Opheffer

Geen dompteur

Het is een bekend grapje. Een journalist vraagt aan een politicus: ‘Waarom ontkent u altijd dat u pedoseksueel bent?’ De politicus zegt: ‘Ik ben helemaal geen pedoseksueel.’ Waarop de journalist zegt: ‘Nu ontkent u het wéér!’ Vroeger lachten we daar om, maar tegenwoordig is deze manier van vragenstellen een journalistieke usance geworden.
‘U zwijgt over de interne strijd binnen uw partij, is dat niet de reden van uw verlies aan kiezers?’

Medium afbeelding 5

‘Nee, dat is niet de reden.’
'U beantwoordt mijn vraag niet. Waarom zwijgt u over de interne strijd binnen uw partij?’
'Omdat er geen interne strijd is.’
'U zegt nu weer niets, dat is nu juist wat uw kiezers u kwalijk nemen.’
Het is dit spel waar Job Cohen niet tegen kon. De formule van het juiste antwoord zou ik kunnen geven, maar dan moeten de politici mij maar inhuren, al denk ik niet dat ik op hun voorstel inga. Job Cohen was niet opgewassen tegen de media. In Amsterdam wisten we dit al.
Ooit werd ik zelf samen met Cohen geïnterviewd - het was naar aanleiding van de moord op Van Gogh - en Cohen vroeg de interviewer of hij van tevoren de tekst mocht lezen. Dat mocht uiteraard. Ik ken trouwens geen politicus die dat niet doet. Wat er vervolgens gebeurde, was dat Cohen grote veranderingen aanbracht, woorden nuanceerde, zinsneden die zijn betoog verzwakten verwijderde en de positie van zijn antwoorden wisselde. Kortom: hij had alles grondig laten editen. Of had dat zelf gedaan. En goed! Ik kreeg die mogelijkheid ook, maar liet dat na, want ik vond dat ik 'mooi sprook'n’ had en de interviewer was mijn hoofdredacteur. Als ik het interview tussen hem en mij nu overlees, dan kom ik daar stom en zwak uit naar voren. Alles heb ik inderdaad zo gezegd, maar ik had niets veranderd. Cohen had alles veranderd. Ik dacht toen: maar Job, als jij straks live geïnterviewd wordt, gaat dit je tegenwerken.
Aldus geschiedde - hij heeft het politieke spel moeten opgeven.
Altijd als ik hoorde dat Cohen 'een fatsoenlijk’ man was, begon er bij mij iets te schuren. Echt onfatsoenlijk was hij niet. Ik geloof niet dat iemand hem ooit heeft kunnen betrappen op grote of gore streken. Ik geloof wel dat hij nukkig kon zijn, maar hij was veeleer voorkomend en wilde ook graag een wellevende indruk maken.
Geen slechte eigenschappen, maar ook geen eigenschappen waarmee je een ideaal kunt verwezenlijken. Thee drinken is lief en kan een strategische meesterzet zijn, maar dan ook alleen als strategische meesterzet en niet als politieke panacee.
Job Cohen was in feite een intellectueel. Maar dan een intellectueel die de verkeerde keuze heeft gemaakt, namelijk die van de politieke arena. Daar had hij weg moeten blijven. Intellectuelen zijn geen debaters die het voortouw nemen; ze analyseren en geven daarna hun opinie. Intellectuelen wachten per definitie af.
En dat afwachten kenmerkte de politieke stijl van Job Cohen. Politiek leed hij aan een intellectuele onzekerheid. Hij had geen visie, hij kon wel over een visie, aan het eind, een oordeel geven, maar dan was het al te laat.
Hij wordt op het ogenblik wel gehanteerd als voorbeeld dat moet illustreren hoe slecht het gesteld is met de sociaal-democratie. Daar zit iets in. Maar toch anders dan men bedoelt. Cohen is een geslaagd mens: wetenschapper, minister, burgemeester, groot in de PvdA. Hij was een ideaal sociaal-democratisch product. Hij was geworden waarvoor zijn moeder destijds ook politica was geweest.
Er viel voor hem niets meer te winnen.
Wat hem derhalve restte was een conservatieve houding: afwachten, thee drinken, luisteren, analyseren, kijken. Hij wilde een dompteur zijn die de leeuwen in bedwang hield, hij werd het rauwe vlees. Je moet de arena ook niet betreden als je geen leeuwen kunt temmen.