THEATER

Geen circus

Cirque Stiletto

Tijdens wat mijn laatste circusvoorstelling zou worden, sjokte een nijlpaard onderlangs bij een giraf, daartoe uitgelokt door een livreier met een krop jonge sla. Ik vond het een belediging van het genre. De twintig jaar daarna heb ik ongetwijfeld veel gemist. Cirque Stiletto heeft maar één dier, of eigenlijk twee-in-een als onderdeel van een niet al te best clownsnummer. Ik begreep dat de clown ook architect en schilder is. Tja, dat krijg je ervan. De piste is hier geen piste maar een verhoogd ovaalvormig verlengde van het podium van Carré. Cirque Stiletto is ook eigenlijk geen circus. ‘Stiletto’ zou kunnen slaan op de vlijmscherpe werpmessen van Giacomo Sterza, die er overigens flink wat naast zijn ‘slachtoffer’ Elena Busnelli liet kletteren. Dat doet-ie erom, zei mijn buurvrouw met de blik van een kenner, diplomatiek in het midden latend wáárom precies. De diva van de avond, zangeres en showvrouw Ellen ten Damme, liet zich in ieder geval niet met scherpe spullen bewerpen, zong – na even in de verleiding te zijn gebracht – in plaats daarvan Do You Really Want to Hurt Me? en doorbrak zo de spanning. Men werpt ook geen messen naar Ellen ten Damme.
Cirque Stiletto – Ellen ten Damme rocks the circus is eigenlijk de verwezenlijking van het Ja-zuster-nee-zuster-verlangen dat ‘Het lijkt me zo fijn om er bij te wezen – aan de trapeze, aan de trapeze’ heet. Ellen ten Damme (turnverleden, afgetraind lichaam) mag erbij wezen, ze zingt, danst, swingt en imiteert en last zodoende een serie acts en losse acts aan elkaar en ze spagaat, duikelt en zwiert af en toe een nummertje mee, waarbij de gimmick is wie nu precies als entr’acte van wie optreedt. Daarbij wordt ze bijgestaan door een clubje van zes dansende en zingende jongens, de ‘star company’, die het podium bebliksemen met een energie alsof ze met z’n zestienen zijn. De circusnostalgie komt uit de hoek van de acrobatiek, waarbij producent Stardust (lees: Henk van der Meyden & co) een reeks hooggetalenteerde prijsdieren heeft verzameld. De opening is meteen raak: de elegante ‘lintenzwierder’ Serge Akimov. Ook het slangenmens Elena Skrypets mag er wezen. De act voor een lantaarnpaal en de Russische evenwichtskunstenaar Dima Shine is onder meer zo betoverend omdat hij van het ene moment op het andere in een houding hangt die bij navertellen meteen de reactie ‘dat kán niet’ zal ontlokken (ik verklap dus niks). Nog fraaier zijn de Oekraïense broers Vyacheslav en Oleksandr Iroshnikov, die een discipline beheersen die ontnuchterend simpel ‘parterre acrobatiek’ schijnt te heten, waar het in feite gaat om pure fysieke poëzie, twee lijven in vloeiende en in elkaar overgaande lijnen, zo rustig en zo beheerst uitgevoerd en zo onspectaculair overweldigend in zijn effect dat Carré na een minuut ingehouden adem spontaan in een ovatie losbarstte.
Alleen al om die jongens zou u Cirque Stiletto moeten gaan zien. En om Ellen ten Damme natuurlijk, die veel laden opentrekt van haar rijk met idiomen, toonsoorten, stijlen en genres doordesemde zangmeubilair, en die ook nog eens over een onverwoestbaar gevoel voor humor beschikt en een podiumbestialiteit waarmee ze ons allemaal rauw lust en intens lief heeft. Ik zag voorstelling nummer tien, en regisseur Stanley Burleson, die puik werk heeft verricht, zat een paar rijen van me vandaan met een bloknoot op schoot. En dan weet je: deze tent wordt avond aan avond strak gehouden, zodat alle Carré-ouvreurs en -ouvreuses bij iedere finale onder de kap van de hoofdingang staan mee te swingen. Het kost een paar centen maar dan heb je ook wat.

Cirque Stiletto, t/m 30 augustus in Carré,
www.theatercarre.nl