Geen droge ogen

Hendrickje Spoor, Een huwelijk. Uitgeverij De Bezige Bij, 139 blz., f 29,50
Eindelijk heeft het genre zijn meesteres gevonden. Tot nu toe verkeerden de auteurs in deze tak van de letteren in de grauwe anonimiteit, maar onder hen is nu een ster gerezen, waarvan het licht op de vele naamlozen in deze beroepsgroep zal afstralen. Eindelijk erkenning voor een genre dat te lang heeft gezucht onder het dedain van het literaire snobisme. De dag is niet ver meer dat in de toonaangevende recensiebijlagen van dag- en weekbladen iedere nieuwe aflevering in de Kasteelreeks, de Hartendiefserie, de Rozengeurboekjes en de Bouquetreeks op een bespreking kan rekenen. En dat is allemaal de verdienste van Hendrickje Spoor, die met haar tweede aflevering in de reeks ‘De liefdesdriehoek’ de grens tussen driestuiversroman en hoge literatuur voorgoed heeft uitgewist.

Twee jaar geleden brak ze voor het eerst door die grens met haar debuut De verweerde spiegel. In dat boek vertelt ze de meeslepende geschiedenis van de driehoeksrelatie tussen de dichter Bondio, diens spirituele mentor Balthazar en het kwetsbare blondje Laura. Het was toen meteen al duidelijk dat ze de enge muren waarbinnen het genre zich bewoog, onherroepelijk neerhaalde. Zelden klonk het verlangen muzikaler, de liefde melodieuzer, de hartstocht symfonischer als in dit kleine meesterwerk. ‘Alsof zij een waren, altijd een zouden zijn, trok hij haar naar zich toe en kuste met zijn verbeten mond. Ze voelde het roofdier kinderlijk zuchten in haar hals. “Je komt terug.” “Ja.” Rillend vluchtte ze naar het trappenhuis.’
Dat De verweerde spiegel serieuze aandacht kreeg van de literaire pers, kwam natuurlijk ook omdat de schrijfster zo handig was geweest een poeet als hoofdpersoon te kiezen. Die verleidingstruc heeft ze in het tweede deel van de driehoekreeks niet meer nodig. In Een huwelijk zijn de hoofdpersonen weliswaar nog even chic en verfijnd als in het eerste deel, ze ontlenen hun belang echter niet aan de schone kunsten. Hun beslommeringen zijn dan ook verfrissend alledaags en voor het grote publiek heel erg herkenbaar.
Louise en Bernhard bereiden zich voor op hun huwelijk. Naarmate de grote dag nadert, worden beiden steeds onrustiger. Die onrust wordt opgevoerd door de komst van een vroegere vriendin van Louise, het gesjeesde danseresje Vanessa. De onstuimige Vanessa (brunette) beroert onvermoede snaren bij de stille en ingetogen Louise (blondje). Er hangt een amourette tussen de beide dames in de lucht. Daar komt het echter net niet van, want op de dag van het huwelijk komt Vanessa’s grote liefde uit Frankrijk overgevlogen.
Ook Bernhard doet in die hectische dagen voor het huwelijk vreemde ontdekkingen over zichzelf. Zijn door een katholieke opvoeding krachtig onderdrukte driften - met Louise vrijt hij alleen in het schemerduister! - breken tot twee maal toe door het paapse pantser: wanneer Louise, erotisch losgewoeld door Vanessa, hem in het volle licht naakt tegemoettreedt, verkracht hij haar, en tijdens een wilde vrijgezellenavond mishandelt hij een sletje.
Het gevolg is dat beiden uiteindelijk als volmaakte vreemden voor het altaar staan, Bernhard geplaagd door vreselijke schuldgevoelens, terwijl Louise heftig lijdt onder het verraad van Vanessa. De slotzin is van Louise: 'De onbekende kijkt mij met grote ogen aan, zijn mond is gespannen, ik voel hoe zijn hand trilt in de mijne. Dit is Bernhard, mijn echtgenoot, denk ik en antwoord nauwelijks verstaanbaar: “Ja, ik wil.” ’ Wie het boek met droge ogen dichtslaat, heeft geen hart.
Op de achterflap staat dat Een huwelijk een 'ironische roman’ is. In een interview zei de schrijfster dat 'ironisch’ betekent dat je erom kunt lachen. Dat lijkt me moeilijk, want Een huwelijk is een hopeloos humorloos boek. Nee, de ironie zit hem in het feit dat dit boek zo serieus genomen wordt door een uitgeverij van naam en door het ganse letterenjournaille, inclusief die van dit blad. Daar zou ik, als ik Hendrickje Spoor was, inderdaad heel hartelijk om moeten lachen.