Geen Arabische lente in Palestina

Ramallah - Op het Al Manara-plein in Ramallah ziet het op deze Nakbadag groen, wit, rood en zwart van mensen gehuld in de Palestijnse vierkleur. Kinderen met reusachtige sleutels om de nek herinneren aan de ramp waarbij betovergrootvader in 1948 zijn huis en grond heeft verloren in wat nu Israël heet.

De sleutel van dat huis vertegenwoordigt hun geboorterecht op een plaats waar ze nooit zijn geweest. Iets verderop aan het Kalandia-checkpoint, de grootste controlepost tussen Ramallah en Jeruzalem, gaat het er heftiger aan toe. Jongens gooien stenen naar Israëlische soldaten, die antwoorden met traangas.
Hamed, een bankemployee uit Ramallah, neemt het tafereel vanaf de zijlijn waar: ‘Zoals jullie bevrijdingsdag hebben, herdenken wij de Nakba.’ Maar die herdenking gaat gepaard met Palestijnse marsen op de grenzen met Syrië, Libanon en de Westoever en confrontaties met het Israëlische leger, die uiteindelijk vijftien doden en honderden gewonden eisen. Is dit het begin van de Arabische lente op de Westoever? Hamed schudt zijn hoofd. Weliswaar is er kritiek op de Palestijnse autoriteiten maar het protest richt zich vooralsnog tegen onderdrukker nummer één: Israël.
Enkele straten verder, in het kantoor van president Aboe Mazen, worden voorbereidingen getroffen voor de oprichting van de staat Palestina. In september zullen de Palestijnen de Verenigde Naties vragen om Palestina als lidstaat te erkennen. In de hoop dat dit een substantiële verandering in hun leven zal brengen - niemand weet nog precies wat - wachten jonge Palestijnse activisten af. Na de verzoening van Fatah en Hamas lijkt die droom van verandering voor hen dichterbij. De 31-jarige Farid redeneert: ‘In 1948 is de staat Israël ook eenzijdig uitgeroepen. Ze moeten begrijpen dat de tijd van onderhandelen voorbij is.’ Kritisch gestemde Palestijnen zijn bezorgd dat zo'n in de haast bijeengeveegde staat geen levensvatbaarheid heeft. Volgens antropoloog Chalil Nachleh is er niet eens een duidelijk plan: ‘De verzoening tussen Fatah en Hamas is symbolisch en er zijn geen afspraken over de onafhankelijkheid. Maar Fatah wil scoren en is bereid om het in welke staat dan ook te accepteren.’
Ook Israël heeft buikpijn. Als Palestina in september door de VN wordt erkend, kan dat grote juridische consequenties hebben. De vraag of Israël met zijn bezetting van de Palestijnse gebieden het internationaal recht schond, werd tot nu toe door Israël afgedaan als een interne Israëlische aangelegenheid. Als Palestina wordt erkend als onafhankelijke staat zullen justitie in Ramallah en het Internationaal Gerechtshof in Den Haag de zaak beoordelen, aldus jurist Michael Sfard van de Israëlische ngo Yesh Din. De Arabische lente lijkt zich in Palestina dus nu al te spoeden naar een hete nazomer. Zoals dichter Mahmoud Darwish het acht jaar geleden beschreef: ‘Het Palestijnse volk leeft in de uren voor zonsopgang.’