Geen afscheid kunnen nemen

De oude maestro Peter Zadek wilde zijn zeventigste verjaardag (19 mei 1996) per se in zijn geboortestad Berlijn vieren. En de jury van het jaarlijkse Theatertreffen gáf hem zijn feest en nodigde de bejubelde enscenering van Der Kirschgarten naar de Duitse hoofdstad uit. Zadek mocht zelf de locatie uitkiezen. Het werd een boulevardtheater aan de Kurfürstendamm. En een media-event. Berlijn sloot zijn verloren zoon (die niet lang daarvoor uit de leiding van het Berliner Ensemble was weggelopen) opnieuw in de armen. De voorstelling werd een triomf.

Nu komt-ie eindelijk naar het Holland Festival. Wat daarvan moet worden? De enscenering is nu al zes weken niet meer gespeeld. De steracteurs worden ingevlogen en moeten in één klap ‘hun kunstje’ doen. Ik houd mijn hart vast.
De enscenering die Peter Zadek, de nu 72-jarige maestro van het Duitstalige theater maakte van Tsjechovs Kersentuin, opent bijna nonchalant. In een maffe, als werk van een zondagskunstenaar geschilderde kijkkast (vormgeving: Karl Kleidl) komt de aangeslagen eigenares van een failliet landgoed Ranjewskaja terug in haar vertrouwde omgeving. De personages zwerven als dwaallichten door hun opzettelijk kunstmatig gehouden omgeving, een speelvlak dat hier opvallend klein is. De personages lijken eilandjes van een verdriet dat je vermoedt maar niet te zien krijgt. Het is alsof ze niet weten wat ze hier te zoeken hebben, alsof ze hun stamelend en stotterend gesproken teksten ter plekke verzinnen.
Hetzelfde is aan de hand in de tweede akte, een wandeling door een landschap waar geleidelijk de schemering invalt. De kijkkast is nu leeggeruimd. En weer is er dat wonderlijke om elkaar heen draaien van mensen die gevangen zitten in een wanhoop die ze zelf niet lijken te begrijpen. Ik herinner me dat we destijds de pauze in gestuurd werden met een hoofd vol vraagtekens. Wie zijn deze mensen, wat moeten we met de onbetaalde emotionele rekeningen die ze met zich meezeulen?
Precies daarna deelt Zadek zijn rake klappen uit, in de derde akte, het hopeloze feest waarin iedereen zit te wachten op de uitslag van de veiling van het landgoed. Daar begint de oude maestro te toveren op een manier die met geen pen te beschrijven is. De koopman Lopachin, die het landgoed heeft gekocht waar hij als kind nog niet eens verder mocht komen dan de keuken, komt binnen en stoot meteen zijn hoofd. Ter verkoeling van de buil reikt iemand hem iets aan (in mijn herinnering een bord) en half verscholen achter dat huishoudelijke voorwerp vertelt hij over zijn overwinning. De verslagen eigenares Ranjewskaja zit op een stoel, verroert zich niet, speelt niet de verliezer, maar kijkt. Achter haar dansen de feestgangers de balalaika.
Wat Josef Bierbichler (Lopachin) en Angela Winkler (Ranjewskaja) van deze scène maken is van een ongelooflijke schoonheid. Bierbichler zet geen karikatuur neer van de onsympathieke speculant, maar het volle portret van een een tikje losbandige, joviale handelaar die schrikt van zijn eigen succes. En Winkler, die tijdens het feest in deze akte pijnlijk de esprit en de levensdrang van Ranjewskaja heeft getoond, ziet de ondergang van haar thuishaven aan met een superieur starende blik. Het magistrale van deze enscenering is dat je op dat moment dwars door haar heen kunt kijken, de achterkant van haar werkelijkheid kunt zien: ze ís in feite veel moediger, maar ze redt het niet in deze omgeving en vooral niet met deze mensen.
Dan volgt de vierde akte. Het afscheid van het huis is geregisseerd als tot totale stilte wegijlende kamermuziek. De onhandige broer Gajew (Ulrich Wildgruber) klinkt hier als een trieste cello. Hij beseft nu waar hij drie bedrijven lang niet van wilde weten: het leven op dit landgoed is definitief voorbij. Gajew gaat bankieren, maar je voelt: dat wordt niks. Zwijgend staan de personages naast elkaar, mensen die straks definitief uit elkaar gaan, maar die nooit hebben geleerd wat afscheid nemen is.
Ik hoop dat u overkomt wat mij twee jaar geleden overkwam: ik kon niet van deze mensen loskomen. Dat is een van de mooie dingen die je in het theater kunnen overkomen.