Geel gewoel

De panelen van Alan Charlton zijn grijs, maar toch gekleurd, terwijl Avery Preesman grijze incidenten in zijn geel stopt.

Naarmate je langer in een ruimte bent met de grijze schilderijen van Alan Charlton begin je te merken hoe aangenaam hun nabijheid is. Dat is tenminste mijn ervaring. Zijn werken, zoals bijvoorbeeld het vierkante Panel Painting uit 1978, zijn abstract en ze zien er streng uit. Normaal gesproken zou je dan, al kijkend, beginnen na te denken over de aard van die abstractie - zoals welke beeldende conceptie eraan ten grondslag zou kunnen liggen. Abstractheid is vermoedelijk de belangrijkste uitvinding in de moderne kunst geweest. Nochtans lijkt het dat een abstract schilderij zich steeds moet rechtvaardigen. Picasso schilderde op zijn vloeiende, eigengereide manier een wulps naakt in een hangmat op een balkon. Misschien waren er kijkers die enkele anatomische vrijpostigheden wat raar vonden, maar die verhinderden hen niet het schilderij gewoon mooi te vinden.

Voor Panel Painting van Charlton kan ik geen theoretische reden vinden waarom het in mijn ogen zo mooi is. Natuurlijk zijn er historische omstandigheden. Toen het ontstond was er in de kunst al van alles gebeurd: we hadden Pollock gehad en Barnett Newman, de blauwe schilderijen van Yves Klein, en Robert Ryman schilderde alweer jaren zijn adembenemende witte monochromen. Maar die hadden in hun oppervlak de raadselachtige levendigheid van een handschrift. Bij Charlton was dat anders: zijn grijze vlakken waren zo te zien zonder handschrift. Toch zijn ze met een kwast geschilderd en niet met een roller. Dat wil zeggen dat het linnen oppervlak niet zomaar even gelijkmatig grijs gemaakt is, maar dat het grijs met uiterst beheerste streken met een brede kwast langzaam is opgebracht, laag over dunne laag, horizontaal en verticaal - tot het grijs precies die fluwelige kwaliteit en temperatuur had die de schilder zag verschijnen toen het zo ver was. Vergeleken met een kwast is een roller te mechanisch: dat is het verschil tussen wrijven en strelen. Zo is Panel Painting het summum van handwerk. Want voor hij met schilderen begint, maakt Charlton eerst eigenhandig het object: spieraam meten en construeren, schuren, linnen opspannen en prepareren, alles met dezelfde zorgvuldigheid als waarmee hij schildert.

Dit schilderij is een enkel paneel. Veel andere werken bestaan uit geometrische combinaties van verscheidene, steeds gelijkmatige panelen. Die moet je ontwerpen en tekenen. Maar de kleur grijs kiest hij intuïtief - met dien verstande dat alle schilderijen uiteindelijk verschillend moeten zijn. Als in het oeuvre eenzelfde toon grijs weerkeert, is het in een ander formaat of in een andere combinatie. Bij een standaard grijs wordt een andere kleur toegevoegd en gemengd waardoor al die grijzen een iets andere toon en temperatuur krijgen: bleker, donkerder, koeler, warmer. De kleuren bewegen als de wind. Ooit heb ik Alan Charlton, in zijn atelier, horen refereren aan individuele schilderijen als: die groene, die gele, die roze. Al die werken, voel je dan, zijn met een groot geduld gemaakt, eerder dan vlot geschilderd. Ze ademen zachtmoedigheid. Daarom zijn ze aangenaam mooi, zo vanzelfsprekend en natuurlijk als een stille wolk in de lucht.

Strak monochroom, zou je denken, is toch wel een eindpunt. Maar dat er altijd weer andere mogelijkheden zijn, zien we in een schilderij van Avery Preesman: Untitled (Rodriguez Painting), van twintig jaar later. Die naam in de titel, vertelde de kunstenaar, zat gewoon in zijn hoofd - en is dus even intuïtief gekozen als het grijs bij Charlton. Ik dacht eerst dat de naam naar een plek verwees en naar een bepaald bouwwerk daar - want onder de strakke verticale streken geel die het oppervlak vooral bepalen, zien we hier en daar horizontale bewegingen waarin ik een soort staketsel vermoedde dat grotendeels door het ruige geel is weggeschilderd. In dit schilderij is het geel voornamelijk in stugge bundels van streken opgezet. Hier en daar blijven er strepen zwart over waarvan er een zomaar naar rechts kromt. Dat kan gebeuren in een abstract schilderij dat niet, zoals andere abstracte werken, toch nog iets probeert voor te stellen, bijvoorbeeld iets landschappelijks.

Dit stevige compacte werk stelt helemaal niets voor. Wat we te zien krijgen is vooral de geconcentreerde hardnekkigheid waarmee de schilder die moeizame operatie op gang houdt. We zien strepen geel, soms strak en soms driftig, dikker en dunner, die zich eigenlijk aan elkaar vastklampen om zo het oppervlak overeind te houden. In het gewoel van geel blijven her en der zwartgrijze incidenten over als vreemde, impulsieve adempauzes en momenten van ruimte - zodat de gele niet helemaal in elkaar verstrikt raken. Van Gogh kon het geel op orde houden omdat hij zonnebloemen had of wuivend graan om het te dragen. In het schilderij van Preesman, een intense colorist, is het gelukt een zwaar geel abstract en daarom onbestemder en nog geheimzinniger te laten trillen. Je kunt er lang naar kijken, het komt maar niet tot rust.

PS Normaal gesproken zouden er schilderijen van Charlton te zien moeten zijn in het Van Abbemuseum en het Stedelijk Museum, en op dat laatste adres ook werken van Avery Preesman