‘Geef ons een kans, wij willen het leven vieren’

Terwijl daders en slachtoffers van de apartheid in het Zuid-Afrikaanse Welkom elkaar nog dagelijks bij de supermarkt kunnen tegenkomen, proberen de jongeren, zwart en wit, die periode achter zich te laten. Zij willen dóór. Met elkaar.

Medium  avd 20171010 8022
Fotograferen op het schoolplein van de Goudveld Hoërskool

De wegen in Welkom zitten vol met gaten. Diepe kuilen met aan de rand scherpe uitsteeksels van asfalt. Automobilisten rijden behendig om de hindernissen heen, ze weten niet beter. De gemeente heft steeds meer belasting, klagen inwoners van Welkom, maar kennelijk levert het niet genoeg op om het wegdek te repareren. Waar blijft dat geld dan? vragen bewoners zich boos af. In de zak van de bestuurders, wordt hardop gezegd, maar zelfs felle beschuldigingen, in de krant of op Facebook, halen niets uit. Het vertrouwen in de lokale overheid is tot het nulpunt gedaald, dus nemen de mannen uit Welkom het heft in eigen hand. Ze vullen nu, geholpen door een plaatselijk teerwerkbedrijf, in de weekends zelf de gaten in de wegen.

In het nabijgelegen township Thabong is de bestrating er nog beroerder aan toe. Jongetjes van een jaar of tien die de auto’s langs de gaten zagen kruipen, ontdekten een verdienmodel. Ze dichtten zo goed en zo kwaad als het ging de kuilen met aarde uit de berm en vroegen de automobilisten om een kleine bijdrage.

Er is meer ongemak, de rioolbuizen lekken, hier en daar ontstaan er zelfs kleine meertjes die zo verschrikkelijk stinken dat het bijna niet uit te houden is. Soms komt er ineens geen water meer uit de kraan, of valt de elektriciteit uit. Het gemeentebestuur heeft onvoldoende oog voor dit soort noden van de gewone burger, klinkt het verwijt. Ze denken dat politiek vooral een middel is om er zelf beter van te worden.

Ondanks alles houden de bewoners van Welkom. De ruimte, de rust van deze overzichtelijke plek, niet te groot en niet te klein, heeft zijn aantrekkingskracht nog niet verloren. Er is een bioscoop, er is een mooi winkelcentrum, er zijn tientallen sportclubs, wat wil je nog meer?

Welkom was tot voor kort een belangrijke mijnstad in Zuid-Afrika, tienduizenden vonden er decennialang werk. De van oorsprong Duits-joodse Ernest Oppenheimer – later bekeerde hij zich tot de protestantse kerk – was de oprichter van de multinational Anglo American. Hij was er halverwege de jaren veertig van overtuigd dat er volop goud in de grond zat en wilde precies op die plek een moderne stad bouwen. Hij zorgde ervoor dat Welkom – brede straten, ruime huizen – in snel tempo uit de grond werd gestampt. Een paar kilometer verder ontstond Thabong, waar de zwarten gedwongen werden te wonen. Iedereen had werk en de familie Oppenheimer werd een van de rijkste families van Zuid-Afrika. Maar het goud is inmiddels bijna op en de meeste mijnen zijn gesloten; de bazen van Anglo American zijn zonder over het lot van hun vroegere werknemers na te denken met al het geld vertrokken.

Welkom ligt bijna driehonderd kilometer ten zuidwesten van Johannesburg, in Vrijstaat, vroeger Oranje Vrijstaat. Tijdens de apartheid stond het bekend als een conservatief bolwerk waar blank en zwart volstrekt gescheiden van elkaar leefden; de zwarten mochten er werken, in de huishouding of in een van de winkels, maar ze mochten er niet zelfstandig wonen. Na zonsondergang vertrokken ze in een lange stoet naar township Thabong, een wandeling van ten minste een uur. Toen de apartheid in 1994 werd afgeschaft, konden zwarten die voldoende geld hadden ook in Welkom gaan wonen en langzaam gebeurde dat ook. De ouders van Frances Moasimana, de schooljongen die in 1990 door de politie was doodgeschoten, verruilden hun huis van ijzeren platen voor een comfortabel vrijstaand huis met een tuin in een echte straat. De blanken waren weggetrokken, er woonden alleen nog zwarte families. Niet zo gek, want het percentage blanken in Welkom is niet meer dan negen, dus een echte witte wijk vind je er niet meer.

De macht in Vrijstaat ligt inmiddels stevig in handen van regeringspartij anc. De omstreden president Zuma wordt door velen, waaronder burgemeester Nkosinjani Speelman van Welkom, vanuit een historische loyaliteit gesteund. Op anc-bijeenkomsten loopt iedereen van jong tot oud in een geel T-shirt met daarop de beeltenis van een breed lachende Jacob Zuma. Ze zingen en ze joelen nog net als in 1990, toen ik bij grote anc-bijeenkomsten in Thabong was. Voor veel mensen uit het township, vaak met weinig opleiding, is het anc nog steeds de beweging die hen van de witte onderdrukking heeft verlost en waar je, vanwege dat verleden, wel trouw aan móet zijn.

Voor de oudere generatie is het pijnlijk om onder ogen te zien dat het anc er slecht aan toe is. Volgende week wordt over het nieuwe leiderschap beslist, de aanloop naar deze grote dag verloopt met horten en stoten. Burgemeester Speelman kreeg het in oktober al letterlijk aan de stok met een aanhanger van Cyril Ramaphosa, de uitdager van Nkosazana Zuma, de ex-vrouw van de president die door Zuma – zijn termijn zit erop – naar voren is geschoven als dé kandidaat. Er verschenen foto’s op Facebook met het bebloede gezicht van het slachtoffer. Speelman hield vol dat de man de snee en blauwe plekken in zijn gezicht opliep toen hij tegen de deurpost botste.

Op Facebook stonden heftige verwijten van zich machteloos voelende burgers aan het adres van de burgemeester en dan is de aantijging ‘incapabel’ nog mild. ‘Jullie zijn de werkelijkheid uit het oog verloren’, schreef de arts en tevens oprichter van de islamitische school in Welkom, Yusuf Vahed, op Facebook. Bijna dreigend: ‘Besef dat de geschiedenis over je zal oordelen.’

Geen economische groei, een grote werkloosheid, hoge criminaliteitscijfers. De rand staat historisch laag, dat maakt het extra lastig om uit Zuid-Afrika weg te gaan. De blanken die het zich konden veroorloven zijn uit Welkom vertrokken, degenen die achterblijven proberen optimistisch te zijn.

Small  20170909 234947
Foto door Jana Enslin, Goudveld Hoërskool: ‘’n Selfportrait. Ek het die gedoen om te wijs dat nie elke mens nie modes nodig met om jouself uit te druk nie’

Ik was hier in 1990, een paar jaar voor het officiële einde van de apartheid. Toen was het stadje oerconservatief, de extreem-rechtse en onheilspellende Afrikaner Weerstandsbeweging van Eugène Terre’Blanche werd openlijk gesteund en de witte burgemeester die een wat multiracialer beleid voorstelde werd letterlijk met pek en veren besmeurd. Tegenwoordig is Welkom een radicaal anc-bastion, waar de leiders voortdurend in frauduleuze schandalen verwikkeld lijken te zijn. Zelfs de premier van Vrijstaat, Ace Magashule, een oud-vrijheidsstrijder, wordt beschuldigd van corrupte financiële praktijken.

Blanken in Welkom die tegen de apartheid hadden gestreden waren begin jaren negentig opgelucht dat de verhoudingen eindelijk zouden worden genormaliseerd. Maar de meesten waren er niet gerust op, ze vreesden voor hun toekomst. Wat zou er met ze gebeuren als de zwarten het na zoveel jaar van onderdrukking voor het zeggen kregen? Blanken gingen ervan uit dat God ze wel te hulp zou schieten, het was tenslotte Gods wil dat Zuid-Afrika blank zou blijven. ‘Onze Vader heeft ons al eerder geholpen’, zei geoloog Pottas, werkzaam in de St. Helenamijn in 1990. ‘Wij vertrouwen erop dat Hij ons ook nu niet in de steek laat.’ Maar zelfs God liet het afweten.

‘Ik schaamde me vroeger voor Thabong. Maar nu ik met een camera rondloop, zie ik een zekere schoonheid’

Ik had niet verwacht ooit naar Welkom terug te gaan, maar toen Lebohang Tlali, die in Thabong opgroeide, fotograaf Ad van Denderen en mij twee jaar geleden benaderde, moest ik wel. Het was Lebo gelukt om uit het township weg te komen, tijdens zijn studie in Kaapstad had hij het fotoboek van Ad Welkom in Suid-Afrika ontdekt en hij beschouwde deze vondst als een ‘life changing experience’. Hij begreep niet dat een fotograaf uit Nederland zoveel tijd en energie in deze weinig opwindende plek op aarde had gestoken.

De foto’s van zowel blank als zwart Welkom hadden Lebo aan het denken gezet over de verscheurde wereld waarin hij was opgegroeid. Hij besefte hoe groot de impact van fotografie kan zijn en wilde de foto’s terug naar Welkom (65.000 inwoners, Thabong 125.000 inwoners) brengen. En, vroeg hij Ad, was het niet een goed idee om workshops fotografie te gaan geven? Een jonge zwarte man met een oudere witte man, die met leerlingen van drie totaal verschillende scholen – zwart, gemengd en blank – over verleden en heden in gesprek gaan? En die hun tegelijkertijd de kneepjes van fotografie zouden bijbrengen, zou dat hun blik niet verbreden?

De drie scholen die werden benaderd reageerden enthousiast: Teto Highschool, de vroegere school van Lebo in township Thabong; het Welkom Gimnasium, vroeger blank en nu voor zeventig procent zwart; en als derde de overwegend blanke Goudveld Hoërskool, waar Afrikaans nog steeds de voertaal was. Met een doorwrocht lespakket gingen Lebo en Ad de scholen in. Who am I in 2017 zou het thema zijn waarmee de leerlingen aan de slag moesten. Door ze hun eigen leven te laten fotograferen wilde Lebo ze laten nadenken over hun leven en hun toekomst. Ze bewust maken van hun eigen geschiedenis. De leerlingen waren tussen de veertien en de achttien jaar, dus ver na de apartheid geboren. Werd er over die allesbepalende periode gesproken? Of werd het verleden weggemoffeld? Een feestelijke tentoonstelling van al hun werk zou het belangrijkste onderdeel zijn van een spetterende slotmanifestatie.

Op een warme maandagmiddag ontvouwt Lebo zijn plannen aan de lange, glanzende mahoniehouten tafel in de vergaderzaal in het stadhuis van Welkom. De aanwezige politici onthalen hem als een verloren zoon. ‘We zijn trots op je’, klinkt het tussen de omhelzingen door.

Het boek van Ad gaat van hand tot hand, de foto’s worden geconcentreerd bekeken. Dit is hún geschiedenis, hun erfgoed. De mannen en vrouwen rond de tafel herkennen mensen uit hun eigen zwarte gemeenschap, vertellen welke vernederingen hun families hebben meegemaakt. ‘We steunen jullie waar we kunnen’, zegt een aangedane burgemeester Speelman, niet één keer, maar ook als we hem later opnieuw ontmoeten. ‘De leerlingen zijn onze toekomst. Dit is voor ons een belangrijk project.’

Omdat de leerlingen op Teto niet allemaal een smartphone hebben, krijgen ze een klein cameraatje van ons. Alle dertig raken ze zichtbaar in de ban van deze toverlantaarn. Ze fotograferen zich suf en maken verrassende, soms rauwe beelden van hun omgeving, hun families. ‘Ik schaamde me vroeger voor Thabong’, zegt een leerling. ‘De rotzooi overal. Maar nu ik met een camera rondloop, kijk ik anders en zie ik een zekere schoonheid. Ik voel zelfs trots.’

Lebo Tlali, die op deze zelfde school zat, speelt graag in op die positieve levenshouding. ‘Wat mij is gelukt, kunnen jullie ook’, houdt hij de leerlingen voor. ‘Als je iets wil bereiken, moet je doorzetten.’ Zijn missie: door fotografie leer je op een andere manier naar de werkelijkheid te kijken, je blik wordt breder en dat gevoel van autonomie geeft kracht als je denkt in een uitzichtloze situatie te zitten. Zijn boodschap valt in vruchtbare bodem, de leerlingen blijven vier weken lang zeer gemotiveerd. Zelfs op de dag dat veel leerlingen niet op school kunnen komen vanwege ernstige rellen in Thabong – de wegen zijn geblokkeerd met brandende autobanden – zit de workshop helemaal vol.

Aan de hekken bij school hangen kleren te wapperen in de wind. Iedere keer zie ik weer nieuwe kledingstukken: een schooluniform, blouses, broeken, maar ook handdoeken. Ik vraag me af waar ze vandaan komen, zijn ze gevonden en daar opgehangen? Het antwoord op dit raadsel blijkt eenvoudig: de 120 leerlingen die eindexamen doen, wonen deze laatste maand verplicht op school en doen daar de was. Thuis komen ze niet aan hun schoolwerk toe, denkt de directeur. Sommigen wonen in de hostels tegenover de school, waar het vuilnis bijna tot aan de ramen ligt opgetast. Vroeger verbleven hier alleenstaande mannen of vrouwen, maar nu worden er hele gezinnen in gepropt met vaders die niet werken. Ouders komen er niet aan toe om toezicht op hun kinderen te houden, weet de directeur. ‘We hebben geen extra voorzieningen, geen douches of extra wasbakken.’ Het liefst zou de directeur een internaat op het terrein beginnen zodat leerlingen er het hele schooljaar kunnen zitten. Een heel goed idee, maar dat kost geld en private partijen die hij benadert zijn steeds minder geneigd om geld te geven.

Gelukkig blijken de workshops op Teto een doorslaand succes, niet alleen vanwege het enthousiasme van de leerlingen, maar ook vanwege de bijzondere beelden die ze maken. Een meisje zocht illegale mijnwerkers op, zama zama’s geheten, die clandestien in gesloten mijnen met gevaar voor eigen leven naar beneden gaan, op zoek naar goud. Ze houden niet van pottenkijkers bij dit gevaarlijke werk, maar de leerlinge ging erop af en maakte een opmerkelijke foto.

Ouders in Thabong die het iets beter hebben, sturen hun kinderen naar een school in Welkom, de schoolbus brengt en haalt ze iedere dag. Op het Gimnasium wordt een bijdrage gevraagd van 65 euro per maand waardoor ze meer armslag hebben dan Teto, waar het onderwijs gratis is.

Op alle drie de scholen wordt het verleden tijdens de workshops heel voorzichtig af en toe aangeraakt. De foto die Ad van Denderen in 1990 in een mannenhostel in Thabong maakte, laat niet alleen zien hoe je met licht moet werken, het gesprek gaat ook over de sociale omstandigheden, de ongelijkheid. De witte leerlingen op het Gimnasium blijken nog nooit in Thabong te zijn geweest, terwijl alle ouders van de zwarte leerlingen bij wie ze al jaren in de klas zitten oorspronkelijk uit een township komen.

Lebo geeft iedereen veel ruimte waardoor er een bepaald soort intimiteit ontstaat. Helemaal op Goudveld, de school waar Afrikaans nog de voertaal is en de workshopdeelnemers allemaal wit zijn. Lebo voelde de eerste keer grote weerstand om bij Goudveld naar binnen te gaan, een plek waar hij vroeger niet mocht komen, waar de lokale burgerwacht Blanke Veiligheid schietlessen gaf en waar blank als superieur werd gezien.

Nog steeds voel je de geest van vroeger rondwaren, er zijn nauwelijks gekleurde leerlingen en de docenten zijn allemaal wit. Directeur Paul Sauer probeert de school met elan het nieuwe tijdperk in te loodsen, hij gelooft in geleidelijkheid, niet te veel forceren. Zijn broer zat in het leger en vocht nog tegen het anc, vertelt hij. En zelf moest hij na de apartheid ook even wennen aan de nieuwe realiteit. ‘Ik vond het raar dat ik ineens met zwarten moest werken, maar al gauw merkte ik dat dat gevoel werkelijk nergens op sloeg.’

‘Ik vond het raar dat ik ineens met zwarten moest werken, maar al gauw merkte ik dat dat gevoel nergens op sloeg’

Sauer is een belangrijke bruggenbouwer, hij heet Lebo vanaf het begin meer dan welkom. Na een paar workshops dragen de leerlingen Lebo op handen, ze vallen voor zijn rust, zijn oprechtheid, zijn luisterend oor. Ze vertellen naar aanleiding van hun foto’s over ingrijpende gebeurtenissen in hun leven, zoals een scheiding of het verlies van een ouder. De foto’s die ze maken worden tijdens de tweede helft van iedere workshop op een groot scherm geprojecteerd en onderling besproken. De leerlingen van Goudveld blijken ingetogener in hun fotografie dan die van Teto. Er staan opvallend weinig mensen op. Verstilde beelden van natuur, planten en objecten. Minder naar buiten gericht. Eenzaam.

Medium avd 20171009 7988
Leerlingen van Teto Highschool oefenen met de camera op het schoolplein

Het verleden waar hun ouders maar vooral hun grootouders deel van uitmaakten, ligt als een molensteen om de nek van deze leerlingen die ver na de apartheid werden geboren. Ze willen zo graag een harmonieus bestaan, een toekomst. ‘Wat moet ik met die ballast, met dat rot verleden’, verzucht Jana, een dromerig meisje van zestien dat een intrigerende foto van haar dementerende grootmoeder maakte. ‘Ik wil me ook niet schuldig voelen, want ik bén niet schuldig. Ik heb meer zwarte dan witte vrienden, kleur speelt bij mij geen rol. Wij kunnen het land weer op de rails krijgen, maar dan moet ons die kans ook gegeven worden. Wij worden moe van alle nare verhalen, ik weet zeker dat wij het anders zouden doen. Geef ons een kans, wij willen het leven vieren.’

Haar moeder zit bij het gesprek, net als haar grootmoeder die de conversatie niet goed kan volgen en een beetje voor zich uit kijkt. Zij was aanhanger van de apartheid en de omwenteling kostte haar grote moeite. Haar moeder, lerares op een basisschool, probeert zich zo goed en kwaad als ze kan aan te passen aan de nieuwe situatie, maar als ze wil zeggen dat sommige dingen vroeger misschien toch beter waren, trekt Jana een gepijnigd gezicht. Kennelijk is dit gesprek al vaker gevoerd. >

Jana vond steun in de kerk bij het Christian Revival Centre, waar veel jonge witte en zwarte mensen uit Welkom samenkomen. ‘Win the lost at any cost’, is hun motto. Vandaar dat Jana geregeld prostituees opzoekt die ze kleren en eten geeft. Liefde geven, er voor de ander zijn, daar gelooft Jana in.

Net als Mapitso, een zelfbewust meisje van het Gimnasium dat naar diezelfde kerk gaat, de preken worden vanuit Bloemfontein via een livestream naar Welkom gestraald. Dominee At Boshoff, een wat gedrongen en gespierde man, weet zijn grote gehoor met zijn vurige en optimistische peptalk aan zich te binden. Voor politici heeft hij geen goed woord over, zei hij tijdens een preek in november: ‘Waar is de hoop gebleven? We hebben een grote toekomst voor ons. Waarom? Omdat God dat zegt. Natuurlijk was de apartheid slecht, maar laten we niet in het verleden verzanden. Geloof me, het beste moet nog komen, heb vertrouwen in God, ik zie een nieuw Zuid-Afrika, de toekomst ziet er goed uit.’ Zo’n boodschap van hoop en vertrouwen, samen met de oproep tot opoffering en naastenliefde, spreekt jongeren enorm aan.

Mapitso werkt sinds haar vijftiende als model en heeft net een reis naar New York gewonnen en natuurlijk hoopt ze ooit op de catwalk in Milaan te lopen. Ze spreekt thuis eigenlijk nooit over de beladen geschiedenis, al merkt ze wel dat de blanken nog altijd worden gewantrouwd. Zou hun mentaliteit nu werkelijk veranderd zijn, vragen volwassenen zich af. ‘Ik heb een gemengde vriendenkring’, zegt Mapitso als we elkaar na een van de workshops spreken. ‘Wij vertrouwen elkaar, kleur telt bij ons niet meer.’ Vandaar dat ze het liefst ziet dat de blanken vergeven zouden worden voor hun daden in het verleden. Net als Jana denkt ze dat je alleen dan vooruit kunt. ‘Ik snap de pijn van degenen die hebben geleden, maar wat kunnen wij ermee? Geef ons de ruimte om iets van ons leven te maken.’

Misschien zijn ze niet helemaal realistisch, maar het is wel hoopgevend om naar deze jonge generatie te luisteren. Ze zien hun ouders en grootouders als een sta in de weg. In deze levensfase hebben ze misschien ook geen zin om te beseffen hoe groot de impact van het verleden is en komt dat nog als ze wat ouder zijn. Daders en slachtoffers kunnen elkaar hier in Welkom nog iedere dag tegenkomen, gewoon bij de supermarkt of de bank. De vergelijking met de verwerking van de Tweede Wereldoorlog gaat in vele opzichten mank, maar één ding hebben wij wel geleerd en dat is het belang om er wél over te praten, je te verdiepen in elkaar, in wat er is gebeurd, anders kan de wond niet helen. De geschiedenisles over de apartheid is heel summier op middelbare scholen, alsof het onderwerp snel moet worden afgehandeld. Niet te veel discussie in de klas, misschien uit angst dat zo’n gesprek snel kan ontsporen.

De achttienjarige blonde Sybrand is trots op de Afrikaner geschiedenis, daar zou op het Gimnasium best wat meer aandacht voor mogen zijn, vindt hij. Hij doet dit jaar samen met zijn vriend Robert eindexamen en gaat dan architectuur studeren. We lopen door de rustige wijk waarin ze wonen, zij allebei op blote voeten, ook op de weg, blijkbaar is het een Afrikaner gewoonte. Ze willen laten zien dat Welkom veilig is. Waar vind je zo’n prettige plek? vraagt Robert zich hardop af. Hun school, de sportvelden, de McDonald’s, alles is binnen handbereik. Uitgaan doen ze niet, je gaat naar vrienden op een zaterdagavond en dan blijft iedereen slapen.

Sybrand ging als kleine jongen naar Nelsdrif, een Afrikaner basisschool dertig kilometer buiten Welkom, waar de leerlingen de hele dag op blote voeten lopen en de Voortrekkers als voorbeeld dienen. Sybrand ziet de geschiedenis van de Voortrekkers, de Afrikaner Boeren die tijdens de Grote Trek de Boerenstaten stichtten en in het gevecht met de Zoeloes bijna allemaal het leven lieten maar toch overwonnen als inspiratie. Altijd doorzetten, nooit opgeven. Hij combineert die geschiedenis op geen enkele manier met onderdrukking, iedereen zou volgens hem wat kunnen leren van dit heldhaftig gedrag. Kleur speelt geen rol bij de jonge generatie, zeggen Sybrand en Robert net als de anderen. Als ik de twee jongens vraag wie het zou aandurven om met een zwart meisje te trouwen, is Sybrand de eerste die zegt: ja natuurlijk. ‘Maar dan zou ik niet in Welkom blijven.’

Medium 20171021 151023 edit
Foto door Nomakhosi Nyamani, Welkom Gimnasium: ‘This picture is very empowering and feminine, it shows how strong I have become in 2017 and I am proud of who I have become’

De vrienden van Lerato, leerling op het Gimnasium, zijn zwart en wit, moslim en christen. ‘Waar het om gaat is dat je elkaar begrijpt’, vindt hij. In politiek is niemand geïnteresseerd. ‘Ik schaam me ervoor dat mijn land zich zo belachelijk maakt’, zegt Lerato, doelend op alle schandalen rondom Zuma. Zijn ouders steunen het anc niet langer, dat doen de ouders van Mapitso nog wel, niet uit overtuiging maar uit gewoonte. Lerato leeft heel gedisciplineerd, hij staat om vijf uur op en neemt om zes uur de bus naar school waar hij om zeven uur arriveert. Na school doet hij zijn huiswerk en hij gaat vroeg naar bed. Discipline brengt je verder, zijn ouders, zijn twee broers, iedereen thuis leeft volgens strikte regels.

De kerk waarbij zij zijn aangesloten eist dat ook. De regels zijn streng, geen alcohol, geen varkensvlees, alleen trouwen met iemand uit je eigen gemeente. Die regels, legt Lerato uit, zijn er ter bescherming van alle wereldse verleidingen. Hij ziet het als een steuntje in de rug. ‘Ik heb het afgelopen jaar veel over het leven nagedacht. Ik wil het ver schoppen, iets met mijn leven doen, een verandering in gang zetten. Dat maakt het leven zinvol.’ Hij is een puber, dus zijn plannen wisselen nog wel eens. De ene dag wil hij psychiater worden, want iedereen neemt hem altijd in vertrouwen, maar een dag later ziet hij zijn toekomst als fotograaf: ‘Een beroep dat vrijheid geeft.’

‘Verpest het niet voor ons’, houden ze hun ouders voor. ‘Demoraliseer ons niet met jullie verhalen’

De overtuiging dat zij, de jonge generatie, Zuid-Afrika erbovenop kunnen helpen is een rode lijn in de gesprekken die ik voer. Ze smeken om een schone lei. ‘Verpest het niet voor ons’, houden ze hun ouders voor. ‘Demoraliseer ons niet met jullie verhalen. Geef ons een kans.’ Hun optimisme en veerkracht zijn aanstekelijk. Misschien verandert die houding als ze gaan studeren, op de universiteiten bestaat onder studenten juist grote woede over de verzoenende houding van Nelson Mandela, die de afschuwelijke tijd van de apartheid te snel onder het tapijt heeft willen vegen.

Alle leerlingen verheugen zich enorm op de slotmanifestatie, hun werk zou in de prachtige Ferdie Meyer Hall, onderdeel van het stadhuis, tentoongesteld worden. In theorie een opwindend idee, maar is het praktisch uitvoerbaar? Wij denken van wel, maar na de aanvankelijke toezeggingen van burgemeester Speelman – alles zou worden geregeld, de invitatie, de catering – valt er een grote stilte. Was dit nu het cultuurverschil? Zeker, lacht Lebo. ‘Dit is Afrika’, zegt hij monter. ‘Dingen verlopen hier nu eenmaal wat chaotischer.’

Wat een opluchting als de gemeente een week voor het feest alsnog groen licht geeft. De uitnodiging met daarop de twee sprekers van de middag, de burgemeester en de Nederlandse ambassadeur Marisa Gerards, wordt eindelijk verstuurd. Men is ervan onder de indruk dat zo’n hooggeplaatst iemand helemaal naar Welkom komt om erbij te zijn. Moet er niet een Nederlandse vlag worden opgehangen? En oranje tafelkleden over de tafels gelegd? Alle gemeenteraadsleden en deelraadsleden en andere relevante politici worden ook uitgenodigd, zo’n 130 bij elkaar. Wordt het niet te veel een anc-bijeenkomst? vragen we voorzichtig. Zou hun massale aanwezigheid het doel van de middag, een feest voor de leerlingen en hun ouders, niet overschaduwen?

Alles is hier politiek en niet zo’n beetje ook. Zeker nu de verkiezing van de nieuwe leider van het anc aanstaande is. De gemeenteambtenaren stellen gerust, heus het zal zo’n vaart niet lopen en er wordt een speciale vipruimte voor ze ingeruimd waar ze een hapje kunnen eten. Er wordt benadrukt dat er veel waarde wordt gehecht aan het protocol. De ambassadeur wordt voorafgaand aan de manifestatie in de vipruimte verwacht waar de burgemeester met haar wil kennismaken. Binnendoor kunnen ze dan hun entree maken in de Ferdie Meyer Hall, waar de expositie met 120 foto’s van de leerlingen op hen staat te wachten.

Om vier uur moet het feest beginnen. Er zijn speciale T-shirts gedrukt met het logo van de drie scholen erop, ze worden gedragen door de vijftien leerlingen die zijn uitgezocht om de gasten naar hun plaatsen te begeleiden. Om half vier verschijnt het prachtig uitgedoste en zeer swingende majorettekorps van Teto Highschool op de straat naast het stadhuis. Ter verwelkoming van het hoge buitenlandse bezoek: de ambassadeur Marisa Gerards die net is gearriveerd.

Medium avd 20171010 8019
Jana Enslin (staand) met vriendin fotograferen op het schoolplein van de Goudveld Hoërskool

Maar waar is de burgemeester? Gemeenteambtenaren lopen druk heen en weer, hun uitleg is op z’n minst verwarrend. De burgemeester is onderweg, zegt de een. De burgemeester zit al in de vipkamer te wachten, zegt de ander. Na een half uur zonder ook maar een spoor van de burgemeester word ik opzij getrokken. ‘Vertrouwelijk en alleen aan jou vertel ik wat er aan de hand is’, zegt een gespannen ambtenaar. En alsof hij het zelf niet kan geloven: ‘Ik vind het vreselijk, maar de burgemeester komt niet. Ik weet niet wat er aan de hand is, gisteren heb ik alles nog met hem voorbesproken. Ik schaam me diep.’

Inmiddels is de zaal volgelopen met trotse ouders en leerlingen, vrienden en vriendinnen. Voor het eerst in de geschiedenis komen deze drie zo verschillende scholen bij elkaar en iedereen geniet zichtbaar.

Ook de dagvoorzitter die het stadhuis zou leveren, is om onbekende redenen niet komen opdagen. Lebo neemt die taak ongevraagd op zich en blijkt een natuurtalent. Ambassadeur Gerards wint de harten van alle aanwezigen door het publiek in drie talen te begroeten, Sotho, Engels en Afrikaans. Ze geeft een mooie, inhoudelijke speech en haalt leerlingen van de drie scholen op het podium en bespreekt met hen de waarde van het project. Niet alleen hebben ze geleerd te fotograferen, zeggen de leerlingen, maar de ervaring heeft ook hun horizon verbreed. De ambassadeur blijft de hele middag, ze maakt voor iedereen tijd en de ouders vinden het geweldig om even met haar te kunnen spreken, ook om hun zorgen over de toekomst van Zuid-Afrika te kunnen delen.

Op het sms-bericht dat de ambassadeur nog aan de burgemeester stuurt, reageert hij niet. Maar aan het eind van de middag staat er ineens een politieke vriend van hem in de zaal. Hij laat Marisa Gerards weten dat de burgemeester het erg spijtig vindt niet aanwezig te kunnen zijn.

Waarom deze bruuskering, terwijl men zo enthousiast leek en de gemeente de middag wel faciliteert? We zullen het nooit weten. Zuid-Afrika verkeert in een existentiële crisis, zegt iemand. En een ambtenaar herhaalt wat de leerlingen in mijn gesprekken met hen opmerken: ‘Politici zijn niet met de toekomst van de jeugd bezig, alleen met zichzelf.’ De burgemeester en zijn gevolg missen echt wat, want het is een vrolijk feest met blije gezichten en mooie muzikale optredens en een plechtige uitreiking door Ad van Denderen en Lebo Tlali van een officieel certificaat.

De leerlingen van Teto zouden aan het begin van de avond worden teruggebracht naar hun township. De Afrikaner school Goudveld heeft zijn schoolbus speciaal voor deze rit beschikbaar gesteld. Zingend en dansend stappen de uitgelaten pubers in, de bus deint heen en weer. Nog nooit eerder is een bus van Goudveld naar township Thabong gereden. Zo is er toch nog geschiedenis geschreven.

Vervolg Welkom Today: het oude werk van Ad van Denderen, aangevuld met nieuwe fotografie van hem en van Lebo Tlali zal, met foto’s van de scholieren en archiefmateriaal uit Welkom, in 2019 leiden tot een reizende tentoonstelling en een boek.


Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten, het Mondriaan Fonds, Dutch Culture, Fonds Anna Cornelis en Paradox