Geen extra betekenis

Daar stopte ze. Haar ogen gleden opzij. Verlieten het veilig schommelend magnetisme van die van mij. Ze keek naar buiten. Gewillig liet ik mijn blik langszij de hare komen en zag dat daar een kraai liep. Niets bijzonders, een lopende kraai. Hij liep een stukje naar links, hapte naar een weggeworpen kroonkurk en liep weer naar de rechterkant van ons beider kader. Daar bleef hij zitten. Einde van een kleine kraaienmars.

Wel eens gekeken hoe een kraai loopt? Zoniet, dan wordt het daar zo langzamerhand wel eens tijd voor.
Alles wat er aan kraai in een kraai zit is terug te brengen tot een wankele diagonaal. Een inwendige maar toch zwarte diagonaal. Twee kraaien betekent twee diagonalen en ga zo maar door. Dat moet zo blijven, daar doen zelfs drie kraaien alles voor. Die diagonaal begint in de kop van de kraai en eindigt ergens in zijn linkerpoot. Indien er sprake is van een kraai bij wie de diagonaal ophoudt in de rechterpoot, dan wordt toch nog gewoon van kraai gesproken en daar verder geen extra betekenis aan gehecht. Hierbij moet opgeteld worden dat de stilstaande of vliegende kraai niet meedeelt in het diagonale universum. Maar zodra kraaimans het in zijn hoofd krijgt om ook maar een enkel stapje te doen, grijpt de diagonaal zijn kans en houdt zich stijf.
Een kraai is een wandelende diagonaal, met veel veren daarop geplakt en dat alles gedompeld in een even onwrikbaar als ingewikkeld kraaibewustzijn.
Een kraai heeft iets krijgshaftigs, daar zou die diagonaal best eens aansprakelijk voor kunnen zijn. Zoals sommige vrouwen de oorlogszuchtige verticaal hanteren. Tussen de opgeblazen witte olijven in hun blouse. Ik hou van de scheiding die de herhaling onderbreekt. Ik hou ook van de herhaling zelf, ik geef het ruiterlijk toe, en ik had nog nooit iemand zo sierlijk twee keer achter elkaar Haarlem horen zeggen.