Toneel: The Very Faculties of Eyes and Ears

Geen dood, alleen verandering

William Shakespeare is negen. We schrijven 1573. Hij doorloopt het tweede jaar in zijn ‘grote’ school, het gymnasium King Edward VI in Stratford. Zijn schoolmaster Simon Hunt schenkt hem de Metamorfosen van Ovidius. De jonge Shakespeare krijgt het Latijnse origineel en meteen ook de Engelse vertaling van Arthur Golding, die verscheen toen hij drie was, in 1567.

The elements themselves do not endure;

Examine how they change. And learn from me …

Nothing retains its form. In all creation, trust me,

There is no death – no death, but only change

And innovation. Het werd zijn lievelingsboek. Hij zou het tot zijn laatste toneelsnik plunderen. Sommige erop gebaseerde monologen grenzen aan plagiaat. ‘Nature, the great inventor’ speelt de schaduwhoofdrol in William Shakespeare’s complete oeuvre, poëzie én toneel.

Over de natuur als oerkracht in Shakespeare’s bronnen handelt de nieuwe voorstelling van Maatschappij Discordia. Misschien. Het ­materiaal wordt aangeleverd in de hardop-denk-traditie van Montaigne, geestig, elegant, vol vuur. De titel van de avond, The Very Faculties of Eyes and Ears is ontleend aan de monoloog waarmee Hamlet het tweede bedrijf van ‘zijn’ stuk afsluit. Hij beziet de vervoering van een acteur en vraagt: waarom doet hij dat, waartoe al die energieverkwisting, om niets? Hamlet vraagt: wat zou er gebeuren als de toneelspeler míjn motief, míjn hartstocht had? Het toneel zou te klein zijn. En de acteur groot, té groot misschien. Hij zou ‘amaze indeed/ the very faculties of eyes and ears’. Aan het begin werpt de toneelspeler Jan Joris Lamers de suggestie op dat je bij de start van een Shakespeare-stuk het verhaal kort zou kunnen vertellen om je vervolgens te laten onderdompelen in de wervelwinden en vloedgolven aan betekenissen. Maar ach, hoezo verhaal? En, fluistert speel- en gesprekspartner Annet Kouwenhoven, zouden we dan nog toekomen aan het grootste wapen dat Shakespeare steeds in de strijd werpt: de twijfel? De inzet van hun fascinerend discours is hoog, intelligent, witty. De toneelspeelkunst wordt bevraagd op de inzet van haar middelen. De avond dat ik er was werd toegewerkt naar de Shakespeare-scène die een wonder van balanceerkunst is tussen feit en fictie, ver-loop en af-loop: de geplande zelfmoord van twee clowns in King Lear. Die nooit zal lukken omdat hun intenties haaks op elkaar staan. En die nooit kán lukken omdat ze niet over dezelfde informatie beschikken.

Het wonder van de avond zit in de ogenschijnlijke contradictie tussen de eenvoud van de gehanteerde middelen en de grootsheid van de opgeworpen vragen. Een kaal plankier, enkele houten kamerschermen in bruikleen uit een verre traditie, wat disfunctionerende stoelen en een handvol observanten uit een in onbruik geraakte speelgoedcultuur. En daarbinnen Shakespeare als groot verteller, onbevangen leraar en tovenaar zonder truuks in de mouwen van zijn kostuums. Binnen twee uur leer je anders te luisteren naar teksten die je meende te kennen. Dat klopt. Je hoort ze hier voor het eerst.

The Very Faculties of Eyes and Ears is t/m 23 maart te zien in Theater Frascati