Geen feest

Róisín Murphy lijdt aan het ex-syndroom: er verschijnt geen artikel over de zangeres, ook dit niet, waarin niet wordt vermeld dat ze de ex-zangeres van Moloko is.

Medium muziek

Zoals achter Mark Knopfler ook altijd ‘ex-Dire Straits’ staat, Fish voor altijd de ex-zanger van Marillion blijft en Morrissey de voormalige voorman van The Smiths. Hoeveel albums ze ook maken, en hoe goed of succesvol die ook zijn.

Het zegt ook wel iets over de impact die Moloko had, zeker in de beginjaren. Het duo uit Sheffield maakte in 1995 veel indruk met een triphopstijl die zoveel invloeden uit de funk en disco bevatte dat verwarring met andere triphopgrootheden uit die tijd (Portishead, Massive Attack) niet mogelijk was. Een paar jaar na het debuut Do You Like My Tight Sweater scoorde de band nog eens een grote hit en werd Moloko, live uitgebouwd tot een volwaardige band, ook een festivalhit.

Murphy’s solodebuut was een avontuurlijke potpourri, de opvolger Overpowered een toegankelijke discoplaat vol nummers die klonken als hits, maar dat geen van alle werden. In recente interviews toont Murphy zich nog steeds verbaasd over de commerciële flop die het groots opgezette en met enorme marketing ondersteunde Overpowered was. Wie het album nu, acht jaar later, op zet, en meteen daarna naar het nieuwe Hairless Toys luistert, hoort een wereld van verschil, waarin Overpowered in vergelijking toch echt klinkt als bubblegumpop met ringtone-refreintjes.

Hairless Toys is veel minder toegankelijk, maar ook veel spannender. De toon wordt meteen gezet bij de opener Gone Fishing, met bijna zes minuten een van de kortste nummers van het album. Het is wel een grimmiger, dreigender nummer dan de rest van het album, mede vanwege de tekst, waarin lijkt te worden afgerekend met het verleden. De openingsregels: ‘I am uncommon sense/ Sits close to abandonment/ Learning, concerning/ The different between do or die/ Each step taken away from/ A place of hopelessness.’ Een minuut onderweg en je weet: dit wordt geen feest.

Murphy gaat niet voor de dansvloerkrakers. Daarvoor zijn de nummers ook veel te gecompliceerd, met onvoorspelbare overgangen in instrumentarium, ritme en toon. Het bijna tien minuten durende Exploitation is daar het meest verstrekkende voorbeeld van. En het beste: het buitelt werkelijk van de ideeën en wordt steeds spannender. Hoe overrompelend en opzwepend het ook begint, na een minuut of zes wordt het kaal en dreigend en doet het zelfs denken aan Portisheads meesterwerk The Rip. Wat beide nummers gemeen hebben, naast de kracht van de suggestie (een spannend zinnetje, dat herhaalde Who’s exploiting who?), is het opbouwen van de spanning tot een punt waarop slechts een kale beat die nog kan vasthouden.

Knap blijft haar stem: ijzig en warm tegelijk. Veel wendingen die ze er in haar Moloko-dagen in legde, zijn er in de loop der jaren uitgefilterd. Trucjes waren het. Effectief uitgevoerd, doeltreffend, maar trucjes. Die heeft Murphy niet meer nodig.


Róisín Murphy, Hairless Toys. Róisín Murphy speelt 22 mei in Paradiso, Amsterdam


Beeld: FARROW / mushroompromotions.com