Roma Kettingmigratie uit Bulgarije

Geen geld voor een paspoort

Behalve Frankrijk kan ook Nederland zich opmaken voor de komst van Roma. Vanuit het Bulgaarse dorpje Kamen vertrekt een paar keer per maand een busje naar Amsterdam.

‘NEDERLANDERS WARM HART’, zegt Mustafa in onbeholpen Nederlands, terwijl hij een pizzabroodje naar binnen werkt. 'Duitsers koel. Roemenen en Hongaren corrupt. Willen altijd geld.’ Mustafa kan het weten, want hij rijdt drie keer per maand met zijn minibusje vanuit Kamen naar Amsterdam. Drie keer per maand 2500 kilometer heen, 2500 kilometer terug. 'Duurt veertig uur.’ Behalve Mustafa rijdt ook zijn kennis Ventsy regelmatig heen en weer.
Twee lijndiensten tussen een dorp met 2100 inwoners in Noord-Bulgarije en Amsterdam. En Kamen is niet de enige plek waar Bulgaarse Roma vandaan komen. 'Half Strazhitsa, een stadje tien kilometer verderop, zit ook in Nederland.’ Een deel van de inwoners van Kamen heeft ook contacten in Duitsland. Zo'n vijftig kilometer verderop ligt Razgrad. Daar vandaan vertrekken regelmatig busjes naar Brussel. In Noord-Bulgarije staan in sommige dorpen meer dan de helft van de Roma-huizen leeg. Hoewel de arbeidsmarkt voor Bulgaren in veel EU-landen pas in 2014 open gaat, kennen de Bulgaarse Roma nu al geen grenzen meer.
Eigenlijk zou Mustafa liever wat anders doen dan constant zijn busje naar Nederland rijden. Muziek maken bijvoorbeeld. 'Ik heb twee jaar als straatmuzikant in Amsterdam gewerkt. Ik verdiende dertig, veertig euro op een dag. Maar eten en sigaretten kosten al twintig euro per dag. En de politie stuurde me vaak weg, dus daar ben ik mee gestopt.’ Sindsdien rijdt hij heen en weer tussen Kamen en Amsterdam. Busjes vol Roma op zoek naar een betere toekomst in de Europese Unie. Een enkeltje naar Nederland kost 130 euro. 'Terug kost maar tachtig euro, want ik wil weer snel terug naar Bulgarije.’ Met zijn imposante buik, zijn zwarte T-shirt, zijn leren geldbuidel, zijn driedagenbaard en zijn teenslippers ziet Mustafa eruit als de klassieke Balkanees. Zelf ziet hij zich als Bulgaarse Turk. Volgens Atanas Stoyanov, een jonge Bulgaarse Roma uit Kamen, klopt dit echter niet. 'Mustafa is een Turkse Roma, zoals eenderde van de inwoners van Kamen. Hij behoort tot de Milet. Ze zeggen niet graag dat ze Roma zijn. Maar als ze naar Turkije gaan, zal iedereen cingene tegen ze zeggen. Zigeuner.’
Stoyanov kan het weten, want hij schreef een boekje over de maar liefst zestig verschillende Roma-groepen in Bulgarije. De bevolking van zijn geboortedorp is keurig in drie parten opgedeeld. Stoyanov: 'Eenderde is Bulgaars. Eenderde bestaat uit Turkse Roma, en het andere deel, waartoe ik behoor, zijn de Bulgaarse Roma. We noemen onszelf Burgudzhi. Daarvan zijn er ongeveer tienduizend in heel Bulgarije. Van oorsprong zijn we messenslijpers. Maar daarvan zijn er nog maar een handvol over. Tegenwoordig kun je er nauwelijks meer van leven.’
Mustafa’s zuster Niven werkte ook in Nederland. 'Vijf maanden’, vertelt ze. 'Ik werkte als strijkster voor een Turkse firma. Zes dagen in de week, tien uur per dag voor zestig euro. Alles zwart.’ Slapen deed ze bij kennissen. Zo gaat het meestal: wanneer een paar kennissen of familieleden ergens in Nederland werk en een plek om te wonen gevonden hebben, kan de kettingmigratie beginnen. Ze schat dat zo'n veertig, vijftig Roma uit Kamen in Nederland wonen. Zelf denkt ze er ook over na om opnieuw naar Nederland te gaan. 'Mijn man en ik zijn gescheiden, hij woont in Gent. We hebben een zoon van zestien, die is daar. Ik mis hem, ik heb hem al vier maanden niet gezien. Nou ja, dat klopt niet. Eigenlijk zie ik hem elke dag. Op Skype.’
Al te veel reden lijkt er voor Niven niet te zijn om in Kamen te blijven. Tijdens het uur in het winkeltje van haar moeder aan het dorpsplein komt één oude man met een paar muntjes langs voor een kop automaatkoffie. De roze plastic slippers, de rieten bezems en de verbleekte flessen schoonmaakmiddel blijven onaangeroerd. Dat weet ook Zubia, eigenaresse van Tara, een van de twee koffiebars in Kamen. 'In de zomer gaat het nog, dan komen mensen langs voor een koffie. In de winter hebben ze helemaal geen geld. In Bulgarije heerst economische crisis.’ Ook Zubia werkte in Nederland. 'In een hotel aan het Leidseplein, als schoonmaakster.’ Ook zij overweegt opnieuw naar Nederland te gaan. 'Mijn zoon is er ook, hij heeft een eigen bedrijf waar ze auto’s repareren, alles legaal. Hij verdient zo'n vijftienhonderd euro per maand. Dat is goed!’ Natuurlijk, Nederland is niet te vergelijken met Bulgarije. 'Hier hebben we mooi weer. In Nederland moet je voor een afspraak met je ouders je agenda pakken en drie weken van tevoren bellen.’

ONDANKS de kille geordendheid van de Nederlanders draait het uiteindelijk toch om geld. En daarvan is er te weinig op het platteland in Bulgarije. Dat weet ook Atanas Stoyanov, die vier maanden aan de Pabo in Meppel studeerde. Aansluitend plukte hij deze zomer twee maanden aardbeien in Schotland. 'De werkloosheid onder de Roma is hoog, we zijn slecht opgeleid. Van de tienduizend Burgudzhi hebben er vier gestudeerd.’ Hoe hij dat weet? Stoyanov lacht. 'Ik ken iedereen. We zijn allemaal op een of andere manier met elkaar verwant. Als er een huwelijk of een feest is, dan gaan we er naartoe, ook in een andere stad. We kennen elkaar.’
Stoyanov laat Kamen zien. 'Dit is het gemeentehuis. De burgemeester mag me niet, omdat ik me tijdens de verkiezingen kandidaat stelde. Ik had gemakkelijk kunnen winnen, maar veel Roma die op me stemden zijn analfabeet en zetten het kruisje op de verkeerde plek. Ach, ik wil ook geen burgemeester worden. Dan vragen al mijn neven me steeds om gunsten.’ Dus bleef de oude burgemeester aan de macht, een communist die er al 45 jaar zit. 'Zo blijft alles bij hetzelfde. Alleen de Bulgaren zijn vertegenwoordigd, de Roma niet.’
Verder gaat het, langs de al jaren gesloten, met gras overwoekerde openluchtbioscoop. Het daarachter gelegen busstation is slechts één keer per dag met leven gevuld: om negen uur ’s ochtends, als de enige bus van de dag naar het regionale centrum Veliko Tarnovo vertrekt. En de burgemeester alle werkloze Roma op het busstation bij zich roept. 'Ze krijgen dan te horen waar ze vandaag de straat moeten vegen. Daarvoor krijgen ze een paar leva. Zo blijven ze van hem afhankelijk.’
We lopen verder naar de dorpsschool, waar het schoonmaakwerk door Roma wordt gedaan. 'Ik zou ook Roma-leraren aannemen, maar ze zijn er niet’, vertelt directrice Valya Staneva. Meer dan negentig procent van de leerlingen is Roma. Staneva is deze zomer als directrice begonnen en wil de schoolparticipatie van de Roma verbeteren. 'Als de meisjes veertien, vijftien zijn, halen hun ouders ze van school om ze te verkopen. Ik wil dat niet langer tolereren. In Bulgarije moet iedereen tot zijn zestiende naar school.’ Met haar geel opgemaakte oogleden kijkt Staneva me grimmig aan. Deze vrouw lijkt te menen wat ze zegt. Ook Stoyanov is met zijn 23 jaar al zeven jaar getrouwd. 'Mijn ouders hebben het huwelijk gearrangeerd. Ik heb een probleem met die vroege huwelijken, maar het behoort tot onze tradities.’
Een paar honderd kilometer verderop neemt ook Etienne de Poncins, de Franse ambassadeur in Bulgarije, de schoolplicht serieus. Het is de vijftiende september en in Bulgarije begint op deze dag na drie maanden zomervakantie het nieuwe schooljaar. De Poncins, uitgenodigd om de opening van het schooljaar bij te wonen, vertegenwoordigt een regering die al wekenlang internationaal onder vuur ligt vanwege de uitzetting van duizenden Roma uit Frankrijk naar Roemenië en Bulgarije.
Met militaire dril neemt de schooldirectrice van de Roma-school in Dolna Banya het begin van het schooljaar af. Marsmuziek schalt over het schoolplein, vlaggen worden gezwaaid, een bebaarde priester wijdt giechelende Roma-schoolmeisjes met wijwater in. Na afloop spreekt De Poncins zijn zorg over het Roma-onderwijs uit. 'De Bulgaarse Roma hebben een betere opleiding nodig. Stel je voor, in dit land wonen zevenhonderdduizend Roma en er is absoluut geen Roma-elite! Er is niet één Roma-parlementariër, er is niet één bekende Roma-journalist! De Turkse minderheid heeft het wat dat betreft veel beter gedaan, waarom lukt het de Roma niet?’
Volgens De Poncins moet Bulgarije meer doen om de Roma in de maatschappij te integreren. 'De Bulgaarse regering zou een ministerie moeten inrichten dat zich uitsluitend met Roma-zaken bezighoudt. Iets dergelijks bestaat in Roemenië ook. En we moeten ervoor zorgen dat meer EU-gelden bij de allerarmsten aankomen. Ik ben in de Roma-getto’s van Sofia en Sliven geweest. Hoe kan het dat van de EU-miljarden niets bij de armste Roma aankomt?’

MET ZIJN laatste vraag heeft de Franse ambassadeur een punt. Wie vanuit het centrum van Sofia naar de Roma-wijk Fakulteta rijdt, komt binnen tien minuten in buurten terecht die niet onderdoen voor de sloppenwijken van Zuid-Amerika. Met een geschatte veertigduizend inwoners is Fakulteta een van de grootste Roma-getto’s van Bulgarije. De inwoners worden aan hun lot overgelaten, volgens Daniela Mihailova, een jonge Roma-vrouw die Romani Baht leidt, de enige organisatie die zich in Fakulteta voor de Roma inzet. 'Slechts een deel van de bewoners heeft water. Riolering ontbreekt meestal, het afvalwater stroomt gewoon over straat. Veel mensen moeten koken op gasflessen. Er heersen ziektes, sociale voorzieningen zijn er niet. De enige school in de wijk is van miserabele kwaliteit. We zijn aan ons lot overgelaten.’
Het moeilijkst van allen hebben het de nieuwkomers, die aan de rand van de wijk een plekje moeten vinden. Het zijn arme sloebers, die uit de dorpen op het Bulgaarse platteland komen waar geen droog brood te verdienen is. In communistische tijden stond in elk dorp wel een fabriek of een landbouwcoöperatie, waar ook de lokale Roma werkten. Die bedrijven zijn doorgaans failliet gegaan, of hebben hun personeelsbestand drastisch ingekrompen. De eersten die de laan uitvlogen waren de Roma. Mihailova: 'Elke dag komen nieuwe bewoners, de migratie is de laatste jaren fors toegenomen. Het zijn de armsten van de armsten, de mensen die op het platteland niets meer hebben. Ze zijn nog armer dan de Roma die naar het buitenland vertrekken.’
Een van deze mensen is Angela Krumova. Ze woont in Haïti, een van de armste delen van Fakulteta. Anderen wonen in wijken met namen als Cambodja I, Cambodja II en Vietnam. Krumanova had drie dochters; sinds kort zijn het er nog maar twee. Een van hen stierf onlangs aan tbc. De andere twee gaan naar school, maar het lukt haar nauwelijks om de schoolkleding te betalen. 'Mijn man gaat elke dag naar de stad om afval te verzamelen en te verkopen’, vertelt ze. Om ons heen staan kinderen op hun blote voeten in de modder, tussen vertrapte plastic flessen, zwart geworden balen stro, half verrotte voddenbalen, kapotte stenen en plastic zakken. Achter ons staat een paard en wagen voor een uit oude planken in elkaar geflanst huis. Daarnaast start een man om onbekende reden knetterend een motorzaag. Pastoor Bozdar Alexandrov doemt op, een eigenaardige man in een besmeurde broek en een oud Adidas-trainingsjack. Volgens Alexandrov zijn vele kinderen in Haïti ziek. 'Er heerst veel tuberculose en astma. Daarnaast hebben sommige kinderen kanker. Voor de hele wijk met veertigduizend mensen zijn drie artsen beschikbaar.’
Terug in het centrum van Sofia vertelt Rumyan Russinov, internationaal gerespecteerd Roma-leider met stropdas en streepjeshemd, dat het geen zin heeft om Roma te stigmatiseren. 'De Bulgaarse Roma die de afgelopen jaren naar het buitenland zijn vertrokken, zijn over het algemeen harde werkers. Het is dan ook een shock voor mij dat Frankrijk nu zoveel Roma deporteert.’
De uitzettingen door Frankrijk zijn een kolfje naar de hand van rechts-extremistische partijen. Russinov: 'De laatste vier, vijf jaar is er in de politiek en in de media steeds meer een racistische stemming ontstaan. De rechts-extremistische partij Ataka heeft met haar uitspraken hiertoe bijgedragen. Ze voelt zich nu door het beleid van Sarkozy gesterkt.’ De leider van Ataka, Volen Siderov, verkondigde in het verleden openlijk dat alle Roma crimineel zijn en als parasieten op kosten van de Bulgaren leven.
Volgens Russinov ontbreekt het aan politieke wil om Roma te integreren. Onderwijs blijft voor hem de sleutel tot integratie. 'Helaas brengt het ministerie van Onderwijs niet veel tot stand. Er zijn wat programma’s voor integratie van Roma-kinderen, maar er loopt weinig structureels.’ Het frustreert Russinov dat zijn organisatie in december 2009 een voorstel voor 160.000 euro indiende voor een Roma-onderwijsproject dat gefinancierd zou moeten worden uit het Europees Sociaal Fonds. Russinov: 'Het is nu bijna oktober. Twee dagen geleden kregen we het eerste officiële antwoord van het ministerie: “Hartelijk dank voor uw projectvoorstel. Het heeft nu een registratienummer.” Inmiddels zijn we bijna een jaar verder. Wat moet dit worden?’
De meeste Roma die uit Bulgarije naar West-Europa vertrekken gaan volgens Russinov naar Spanje, Italië en Frankrijk. 'Niemand weet hoeveel het er precies zijn, maar ik kan me voorstellen dat van de zevenhonderdduizend Bulgaarse Roma zo'n honderdduizend tot tweehonderdduizend in het buitenland verblijven.’
Toch hoeft Nederland volgens hem niet bang te zijn dat half Fakulteta binnenkort langs de A9 kampeert. 'De mensen die daar wonen zijn de armsten van de armsten. Ze hebben niet eens geld om een paspoort aan te vragen. En de Roma die wel komen, bestaan voor 95 procent uit harde werkers die een bijdrage leveren aan de economie van het land waar ze werken.’


De Roma
Niemand weet precies hoeveel Roma er zijn, maar experts gaan ervan uit dat er tussen de tien en twaalf miljoen Roma in Europa wonen. Verreweg de meesten wonen in Zuidoost-Europa. In Slowakije (500.000), Hongarije (600.000), Roemenië (2.000.000) en Bulgarije (700.000) maken de Roma grofweg tien procent van de bevolking uit. In andere EU-landen vormen de Roma doorgaans minder dan één procent van de bevolking. De Roma, die vanaf de veertiende eeuw vanuit India richting Europa trokken, spreken Romanes, een taal met duidelijke Hindi-invloeden. Het is overigens een fabeltje dat Roma in woonwagens rondtrekken. De meeste Oost-Europese communistische regeringen verboden dit in de jaren vijftig. Roma werden tot 1856 in Roemenië en Moldavië als slaven gehouden. In
de Tweede Wereldoorlog werden honderd-
duizenden Roma door de nazi’s vermoord. Velen geven tot op de dag van vandaag dan ook liever niet aan dat ze Roma zijn.


Roma en de Europese Unie
Het Europees Parlement kent één Roma-parlementariër: de Hongaarse Livia Jaroka. De afgelopen jaren is de Europese Commissie gaan inzien dat ‘de Roma’ een steeds belangrijker politiek onderwerp worden. In 2008 organiseerde ze de eerste Europese ‘Roma-top’; dit jaar volgde de tweede, in april in het Spaanse Cordoba. Veel meer dan lippendiensten werden er echter niet bewezen. Veel internationale Roma-leiders hadden hun hoop gevestigd op de Roma Decade, die in 2005 begon en tot 2015 duurt. Dit initiatief, dat zich op de Roma in elf Balkanlanden plus Spanje richt, wil verbeteringen doorvoeren op de terreinen van huisvesting, gezondheid, werkgelegenheid en onderwijs. Hoewel de Hongaarse speculant George Soros en de Wereldbank de Roma Decade financieel steunen, draagt de Europese Unie weinig bij. De EU wil dat Roma-projecten vooral uit het Europees Sociaal Fonds gefinancierd worden. Daar is voor de periode 2007-2013 in totaal zeventien miljard euro gereserveerd voor sociaal zwakke groepen; dat zouden dus ook de Roma kunnen zijn. In de praktijk komt echter weinig geld ter plekke aan. Een van de problemen bestaat uit de bureaucratische opstelling van de verantwoordelijke ministeries in Oost-Europa. Vaak is er te weinig capaciteit, kennis en motivatie om geld door te sluizen of projecten aan te vragen. Dat is in ieders nadeel: een recente studie van de Wereldbank toonde aan dat investeren in Roma zichzelf terugbetaalt.