de kunst in) onze eeuw. Het filmpje is kort, maar het is volgepakt met visuele informatie. Niet alleen lijkt Lassnig zich voor iedere paar seconden beeld in een ander, soms buitenissig kostuum te hebben gestoken, de achtergronden bestaan uit originele animatiefilmpjes die de beeldende wereld van Lassnig concreet en bewegend voor het voetlicht brengen.
Het geheel doet denken aan een humoristische variant op het getekende geschilderde levensverhaal van Charlotte Salomon (waarvan overigens door de Zwitserse filmer Richard Dindo ook een fraaie film is gemaakt). Lassnig zingt over haar jeugd, haar opleiding, de vlucht voor het fascisme en haar liefdes, maar vooral brengt ze een ode aan de kunst: ‘Het is de kunst ja ja, die mij steeds jonger maakt, die maakt de geest eerst hongerig en vervolgens voldaan’. Ze zingt dat met een ontroerende oude dunne stem, een bonte verenstola omgeslagen en tegen een woest gekleurde achtergrond. Geef mij zo'n oma!
Kantate zou je deftig kunnen vergelijken met de theatrale liederen van Brecht & Weill, maar het geeft ook een vette knipoog naar de Tiroler Schlager-traditie. Het filmpje van Lassnig is prikkelend en geestig en je zou wensen dat meer kunstenaars zo'n aardige compacte visuele autobiografie zouden zingen. Ik zou Mario Merz wel in herderskostuum een canto voor zijn oerhut willen horen/zien zingen of desnoods een fluitende Berend Strik achter zijn naaimachine.
Ik schreef hierboven dat het filmpje van Lassnig in het Stedelijk ondergeschoven aanwezig was dat vraagt misschien om enige argumentatie. Oorspronkelijk is het een uitermate zorgvuldig, met behulp van zeer arbeidsintensieve animatietechnieken, gemaakt 35 mm-filmpje, bedoeld dus voor projectie op het grote doek. Met al haar geduld en talent zijn de tekeningen voor de animaties door Lassnig zelf met de hand vervaardigd. Lassnig werd bij de produktie van het filmpje ondersteund door Hubert Sielecki, animatiegoeroe te Wenen en de bezielende leider van de befaamde experimentele Trickfilmklasse van de Oostenrijkse variant van de Rijksacademie. Waarmee ik maar wil zeggen: het gaat hier niet om een op een achternamiddag in elkaar geflanste video-Spielerei. In het Stedelijk draait Kantate echter als een videoclip in de kelder en in wezen is dat net zoiets als kleurenreprodukties van haar schilderijen tentoonstellen.
Het filmpje bevat vrij veel tekst. Lassnig zingt weliswaar geen zwaar Weens dialect, maar een (bijvoorbeeld Engelse) ondertiteling zou het internationale publiek toch kunnen helpen. De minuscule bordjes bij de schilderijen boven zijn allemaal keurig tweetalig, waarom is dat bij de veertien Strophen van Lassnig ineens niet nodig? Ja, de vraag is retorisch. Kantate draait als aardige illustratie bij de schilderijen en wordt niet gezien als een (film)kunstwerk op zich. Dat een Japanse of Amerikaanse bezoeker het levensverhaal van Lassnig niet zal kunnen volgen, is binnen die optiek evenmin een probleem.
Maar goed, het filmpje draait er. Ik heb ervan genoten en wie van inventieve en oprechte levensliederen houdt, kan ik aanraden even onder de trap te schuilen.