Geen doek te groot

De openluchtvertoningen tijdens het festival van Locarno zijn terecht zeer populair. Het fraaie Piazza Grande en de aangename zomeravonden van Ticino maken dat de projectie al geslaagd is nog voordat de film is begonnen. Het lijkt zelfs wel of het niet uitmaakt wat er wordt vertoond. Iedere avond stroomt een massa van ruim vijfduizend toeschouwers als vanzelf naar het plein. De film moet al heel slecht zijn, wil hij niet als een zonsondergang door het pleinpubliek worden genoten. Films die een zekere toekomst van lege bioscoopzalen en onbekeken televisie-uren tegemoet gaan, krijgen op het plein een warm onthaal. Het is de magie van het evenement.

Toch is de betovering van de ene film net iets groter dan die van de andere. Sommige films doen het op het grote scherm in de buitenlucht beter dan andere en dit lijkt bijna los te staan van hun kwaliteiten onder andere omstandigheden. Net als die zonsondergang die in het echt nooit kitsch kan zijn en het op iedere andere manier bijna altijd is.
Een hoog zonsonderganggehalte had de film Microcosmos van Claude Nuridsany en Marie Perennou. Microcosmos is een natuurfilm. Een genre dat verdwenen leek te zijn. Ongerepte natuur in fraai licht en anekdotische documentaire belevenissen van dierlijke hoofdpersonen lijken te refereren aan een onschuld uit een andere tijd. Van voor een zondvloed. Technisch is de film zeer indrukwekkend. Verbluffend scherp en helder wandelen mieren, luizen, lieveheersbeestjes, mestkevers en andere insekten beeldvullend over het scherm. De 364 vierkante meter van het buitendoek van Locarno kunnen een mier opblazen tot een hoogte van veertien meter en een lengte van zesentwintig meter. Monstrueus als een aangespoelde walvis. Dat de filmmakers de natuur al te ongerept laten verschijnen, zich schuldig maakten aan Disney-achtige vermenselijkingen van hun hoofdpersonen en al te vettige muziek inzetten, werd ze door de omstandigheden vergeven. Microcosmos is eigenlijk te kitscherig en te wereldvreemd om het te verdienen om door te gaan voor een goede of bijzondere film, maar er valt mee te leven.
Minder makkelijk te accepteren is dat het grote scherm voor een wel bijzondere film al te groot kan blijken. De Tsjechische animatiemeester Jan Svankmajer presenteerde zijn nieuwe film Spiklenci Slasti (The Conspirators of Pleasure) op het plein van Locarno. De wereld van Svankmajer is in zekere zin ook een microkosmos. Een geheel eigen surrealistisch universum waarin objecten een eigen leven leiden en personages geregeerd worden door gedetailleerd verbeelde obsessies. De wereld van Svankmajer is bepaald niet licht en schoongepoetst, eerder duister, grimmig en vervuild. Weinig zonsonderganggevoel bij Svankmajer. Zeker geen Disney. Het licht is schaars en op een ongemakkelijke manier intiem. Het is interieurkunst die zich niet ongestraft tot exterieurproporties laat uitvergroten. Een geslaagde miniatuur laat zich niet automatisch omzetten tot een geslaagde wandschildering.
In Spiklenci Slasti wordt niet gesproken. Kreunend, zuchtend, hijgend en grommend, maar zonder woorden, bereiden een vijftal personen zich voor op een bizarre genotsbeleving. Ze verzamelen objecten, naaien kostuums en bouwen machines die hun vreemde fantasieen moeten verwerkelijken. Het minutieuze en arbeidsintensieve voorspel is voor Svankmajes duidelijk belangrijker dan de daad. De inventiviteit en creativiteit richt zich op de details en maken van de film een ingenieus surrealistisch uurwerk. Een wonderbaarlijk horloge, maar geen torenklok. De vergrotingsbestendigheid van een film zoals die wordt getest op het licht megalomane scherm van Locarno heeft een evidente parallel met de verkleiningsbestendigheid die een film voor televisievertoning moet bezitten. De eeuwige roep dat een film thuishoort op het grote doek, is te simpel. Er bestaan films die gebaat zijn bij intimiteit. Ik wil zelfs niet uitsluiten dat voor sommige films - let wel: sommige - de televisie de ideale vertoningsplaats is, al bestaan er gelukkig ook films waarvoor geen doek te groot kan zijn.