DE ZUIVERHEID VAN DE RECHTERLIJKE MACHT

‘Geen erkenning van fouten’

Vorige week woensdag wees de Haagse rechtbank vonnis in een Srebrenica-proces tegen de staat. Wanneer Dutchbat in het spel is, blijken recht en rechtvaardigheid niet altijd samen te vallen.

Extra informatie: Nederland en Srebrenica

‘NEDERLAND NEEMT NADRUKKELIJK niet de schuld op zich voor de gruwelijke moord op duizenden Bosnische moslims in 1995’, zei premier Wim Kok in 2002. Hij trad af, gevolgd door zijn hele kabinet, na de publicatie van het Niod-onderzoek naar de massamoord van Srebrenica. Daarmee nam Nederland de politieke verantwoordelijkheid op zich ‘voor de opeenstapeling van nationale en internationale tekortkomingen’ die hadden geleid tot de grootste slachting in het Europa van na de Tweede Wereldoorlog. Maar de schuld, die lag geheel en al bij de Bosnische Serven die tussen de zeven- en achtduizend Bosnische moslims vermoordden.
De ramp is nu dertien jaar geleden, een nieuwe generatie begint inmiddels kranten te lezen. Zou ze er iets van snappen? Nederland stuurde troepen om Bosnische vluchtelingen te beschermen, maar toen het erop aankwam, deden ze niets. Dutchbat was slecht voorbereid, slecht bewapend en gedemoraliseerd; het vocht niet tegen de Serven die de enclave binnendrongen en verhinderde evenmin dat vluchtelingen in bussen werden gedeporteerd. Maar van schuld of de erkenning van fouten wil Nederland niets weten.
Vorige week woensdag wees de Haagse rechtbank vonnis in een Srebrenica-proces tegen de staat. Daarbij bleek dat recht en rechtvaardigheid niet altijd samenvallen.

De zaak speelt al sinds 2002 en werd aangespannen door voormalig Dutchbat-tolk Hasan Nuhanovic en de nabestaanden van Rizo Mustafic, die als elektricien voor de Nederlanders in Srebrenica werkte. Hasan verloor zijn vader, zijn moeder en zijn jongere broer. Evenals Rizo waren zij gevlucht naar de Nederlandse basis in Potocari.
Als tolk genoot Hasan de bescherming van Dutchbat. Zijn vader Ibro ook. Dutchbat weigerde echter om ook Ibro’s vrouw en zijn jongste zoon te beschermen. Vader Ibro werd voor de keuze gesteld: zich bij hen voegen of zich met Hasan en Dutchbat in veiligheid laten brengen. Hij deed het eerste. Alledrie werden ze gedood. Rizo Mustafic, de elektricien, werd door een adjudant abusievelijk de dood ingestuurd. Achteraf bleek dat hij wel met Dutchbat had mogen vertrekken.
Hasan en de familie Mustafic daagden de Staat der Nederlanden in een civiele procedure, omdat ze Nederland aansprakelijk houden voor de dood van hun naasten. Het gaat hun om erkenning van onrechtmatigheid door de staat; dat Dutchbat bescherming had moeten bieden. Niet om schadevergoeding.
De uitspraak was verpletterend in zijn kilte. Dutchbat stond onder bevel van de VN, dus is de staat niet aansprakelijk, oordeelde de rechtbank. De nabestaanden moeten bij de Verenigde Naties zijn, maar de VN zijn immuun voor vervolging, dus staan zij met lege handen.

Liesbeth Zegveld, advocaat van de nabestaanden, gaat in hoger beroep. ‘Ik vind dat Nederland hier een heel eigen rol in heeft’, zegt ze. ‘De minister van Defensie is gaan bellen met officieren in Bosnië. De staat sprong in het gat dat de VN lieten liggen.’ Daarmee werd de bevelstructuur van de VN doorbroken en was Nederland weer zelf verantwoordelijk voor het handelen van zijn militairen, meent zij. ‘Nederland houdt altijd het oppergezag, zeker in een crisissituatie en dit was een crisissituatie tot-en-met. De regering wilde haar militairen weg hebben, maar dat kon niet zolang de vluchtelingen er zaten.’
De rechtbank stelde vast dat toenmalig minister van Defensie Joris Voorhoeve ‘politieke dekking’ gaf aan de Nederlanders voor het ‘meewerken aan etnische zuivering’, door in te stemmen met hun medewerking aan de deportatie (door de rechtbank ‘evacuatie’ genoemd) van de vluchtelingen. Volgens de rechtbank druiste de houding van Dutchbat in tegen de VN-instructies om ‘burgers en vluchtelingen (…) zoveel mogelijk te beschermen’. Dat is stevige kritiek op het handelen van de Nederlanders. Maar de eisers hebben aan die vaststelling niets, want het handelen van Dutchbat was nu eenmaal de verantwoordelijkheid van de niet te vervolgen VN.
Belangrijk in het proces was de dubbelrol van generaal-majoor Cees Nicolai. Hij was chef-staf op het VN-hoofdkwartier in Sarajevo en fungeerde tevens als verbindingsman voor de Nederlandse regering. Met hem had Voorhoeve contact. Zegveld: ‘De rechtbank redeneert dat Nicolai een VN-helm op heeft als hij met Dutchbat communiceert, en niet een Nederlandse helm. Dat is een keus die politiek welkom is.’
Dat is een forse uitspraak jegens de onafhankelijke magistratuur. Zegveld zegt het echter bewust. ‘Er is sprake van grote politieke druk rond de rechtszaak’, meent ze. ‘De waarheid is vanaf het begin onder het tapijt geschoven.’ Ook nu wordt volgens haar de zaak een richting opgestuurd door de presentatie van de feiten. Zo werden volgens de rechtbank op 12 en 13 juli de vluchtelingen die zich op de compound in Potocari bevonden ‘door de Bosnische Serven weggevoerd’. Zegveld: ‘Toen ik dat las, wist ik hoe laat het was. De inzet van de hele procedure was nu juist dat volgens ons de Nederlanders hen in handen stelden van de Serven.’

De staat vreest schadevergoeding. Al is die in Nederland niet hoog, als de duizenden nabestaanden er aanspraak op kunnen maken, kost dat de staat kapitalen. Erkenning van schuld is dus uitgesloten. ‘Geen erkenning van fouten’, zei de landsadvocaat tijdens de behandeling van de zaak van elektricien Mustafic. ‘Dat zal gewoon niet gebeuren.’ De rechtbank had besloten tot een tussenvonnis. Rechter B.C. Punt probeerde de partijen tot elkaar te brengen in een schikking, maar verder dan het aanbieden van een gesprek met de minister van Defensie wilde de landsadvocaat niet gaan.
In dat licht is het opmerkelijk dat vlak voor het einde van het proces, toen Liesbeth Zegveld al bijna toe was aan haar pleidooi, twee rechters werden vervangen. Het betrof onder meer rechter Punt, die tijdens de schikkingspoging had laten blijken de klacht van de familie Mustafic wel eens gegrond te kunnen verklaren. ‘In een crisissituatie gaat het niet zozeer om de verantwoordelijkheden op papier, dan tellen die bevoegdheden niet meer zo zwaar’, had hij tegen de landsadvocaat gezegd. Zegveld veerde op: het doorbreken van de papieren verantwoordelijkheid (de VN-bevelstructuur) door de Nederlandse regering in de crisissituatie rond Srebrenica was een speerpunt in haar betoog.
Toen zij om opheldering vroeg over de vervanging, stelde de rechtbank dat Punt eigenlijk geen deel uitmaakte van de afdeling waarbinnen zaken van overheidsaansprakelijkheid werden behandeld en dat op hem een beroep was gedaan wegens onderbezetting. Maar Punt bleek na zijn vervanging toch weer een dergelijke zaak te doen. Na een publicatie hierover in NRC Handelsblad gaf de rechtbank opeens een nieuwe reden: Punt was 65 geworden en wilde zijn rechterlijke werkzaamheden beperken.
De nieuwe rechters moesten zich in korte tijd tienduizend pagina’s dossier eigen maken en hadden niet deelgenomen aan de getuigenverhoren. ‘Ontoelaatbaar’ noemt Zegveld de vervanging in zo’n laat stadium van het proces. ‘Het is bovendien een overtreding van een wetsregel.’ Ze doelt op artikel 155 uit het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: ‘De rechter ten overstaan van wie in een zaak bewijs is bijgebracht, zal daarin zoveel als mogelijk het eindvonnis wijzen of medewijzen.’

Volgens Ronald Giphart, die aanwezig was bij de uitspraak in de zaken Mustafic en Nuhanovic en daarover een column schreef in de Volkskrant, ging ‘het gerucht’ dat het ministerie van Justitie met de vervanging van Punt de zaak zou hebben beïnvloed. Daarvoor is geen bewijs, maar de twijfel is gezaaid. Ook bij Liesbeth Zegveld. ‘Ik geloof niet dat dit geen hoger doel dient’, zegt ze. ‘Het is erg onwaarschijnlijk dat men de gevolgen van de vervanging niet heeft overzien in een zaak van dit belang. Dit mág niet. Ik heb zo gehoopt dat ik het verkeerd zou zien. Maar nu hebben we aan den lijve ondervonden hoe kwetsbaar de rechtsstaat is.’
Philip Langbroek, universitair hoofddocent staats- en bestuursrecht aan de Universiteit van Utrecht, is minder somber. ‘Ervaren rechters laten zich niet zomaar opzij zetten door de staat.’ Hij bestudeerde de manier waarop zaken over rechters worden verdeeld. Het rechtbankbestuur doet dat niet altijd even handig, meent hij. Hij pleit voor meer openheid en nieuwe regels. ‘Ik geloof niet dat het zo is, maar als ooit uitkomt dat bij de vervanging van rechter Punt politiek gemanipuleerd is, wordt het tijd om te emigreren.’
‘Dit is schadelijk voor de reputatie van de rechterlijke macht’, zegt Martijn Hesselink, hoogleraar privaatrecht aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Hoe legitiem de redenen van de rechter misschien ook waren, de rechtbank had er alles aan moeten doen om hem erbij te houden. Het vermijden van de schijn van partijdigheid is net zo belangrijk als het vermijden van partijdigheid zelf.’ Hesselink vraagt zich bovendien af of het nodig en verstandig is om de regel te handhaven dat procedures tegen de staat in Den Haag gevoerd worden. ‘De gedachte daarachter is dat in Den Haag de regering zetelt, maar de staat is overal. Als de burger de staat overal zou mogen dagen, vermijd je de indruk dat er een Haagse kliek is die het allemaal wel even regelt.’
Als beïnvloeding door het ministerie van Justitie wordt bewezen, kan CDA-minister Hirsch Ballin wel inpakken. Drie keer al stelde Fred Teeven, Tweede-Kamerlid voor de VVD, het ministerie van Justitie vragen over de vervanging in de zaken Mustafic en Nuhanovic. De eerste keer waren de antwoorden onbevredigend en op de vragen die hij vervolgens stelde, kreeg hij geen antwoord. Op 12 september diende hij een nieuwe set in. Als voormalig officier van justitie beschikt hij over uitstekende contacten in de juridische wereld. Weet hij iets? ‘Ik weet niets’, zegt Teeven. ‘Het gaat mij om de zuiverheid. Ook een rechter moet zich aan de wet houden. Het kan niet zo zijn dat iemand in zo’n zwaarwegende zaak kort voor de uitspraak wordt vervangen.’
Liesbeth Zegveld overweegt een civiel proces te starten waarbij de rechters van de Haagse rechtbank die het proces voerden, worden opgeroepen als getuigen. Dat zou opnieuw een geruchtmakende zaak kunnen worden in de kwestie-Srebrenica.