Geen droogkloterij

COR HERMANS
EEN ENGELSMAN IN FRANKRIJK: EEN GESCHIEDENIS VAN JOHN STUART MILL
Boom, 318 blz., € 24,90

John Stuart Mill (1806-1873) is een van de pilaarheiligen van het liberalisme. Een beetje ontwikkelde VVD’er kan je vertellen dat hij de auteur is van het uit 1859 daterende On Liberty, waarin de zegenrijke beginselen van het individualisme en de vrijemarkteconomie uit de doeken worden gedaan. Sommigen weten ook nog dat Mill, onder invloed van zijn peetvader Jeremy Bentham, de grondlegger van het geestloze utilitarisme, als kind een intellectuele commandotraining onderging, zodat hij al op zijn twaalf-de een volleerd classicus en historicus was. Dit beeld is onjuist. Dat bleek uit biografieën als die van Ni-cholas Capaldi (2004) en Richard Reeves (2007), en het prachtige Mill on Democracy van Nadia Urbina-ti (2002). Mill was geen droogkloterige utilitarist, maar een denker die Verlichting en Romantiek met el-kaar wilde verzoenen. Hij was geen pleitbezorger van het absolute individualisme, maar dacht sterk in termen van de gemeenschap en oefende principiële kritiek op het laissez-faire kapitalisme. Hij was veel minder een liberaal dan een republikein, een denker die de nadruk legde op goed bestuur en het alge-meen belang, die de politiek dus boven de economie stelde.
Het is deze Mill die oprijst uit het boek dat Cor Hermans over hem heeft geschreven. Toch is dit boek meer dan een samenvatting van recente literatuur, omdat hij erin specifiek ingaat op de invloed die de Franse cultuur heeft uitgeoefend op deze bij uitstek Britse denker. Hermans laat niet alleen zien dat het utilitarisme heel wat interessanter en veelzijdiger is dan meestal wordt aangenomen, maar ook dat de kritiek dat Mill een ‘onsystematisch’ denker was niet terecht is. Mill deed wat managementgoeroes te-genwoordig bepleiten: hij organiseerde zijn eigen tegenspraak. Hij bestreed de nadelen van de mecha-nistische interpretatie van de Verlichting door van Romantische kunstenaars het besef over te nemen dat er naast ‘uitwendige’ ook ‘innerlijke’ vrijheid bestond. In zijn kritiek op de materialistische, egoïstische cultuur van de Britse middenklassen liet hij zich inspireren door Franse socialisten als Saint-Simon en Louis Blanc. Voor zijn kritiek op het machtsmonopolie van de aristocratie ging hij te rade bij Franse poli-tieke denkers als Lamartine en Tocqueville.
De Mill die Hermans in dit erudiete, uitstekend geschreven boek schetst, stelde aan zichzelf weliswaar eisen die voor normale stervelingen te hoog gegrepen zijn, maar hij was wel een bijzonder vruchtbaar en inspirerend denker, die in weinig leek op de stijve Victoriaanse schoolmeester die we op foto’s en schilderijen zien.